Wie komt in aanmerking voor een LVAD?

Een multidisciplinair VAD-team evalueert of u baat heeft bij een LVAD-implantatie. Op basis van internationale criteria wordt de indicatie en prognose beoordeeld. Factoren zoals de aard en ernst van uw hartfalen, uw medische voorgeschiedenis, psychosociale factoren en omkadering, technische haalbaarheid van de operatie … worden hierbij zorgvuldig afgewogen.

Een LVAD-implantatie kan aanbevolen worden:

  • in afwachting van een harttransplantatie (bridge to transplant) of als het nog onduidelijk is of een harttransplantatie mogelijk is (bridge to decision).
  • als permanente behandeling in het geval een patiënt niet in aanmerking komt voor een harttransplantatie (destination therapy).

In zeldzame gevallen (2%) kan een verzwakt hart met behulp van een LVAD zijn functie nog herstellen (bridge to recovery). In de meeste gevallen is ernstig hartfalen echter een onomkeerbare aandoening.

Hoe werkt een LVAD?

Een LVAD of Left Ventricular Assist Device ondersteunt de linker hartkamer. Deze elektrisch aangedreven hartpomp stuwt het bloed van de linker hartkamer naar de aorta om het lichaam van voldoende zuurstofrijk bloed te voorzien. Omdat deze pomp het bloed voortstuwt met behulp van een rotor ontstaat er een continue bloeddoorstroming naar de aorta. Bijgevolg kan u bij LVAD-patiënten geen pulsaties van de bloedvaten meer waarnemen en is er dus geen polsslag meer te voelen.

Een hartpomp ondersteunt het hart om meer bloed rond te pompen met minder inspanning, terwijl een kunsthart het falende hart volledig vervangt. Een LVAD is dus géén kunsthart en wordt naast ‘hartpomp’ soms ook ‘steunhart’ genoemd.

Onderdelen van een LVAD

Een LVAD heeft zowel inwendige als uitwendige onderdelen:

  • De eigenlijke pomp wordt bevestigd op de punt van de linker hartkamer of het linker ventrikel.
  • De outflow canule is een flexibele buis die de verbinding vormt tussen de pomp en de aorta. Op die manier wordt het bloed vanuit het linker ventrikel naar de aorta gestuwd.
  • De besturingskabel of driveline verbindt de pomp met de controller en stroombron buiten het lichaam. De driveline verlaat het lichaam door een opening in de buikwand, ook wel de kabelpoort genoemd. Via deze kabel wordt de pomp aangestuurd en van energie voorzien.
  • De controller van de pomp is een kleine computer die het toestel aanstuurt, de pompparameters weergeeft en waarschuwt bij problemen door middel van alarmen.
  • Om een continue werking te kunnen garanderen, moeten de stroomkabels van de controller altijd verbonden zijn met een vaste stroombron (netstroom) of batterijen.

Het VAD-team zal u van een gedetailleerde patiëntenhandleiding voorzien na uw LVAD-implantatie. Binnen ons centrum wordt vandaag gewerkt met HeartMate 3TM.

Verloop LVAD-implantatie

  • Tijdens een LVAD-implantatie wordt de borstkas geopend via sternotomie (openen van het borstbeen op de middellijn). In sommige gevallen gebeurt de operatie via een thoracotomie (tussen de ribben door). 
  • Vervolgens neemt de hart-longmachine de functie van hart en longen tijdelijk over.
  • De hartpomp wordt op de punt van de linker hartkamer of ventrikel vastgehecht. Een flexibele buis (outflow canule) die van hieruit vertrekt wordt vastgehecht op de aorta. Zo kan het bloed van de linker hartkamer naar de aorta worden gepompt.
  • De hartpomp is verbonden met een kabel (driveline) die doorheen de buikwand (kabelpoort) naar buiten komt. Deze kabel wordt aangesloten op het besturingssysteem (controller) met stroombron.
  • Uiteindelijk wordt de hart-longmachine gestopt waarna de LVAD de bloedsomloop overneemt.

De operatie duurt gemiddeld 3-5 uren en wordt uitgevoerd onder algemene verdoving. Afhankelijk van de conditie en ernstgraad van de hartziekte kan de operatietijd variëren.

Meer over het verloop van uw operatie

Klik hier voor meer informatie over het verloop van een hartoperatie. 

Hoe verloopt een hartoperatie?

Voordelen, risico’s en uitdagingen bij LVAD

Implantatie van een LVAD is een levensreddende behandeling die de levensduur en -kwaliteit van patiënten met eindstadium hartfalen verbetert. Door de bloedtoevoer naar uw lichaam te vergroten, zorgt een LVAD voor een betere functie van uw organen en functionele status (minder vermoeidheid, meer kracht en een betere ademhaling). Hoewel het leven met een LVAD ook enkele beperkingen met zich meebrengt (zoals niet meer zwemmen of baden), zal het u in staat stellen om algemene dagelijkse activiteiten opnieuw te kunnen uitvoeren.

Net zoals bij andere grote operaties, kan de operatie zelf en het leven met een LVAD gepaard gaan met complicaties en uitdagingen. Problemen die zich vlak na de operatie kunnen voordoen, zijn vroegtijdige bloeding in de borstholte en rechter hartfalen. Andere risico’s die geassocieerd zijn met LVAD-therapie zijn o.a. een verhoogde bloedingsneiging, infectie ter hoogte van de kabelpoort of het kabeltraject.

Contact

Laatste aanpassing: 22 maart 2024