Eerste resultaten gentherapie voor frontotemporale degeneratie zijn veelbelovend

14 mei 2024
MRI-beeld hersenen

(© Shutterstock)

Voor het eerst werd een vorm van gentherapie getest bij patiënten met erfelijke frontotemporale degeneratie (FTD) als gevolg van een progranuline-mutatie. De initiële resultaten, gepubliceerd in het vakblad Nature Medicine, tonen aan dat de behandeling veilig is en erin slaagt om de verlaagde niveaus van het progranuline-eiwit bij deze hersenziekte te herstellen. Verdere klinische studies zullen nagaan of de behandeling ook een positief effect heeft op de evolutie van de klinische symptomen.

Frontotemporale degeneratie (FTD) is een zeldzame hersenziekte die gepaard gaat met drastische veranderingen in gedrag, persoonlijkheid en taal. De ziekte kan optreden vanaf de leeftijd van 45 jaar, leidt tot een verlies van zelfredzaamheid en is vandaag onbehandelbaar. Na jaren heeft FTD een fatale afloop.

Gentherapie met gezond progranuline

Bij sommige patiënten wordt FTD veroorzaakt door een mutatie in het gen voor progranuline, een eiwit dat o.a. een rol speelt als ontstekingsremmer en groeifactor voor hersencellen. Door die genetische fout is het niveau aan functioneel progranuline bij deze patiënten maar half zo hoog.

Dit tekort kan worden hersteld door de erfelijke code van gezond progranuline toe te dienen in het cerebrospinaal vocht, om de hersenen te bereiken. Het stukje DNA wordt verpakt in een onschadelijke virale vector (AAV9) en opgenomen door de hersencellen in de celkern, maar nestelt zich niet in het eigen genetisch materiaal. Deze zogenaamde genvervangingstherapie voor FTD werd nu voor het eerst getest bij mensen in een internationale klinische studie. De fase 1-2 studie onderzocht in de eerste plaats de veiligheid van de behandeling en de doeltreffendheid in het verhogen van de progranuline-niveaus.

Prof. dr. Rik Vandenberghe, neuroloog en hoofd van de geheugenkliniek in UZ Leuven, werkte eraan mee. “Onze eerste resultaten tonen aan dat de progranuline-gentherapie haalbaar is en dat het risico op bijwerkingen controleerbaar is. Zowel zes als twaalf maanden na één enkele toediening bleek de hoeveelheid progranuline in het cerebrospinaal vocht en in het bloed van de patiënten hersteld tot het normale niveau. Die bevindingen zijn veelbelovend en vormen de basis voor een vervolgstudie in een grotere groep van mensen met FTD, die intussen al gestart is.”

Onze eerste resultaten tonen aan dat de progranuline-gentherapie haalbaar is en dat het risico op bijwerkingen controleerbaar is.
Prof. dr. Rik Vandenberghe

Meer informatie

UZ Leuven is een van de drie studiecentra wereldwijd die deelnamen aan deze eerste klinische studie, gesponsord door de firma Prevail Therapeutics (Eli Lilly). Het specifieke studiegeneesmiddel staat bekend als PR006.

Prof. dr. Vandenberghe: “Dit soort studies zijn enkel mogelijk dankzij patiënten en familieleden die bereid zijn om eraan mee te werken. Wij bedanken hen uitdrukkelijk. De zeldzaamheid van de ziekte maakt het uitdagend om voldoende studiedeelnemers te vinden en onderstreept het cruciale belang van netwerken en referentiecentra voor zeldzame aandoeningen, zoals erfelijke vormen van FTD, ook in Vlaanderen.”

Het testen van de nieuwe behandeling in UZ Leuven kwam tot stand dankzij een interdisciplinaire samenwerking tussen verschillende disciplines en hun unieke expertises, in het bijzonder de ziekenhuisapotheek, fase-1 eenheid (prof. dr. Jan de Hoon), interventionele radiologie (prof. dr. Philippe Demaerel), anesthesie (prof. dr. Frederik De Buck), nefrologie (prof. dr. Dirk Kuypers), de FTLD-kliniek (prof. dr. Mathieu Vandenbulcke en prof. dr. Rik Vandenberghe) en de clinical trial unit van de geheugenkliniek (Carine Schildermans, prof. dr. Rik Vandenberghe).

Gerelateerd

Laatste aanpassing: 15 mei 2024