De ziekte van Crohn is een chronische ontstekingsziekte van de darm. Ongeveer 5 op 1000 mensen krijgen er mee te maken. Het is een onzichtbare ziekte met grote impact op het dagelijks leven van patiënten. Impact die vaak veel verder gaat dan enkel buikklachten. Extra moeilijk voor patiënten is de onzekerheid waarmee ze geconfronteerd worden, omdat we vandaag nog niet goed kunnen voorspellen hoe de ziekte zal evolueren. Meer dan de helft van de patiënten moet ooit een operatie ondergaan waarbij een stuk van de darm wordt verwijderd. Toch geneest zo’n ingreep de ziekte niet altijd: bij een groot deel van de patiënten ontstaan binnen enkele maanden opnieuw ontstekingen.
Vandaag baseren artsen zich vooral op klinische kenmerken om dat risico in te schatten, maar die voorspellingen zijn beperkt. Het nieuwe onderzoek, dat gepubliceerd werd in het toptijdschrift Gastroenterology, toont dat de hoeveelheid van het eiwit GPX4 in de darmcellen een belangrijke extra indicator kan zijn. Patiënten met minder van dat eiwit blijken een duidelijk hogere kans te hebben op een vroeg herval van de ziekte na een operatie.
“GPX4 lijkt een soort beschermende rol te spelen in de darmwand,” zegt Sare Verstockt, postdoctoraal onderzoekster aan KU Leuven. “Wanneer dat beschermingsmechanisme verzwakt, wordt de darm gevoeliger voor ontsteking. Door dat beter te begrijpen, kunnen artsen patiënten in de toekomst mogelijk gerichter opvolgen en behandelen na een operatie.”
“Vandaag krijgen patiënten na een operatie meestal een standaard opvolgingstraject, terwijl het risico op herval sterk kan verschillen van persoon tot persoon. De nieuwe inzichten kunnen helpen om bij patiënten met een hoger risico op herval van dichterbij op te volgen”, verduidelijkt professor Bram Verstockt, gastro-enteroloog aan UZ Leuven en onderzoeker aan KU Leuven.
Waarom dit eiwit zo belangrijk is
Het eiwit GPX4 speelt een belangrijke rol in het beschermen van cellen tegen schadelijke oxidatieve stress. Wanneer dat beschermingssysteem verzwakt, kunnen cellen gevoeliger worden voor ontsteking. In het onderzoek werd die relatie bevestigd bij honderden patiënten. Ook ziekenhuizen uit Innsbruck en Parijs werkten mee aan de studie.
Experimenten in diermodellen toonden bovendien aan dat het verhogen van de activiteit van GPX4 ontstekingen kan verminderen. “Dat suggereert dat het eiwit niet alleen een meetbare indicator, maar mogelijk ook een aangrijpingspunt voor toekomstige therapieën kan zijn,” zegt onderzoekster Sare Verstockt.
Nog geen onmiddellijke toepassing voor patiënten
Hoewel de resultaten veelbelovend zijn, benadrukken de onderzoekers dat deze ontdekking nog niet meteen tot nieuwe behandelingsalgoritmes zal leiden. Daarvoor zijn eerst klinische studies nodig om te testen of het meten of beïnvloeden van GPX4 effectief en veilig is bij patiënten.
“We staan nog aan het begin van dit traject,” zegt professor Bram Verstockt. “Deze studie identificeert een nieuw mechanisme en wijst naar een mogelijke behandeling, maar het zal tijd kosten om te bepalen hoe we die kennis concreet kunnen inzetten in de zorg.”
Voortbouwen op decennia aan Leuvense expertise
Het onderzoek past in een lange traditie van expertise in inflammatoire darmziekten aan KU Leuven en UZ Leuven. De basis voor veel van het huidige onderzoek werd gelegd door professor Paul Rutgeerts, die internationaal bekend staat als pionier in het bestuderen van herval van de ziekte van Crohn na een operatie. Zijn werk toonde al in de jaren 1980 aan dat nieuwe ontstekingen vaak snel na chirurgie ontstaan en dat vroege opvolging cruciaal is.
Sindsdien heeft KU Leuven, ook met onderzoek van huidig rector Severine Vermeire, zich ontwikkeld tot een van de toonaangevende centra in Europa voor onderzoek naar inflammatoire darmziekten, met sterke internationale samenwerkingen en een focus op gepersonaliseerde geneeskunde.