Dit komt doordat de oorzaak van epilepsie in de hersenen ligt, waardoor de organisatie en werking van het hersennetwerk niet altijd optimaal functioneert. Epileptische aanvallen zijn daar een zichtbaar gevolg van, maar ook cognitieve uitdagingen en problemen kunnen voorkomen. Daarnaast kan het onderliggend epileptisch proces op zichzelf zorgen voor cognitieve problemen. Die kunnen nog meer uitgesproken zijn bij kinderen met een aantoonbaar hersenletsel. Ook andere factoren spelen een rol, zoals bijwerkingen van medicatie, stress, vermoeidheid of bijkomende diagnoses zoals ADHD of een leerstoornis. Cognitieve problemen zijn vaak al vroeg in het beloop van epilepsie aanwezig en kunnen zelfs voorafgaan aan het begin van de aanvallen.
Veel voorkomende moeilijkheden liggen op het gebied van aandacht, geheugen, verwerkingssnelheid (werktempo) en leervermogen. Deze problemen kunnen soms blijven bestaan, zelfs bij een goede aanvalscontrole en het gebruik van de juiste medicatie. Bij bepaalde soorten aanvallen zien we ook typische gevolgen voor cognitie en leren, tijdens een absence-aanval zullen de hersenen bijvoorbeeld geen nieuwe informatie inprenten.
Tegelijkertijd is het belangrijk om te weten dat niet alle kinderen met epilepsie cognitieve problemen hebben, dit varieert sterk per kind en type epilepsie. Het overgrote deel van de kinderen ontwikkelt geen of slechts milde cognitieve problemen. Bovendien betekent de aanwezigheid van (subtiele) moeilijkheden niet noodzakelijk dat een kind ook effectief problemen zal hebben in het dagelijkse (school)leven.
Intelligentie
Intelligentie verwijst naar het vermogen van een persoon om te leren, problemen op te lossen, logisch na te denken en zich aan te passen aan nieuwe situaties. Het wordt vaak gemeten met IQ-tests, die een indicatie geven van het cognitief functioneren.
Epilepsie en een verstandelijke beperking kunnen samen voorkomen. Ongeveer 20–30 % van de mensen met een verstandelijke beperking heeft epilepsie. Andersom geldt dat ongeveer 25 % van de mensen met epilepsie een verstandelijke beperking heeft. De combinatie van epilepsie en een verstandelijke beperking heeft een invloed op diverse domeinen van het dagelijks leven, waaronder leren, sociale interacties, communicatie en zelfstandigheid.
Kinderen met moeilijk behandelbare, symptomatische epilepsie hebben over het algemeen een lager IQ, terwijl kinderen met goed behandelbare epilepsie doorgaans een IQ hebben dat hoogstens iets lager is dan gemiddeld.
Aandacht en concentratie
Aandachtsproblemen komen frequent voor bij epilepsie, mede doordat de hersengebieden die betrokken zijn bij aandacht wijdverspreid zijn over de hersenen. Volgehouden aandacht, of het vermogen om gedurende langere tijd gefocust te blijven, vooral als iets saai of vervelend aanvoelt, is een veelvoorkomend knelpunt bij kinderen met epilepsie. Verschillende epilepsiesyndromen kunnen de aandacht op verschillende manieren beïnvloeden.
Aandachtsproblemen kunnen zich uiten in:
- Moeite om de aandacht bij een spel of taak te houden
- Weinig oog hebben voor details
- Snel afgeleid zijn door (omgevings)prikkels, zoals geluiden, beweging of eigen gedachten
- Moeite met het organiseren van taken
- Vergeetachtig lijken
- ...
Een fijne, stimulerende leeromgeving die op de moeilijkheden kan inspelen, kan voor het kind een groot verschil maken.
ADHD
Bij sommige kinderen zijn de aandachtsproblemen zo ernstig en storend voor het dagelijks functioneren dat er sprake is van ADHD. Vanuit onderzoek weten we dat epileptische aanvallen vaker voorkomen bij kinderen met ADHD en omgekeerd.
Veel kinderen en jongeren vertonen wel eens onaandachtig of druk gedrag. Er moet pas aan ADHD gedacht worden als dit voldoende ernstig is. Een deel van de kinderen met epilepsie vertoont gedragskenmerken die lijken op die van kinderen met ADHD. Vooral aandachtsproblemen zonder hyperactiviteit (ADHD overwegend onaandachtige type) komen het meest voor. In tegenstelling tot de algemene bevolking, waar ADHD vaker bij jongens voorkomt, is de verdeling tussen jongens en meisjes bij kinderen met epilepsie ongeveer gelijk. De relatie tussen ADHD en epilepsie is wederzijds, waarbij het hebben van de ene aandoening het risico op de andere vergroot. Vroege opsporing en behandeling van ADHD bij kinderen met epilepsie is belangrijk, omdat deze combinatie een negatieve invloed kan hebben op gedrag, leren en sociale ontwikkeling.
De educatieve en gedragsmatige ondersteuning die ingezet wordt voor kinderen met aandachtsproblemen (zonder epilepsie) is ook effectief voor kinderen mét epilepsie.
Executief functioneren
Kinderen met epilepsie kunnen net als leerlingen met ADHD of leerstoornissen moeilijkheden ervaren met de executieve functies. Dit zijn de denkprocessen die nodig zijn om ons gedrag te plannen, organiseren, aan te sturen en te reguleren. Omdat epilepsie gepaard gaat met verstoringen in de hersenen, kan dit de ontwikkeling van deze functies belemmeren. Vooral het plannen en organiseren kan daardoor moeizamer verlopen.
Veel kinderen, ook zonder epilepsie, hebben hier in meer of mindere mate moeite mee. Door een kind veel structuur te bieden en opdrachten op te splitsen in kleine, overzichtelijke stappen, kan het leren beter om te gaan met deze uitdagingen.
Verwerkingssnelheid
Kinderen met epilepsie hebben soms een tragere of wisselende verwerkingssnelheid. Dit is de snelheid waarmee een persoon informatie kan begrijpen en erop kan reageren. Het gaat om de efficiëntie van het brein bij het verwerken van informatie, zoals visuele, auditieve of bewegingsprikkels.
Een tragere verwerkingssnelheid kan resulteren in:
- Wisselend reageren
- Een langzamere reactietijd op opdrachten
- Moeite met snel en methodisch werken
- Moeite met het aanleren van een routine
- Moeite om het tempo van de lessen bij te houden
Geheugen
Kinderen met epilepsie kunnen moeite hebben om hun geheugen goed te gebruiken. Dit kan zich uiten in problemen met het opnemen, vasthouden of terug oproepen van nieuw geleerde informatie.
De oorzaken van deze geheugenproblemen zijn uiteenlopend. Ze kunnen het gevolg zijn van de aanvallen zelf, vooral wanneer die ontstaan in de temporaalkwab, een hersengebied dat belangrijk is voor het geheugen. Ook verstoorde slaap, bijwerkingen van medicatie, onderliggende hersenafwijkingen en bijkomende problemen zoals aandachtsstoornissen of leerproblemen kunnen hieraan bijdragen.
Geheugenklachten komen vaak voor vlak vóór of na een aanval. Tijdens een aanval raken de hersenen tijdelijk verstoord, wat ertoe kan leiden dat herinneringen aan de periode net voor de aanval verloren gaan. Ook de periode erna kan verwarring of vermoeidheid geven, waardoor het geheugen tijdelijk minder goed werkt.
De meest voorkomende geheugenproblemen bij kinderen met epilepsie zijn:
- Vergeten wat ze zojuist hebben gehoord of gelezen
- Vergeten van gebeurtenissen van langer geleden, zoals schooluitstappen
- Problemen met het ophalen van woorden (woordvindingsproblemen) of van informatie
- Snel vergeten van informatie die ze eerder hebben geleerd
Schoolse vaardigheden
Op school wordt samen met de kinderen gewerkt richting het verwerven van de schoolse vaardigheden. Zo leren kinderen stapsgewijs hun executieve functies zoals plannen en structureren beter beheersen. Daarnaast wordt er in de lagere school ook sterk ingezet op het verwerven van het lezen, spellen en rekenen.
Epilepsie kan een invloed hebben op de hersennetwerken die betrokken zijn bij het lezen, leren of spellen. Deze moeilijkheden zijn vaak al aanwezig van voor de diagnosestelling. Bij sommige kinderen komt daarnaast een comorbide primair leerprobleem voor, zoals dyslexie, dyscalculie of dysorthografie. Vanuit onderzoek weten we dat epilepsie vaker voorkomt bij personen met leerstoornissen, maar dat ook leerstoornissen vaker voorkomen bij personen met epilepsie. Zowel de epilepsie als de leerstoornis kan een symptoom zijn van een onderliggende hersenaandoening. Deze stoornissen hebben vooral invloed op schoolprestaties, met name bij lezen, schrijven en rekenen.