Lichamelijke aanpassingen na een bevalling

De kraamperiode begint bij de geboorte en duurt ongeveer zes weken. Na deze periode zijn de meeste lichamelijke veranderingen verdwenen en keert het lichaam terug naar zijn toestand vóór de zwangerschap.
Na de bevalling trekt je baarmoeder spontaan samen. Daardoor gaat ze langzaam terug naar de toestand van vóór je zwangerschap. Door deze samentrekkingen wordt ook de plaats waar de moederkoek zat dichtgedrukt. Zo verlies je niet te veel bloed.
Na een vaginale bevalling heb je de eerste vier dagen vooral rood bloedverlies. Dit lijkt op een hevige menstruatie en neemt geleidelijk af. Daarna verandert het bloedverlies van kleur: het wordt bruin en later geelachtig. Dit kan tot ongeveer zes weken na de bevalling duren.
Na de bevalling kan je hechtingen hebben door een knip of een scheurtje. Sommige vrouwen hebben hier veel last van, anderen minder. Het blijft een wond op een plaats die je voelt wanneer je zit, ligt of beweegt.
De eerste keer ontlasting maken na de bevalling kan moeilijk zijn. Ook plassen kan minder vlot gaan en pijn doen.
Door aangepaste oefeningen, die je leert bij de kinesitherapeut, worden jouw spieren terug hersteld. Thuis kan je de aangeleerde oefeningen nog voortzetten.
De eerste dagen na de bevalling word je een aantal kilo lichter. Dit is onder andere het gewicht van de baby, de moederkoek, het vruchtwater en de krimpende baarmoeder. Langzaam zal jouw lichaam opnieuw zijn oorspronkelijk figuur aannemen.
Laatste aanpassing: 24 februari 2021