Slokdarmkanker

Adenocarcinoom, Plaveiselcelcarcinoom
Kwaadaardige tumor of gezwel die in de slokdarm ontstaat.

Afspraken voor slokdarmkanker

Symptomen

De meest voorkomende symptomen van slokdarmkanker zijn:

  • Gevoel dat het eten niet goed doorheen de slokdarm zakt (passageklachten)
  • Verminderde eetlust
  • Gewichtsverlies
  • Pijnlijk en vol gevoel achter het borstbeen
  • Ontlasting is zwart door bloedverlies uit een beschadigde slokdarm
  • Braken van bloed
  • Veel en lang hikken

Indien u een of meerdere van deze symptomen heeft, kan het raadzaam zijn een arts te contacteren.

Risicofactoren en erfelijkheid

Slokdarmkanker komt gemiddeld voor vanaf 50 jaar. De ziekte komt vaker voor bij mannen dan bij vrouwen.

Risicofactoren

  • Overgewicht
  • Barretslokdarm
  • Roken en overmatig alcoholgebruik
  • Helicobacter pylori infectie
  • Langbestaande refluxklachten (terugvloeien van zuur in de slokdarm)
  • Hoge zoutinname
  • Atrofie van het maagslijmvlies

Erfelijkheid

In minder dan 10% van de mensen met slokdarmkanker is er een familiaal voorkomen van deze ziekte. In slechts ongeveer 3% van deze families vindt men een duidelijke erfelijke oorzaak.

Over slokdarmkanker

  • Er bestaan 2 soorten tumoren: adenocarcinoom of plaveiselcelcarcinoom.
  • Tumoren gelegen ter hoogte van de slokdarm-maag overgang behoren tot de slokdarmtumoren. Tumoren lager gelegen in de maag vallen onder de aandoening maagkanker.
  • Er zijn ook zeldzamere tumoren in de slokdarm zoals GIST, neuro-endocriene tumoren, uitzaaiingen van andere kankertypes.

Behandeling

De behandeling van slokdarmkanker hangt sterk af van de uitgebreidheid van de ziekte op moment van diagnose alsook de algemene gezondheidstoestand van de patiënt. Een onderscheid dient gemaakt te worden tussen een behandeling met curatief opzet en een behandeling met niet-curatief opzet. In het eerste geval is het doel om de patiënt te genezen; in het tweede geval dient de therapie om de levensduur te verlengen met zoveel mogelijk behoud van levenskwaliteit.

Bij een kleiner aantal patiënten vindt men slokdarmkanker in een vroegtijdige stadium en kan endoscopische wegname (‘resectie’) volstaan om de kanker te behandelen.

Na een multidisciplinair overleg wordt besproken welke “op maat” behandeling aanbevolen is voor de individuele patiënt.

Patiënten met slokdarmkanker in een curatief traject kunnen verschillende mogelijke behandelingen krijgen zoals chemotherapie, al dan niet in combinatie met radiotherapie en/of een operatie. Dit wordt steeds voorafgegaan door een voorafgaandelijk nazicht van de algemene conditie (functioneel bilan).

Bij patiënten in een niet-curatief traject maakt een slokdarmoperatie geen deel uit van de behandeling.  Hier bestaat de mogelijkheid tot het volgen van een behandeling met chemotherapie, al dan niet in combinatie met een doelgericht behandeling en/of immunotherapie.

Onderzoeken en diagnose

Wanneer de diagnose van slokdarmkanker wordt vermoed, zal er een PET-CT worden gepland om de uitgebreidheid van de ziekte in kaart te brengen. Daarnaast vindt er steeds een maagonderzoek (gastroscopie) plaats voor het afnemen van weefselbiopsies.
Bij zeer vroegtijdige slokdarmkanker kan een interne echografie van de maagtumor (echo-endoscopie) worden gepland om de haalbaarheid van een endoscopische behandeling te bekijken.  

Bij plaveiscelcelcarcinomen kan een aanvullend neus-keel-oor onderzoek aangewezen zijn naast een aanvullende bronchoscopie.

Laatste aanpassing: 14 februari 2024