Kanker opsporen met NIPT-test

1 maart 2019
De NIPT, een bloedtest ontwikkeld om afwijkingen bij foetussen op te sporen, blijkt ook in staat om vroegtijdig tumoren in het bloed op te sporen. Artsen in UZ Leuven ontdekten het per toeval. Een doorbraak in het kankeronderzoek, blokletterden de kranten. Wat is het belang van die ontdekking?

Het centrum menselijke erfelijkheid van UZ Leuven gebruikt sinds 2013 de NIPT-test om na te gaan of een zwangere vrouw een kind draagt met aangeboren afwijkingen. De niet-invasieve prenatale test (NIPT) is een bloedtest: in een staaltje bloed van de moeder zoekt men naar aangeboren afwijkingen van de foetus, zoals het syndroom van Down. Onderzoek wijst nu uit dat de test ook bepaalde kankers bij de moeder in een vroeg stadium kan opsporen.

De NIPT-test onderzoekt celvrij DNA dat circuleert in het bloed. Bij zwangere vrouwen kan het DNA in hun bloed zowel van de moeder als van de ongeboren baby afkomstig zijn. DNA van de foetus komt via de moederkoek in het bloed van de moeder terecht, maar het DNA kan ook van de moeder zelf zijn. De test is ontwikkeld om op te sporen of er bij de foetus genetische afwijkingen zijn, zoals trisomie 13, 18 of 21. Dat laatste is het syndroom van Down.

Zoektocht naar 'heilige graal' voor kankeroplossing
prof. dr. Frédéric Amant

Prof. dr. Frédéric Amant, specialist gynaecologische oncologie in UZ Leuven: “Onze genetici van het centrum menselijke erfelijkheid ontdekten bij een zwangere vrouw ook afwijkingen op andere chromosomen, afwijkingen die typisch zijn voor kanker. Wij waren op de afdeling gynaecologische oncologie al enkele jaren bezig met een onderzoek naar kankertherapie tijdens de zwangerschap: de ontdekking van de genetici kwam dus bij ons terecht. Samen met hen besloten we er verder onderzoek naar te doen.”

Confronterend

Bij de betrokken vrouw werd een MR-scan genomen van het hele lichaam, en zo ontdekten de artsen dat ze leed aan de ziekte van Hodgkin, een bloedkanker. De diagnose voor die kanker konden ze dus stellen nog voor er symptomen merkbaar waren. Professor Amant: “Een groot deel van alle NIPT-testen bij zwangere vrouwen in Vlaanderen wordt in UZ Leuven uitgevoerd. Dat is een behoorlijk grote groep. Uiteindelijk spoorden we bij nog een aantal andere vrouwen via de NIPT een bloedkanker op.”

Een kankerdiagnose is niet waar vrouwen op hopen wanneer ze de NIPT aanvragen. “Dat klopt, het is heel confronterend voor een vrouw wanneer zoiets gebeurt. Daarom is het ook belangrijk dat we vrouwen die tijdens hun zwangerschap naar ons komen voor een NIPT-test nu goed informeren over die mogelijkheid. Ook al is de kans dat kanker tijdens de zwangerschap ontdekt wordt maar één of twee op duizend zwangerschappen.”

Voor de zwangere vrouw was de diagnose slecht nieuws, maar voor het kankeronderzoek was de ontdekking misschien wel van groot belang. Was het een toevallige ontdekking of zou je de NIPT in de toekomst kunnen gebruiken om kanker in een vroeg stadium op te sporen bij op het eerste gezicht gezonde personen? Daarvoor was verder onderzoek nodig: er werd een grootschalig onderzoek op poten gezet bij meer dan duizend 65-plussers zonder kankersymptomen. En ook bij vijf van hen ontdekten artsen een bloedkanker in een heel vroeg stadium.

Op grote schaal

Dat betekent dat de hypothese klopte: de NIPT kan ook als screeningsinstrument voor kanker gebruikt worden. Verder onderzoek moet nu uitwijzen of men de test op grote schaal kan inzetten om gezonde personen te screenen op bloedkankers in een vroeg stadium. Daarnaast willen artsen onderzoeken of ze de test kunnen aanpassen om nog andere types van kanker op te sporen.

Professor Amant : “Hoe vroeger we kanker kunnen opsporen en behandelen, hoe groter de kans op slagen. Onze ontdekking is een echte doorbraak op wetenschappelijk vlak. We hopen dat we de techniek over een aantal jaren ook effectief kunnen gebruiken om bloedkanker sneller op te sporen bij een breed publiek. We vonden tot nu alleen bloedkanker met de NIPT, vaste kankers hebben we via deze test nog niet kunnen opsporen. Er is verder onderzoek nodig om te zien of we de test zo kunnen verfijnen dat we die ook kunnen opsporen.”

Het onderzoek loopt nu verder op drie sporen. “We volgen de huidige groep onderzochte 65-plussers verder op. We zagen bij sommige mensen namelijk nog andere afwijkingen die geen kankers waren. Wie weet leveren die nog andere ontdekkingen op. We onderzoeken of het zinvol is om de test als screening te gebruiken voor mensen met een verhoogd risico op bloedkankers. En we proberen de test zo te verfijnen dat we ook andere kankers kunnen opsporen. Dat zou werkelijk ‘de heilige graal’ van de kankeropsporing zijn. Omdat we dan een middel hebben om kanker te screenen nog voor er symptomen zijn.”

Met dank aan de vrijwilligers

Een universiteit heeft een pak minder fondsen voor onderzoek ter beschikking dan commerciële bedrijven die met gelijkaardige onderzoeks­projecten bezig zijn. Maar dankzij de medewerking van vrijwilligers kon het team van UZ Leuven en de KU Leuven als eerste de resultaten voorleggen van kankeropsporing in het bloed via een NIP-test.

Prof. dr. Frédéric Amant: “We vonden 1 002 65-plussers bereid om een bloedstaal te geven. We kiezen voor die leeftijdsgroep omdat de kans om kanker te vinden bij hen groter is dan bij jongere mensen. Om hen te vinden, ging ons team naar tal van avonden, bijeenkomsten en lezingen voor senioren, waar ze mensen aanspraken en ter plekke bloedstalen namen. Het is fantastisch dat we zoveel vrijwilligers vonden voor dit onderzoek, want het heeft tot knappe resultaten geleid.”

De eerste resultaten van de studie werden gepubliceerd in het vakmagazine Annals of Oncology. Het onderzoek is een samenwerking van prof. dr. Frédéric Amant, postdoctoraatsonderzoeker Liesbeth Lenaerts (labo gynaecologische oncologie) en prof. dr. Joris Vermeesch (CME).

(TEKST: Isabelle Rossaert)

Gerelateerd

Meer nieuws over "Algemene medische oncologie"

Algemene gezondheidsproblemen bij oudere kankerpatiënten te weinig aangepakt

18 oktober 2018
Bij 70 procent van de zeventigplussers met kanker is er een risico op leeftijdsgebonden problemen die invloed kunnen hebben op de kankerbehandeling en prognose. In die risicogroep heeft vier op de vijf ouderen behoefte aan gespecialiseerde hulp, maar die hulp komt meestal niet tot bij de patiënt.
Lees meer
Laatste aanpassing: 27 april 2021