Vruchtbaarheid en kanker bij mannen

Sommige kankerbehandelingen kunnen zaadcellen beschadigen. Chemotherapie, bestraling of een oncologische behandeling met tabletten of capsules kunnen een negatieve invloed hebben op de vruchtbaarheid.

Vruchtbaarheid bij mannen

Bij de geboorte zijn in de teelbal alleen kiemcellen aanwezig en worden er nog geen zaadcellen aangemaakt. Vanaf de puberteit beginnen deze kiemcellen te delen en ontwikkelen deze cellen tot zaadcellen. Deze ontwikkeling duurt enkele maanden en gaat de rest van het leven van de man door.

De kiemcellen zijn het meest gevoelig aan het schadelijk effect van chemotherapie, bestraling of een oncologische behandeling met tabletten of capsules. Afhankelijk van de dosis en het type chemotherapie kan het aantal kiemcellen verminderd zijn na behandeling. Bij bestraling is de dosis bepalend voor het negatieve effect op de vruchtbaarheid van de man.

Vóór de start van uw behandeling?

Uw behandelende arts zal met u bespreken of er een risico is op verminderde vruchtbaarheid door de geplande behandeling.

Als dat het geval is, verwijst hij u naar het fertiliteitscentrum (LUFC).

Na uw kankerbehandeling

Wanneer u een kinderwens heeft, kan u een afspraak maken voor een sperma-onderzoek om de spermakwaliteit na te kijken.

Bij een goede spermakwaliteit is er geen medisch geassisteerde vruchtbaarheidsbehandeling nodig en kan u met uw partner proberen om spontaan zwanger te worden. Wanneer uw partner na 1 jaar proberen nog niet zwanger is, is het raadzaam om dit te bespreken met uw huisarts, met uw behandelende oncoloog of met de gynaecoloog van uw partner.

Bij een slechte spermakwaliteit of als er geen sperma meer wordt aangemaakt, kan een medisch geassisteerde vruchtbaarheidsbehandeling gestart worden, waarbij er gebruik gemaakt wordt van het sperma dat voor de start van uw kankerbehandeling werd ingevroren. U kan hiervoor een afspraak maken met een fertiliteitscentrum.

Vragen

Als u vragen hebt over uw spermakwaliteit of uw vruchtbaarheid, kunt u een afspraak maken op de dienst endocrinologie.

Laatste aanpassing: 3 augustus 2022