Moment van kennisdeling en vernieuwing
Het jaarlijkse congres van de European Crohn and Colitis Organisation is een belangrijk moment voor het IBD Leuven-team. We delen er onze kennis en nieuwe onderzoeksresultaten.
Maar nog belangrijker: we blijven zo op de hoogte van de nieuwste ontwikkelingen in onderzoek en zorg rond inflammatoire darmziekten.
ECCO is voor ons niet alleen een congres om te presenteren, maar ook een moment om vooruit te kijken naar de zorg van morgen.
Sterk wetenschappelijk programma
Na het congres kijken we altijd terug op het sterke wetenschappelijke programma. Dat was te zien in de plenaire sessies, de digitale mondelinge presentaties en de posters.
Naast bijdragen van onze eigen doctoraatsstudenten en postdocs, sprongen ook verschillende andere studies in het oog. Zo was er veelbelovend preklinisch bewijs dat obefazimod mogelijk littekenvorming in de darm kan tegengaan. Ook was er een belangrijke placebogecontroleerde studie over faecale microbiotatransplantatie bij actieve ziekte van Crohn. Die studie liet duidelijke verbeteringen zien bij endoscopie en toonde ook sterke verschillen tussen de gebruikte donoren.
Innovatie in de klinische praktijk
Ook vernieuwing in de klinische praktijk en in onderzoeksmethoden kreeg veel aandacht. Zo toonde Jane Andrews met een interactief KPI-dashboard hoe kwaliteitsverbetering op basis van data de zorg voor patiënten kan versterken. Vipul Jairath gaf daarnaast een toekomstgerichte analyse van het ontwerp van klinische studies. Daarin stelde hij bruikbare strategieën voor om huidige methodologische problemen in IBD-onderzoek aan te pakken.
De combinatie van klinische innovatie, data en fundamenteel onderzoek maakt duidelijk hoe snel het IBD-veld evolueert.
Nieuwe inzichten in ziektemechanismen
Verschillende presentaties gaven ook nieuwe inzichten in de werking van de ziekte. Zo werd C1q naar voren geschoven als een mogelijke oorzaak van neuro-inflammatie bij colitis. Andere onderzoekers toonden aan dat gisten uit voeding veranderde CD4+ T-celreacties kunnen uitlokken bij de ziekte van Crohn. Er was ook aandacht voor het therapeutische potentieel van Faecalibacterium prausnitzii als doelwit voor onderhoudsbehandeling. Daarnaast waren er nieuwe gegevens over keratinisatieprocessen in perianale Crohn-fistels, die wijzen op verschillende ontwikkelingsroutes.
Van hervalpreventie tot immuunprofilering
Andere hoogtepunten waren nieuwe strategieën om herval te voorkomen na een ileocaecale resectie, multi-omicsstudies naar de veerkracht van epitheelcellen in colische crypten, en immuunprofilering bij acute ernstige colitis ulcerosa, die doet vermoeden dat sommige patiënten goed kunnen reageren op JAK1-remming.
Oog voor bredere trends
Tot slot was er ook aandacht voor bredere thema’s, zoals obesitas bij mensen met een normaal gewicht en inzichten uit de EpiCom-workshop over het veranderende wereldwijde landschap van IBD-onderzoek.