Behandeling van kinderepilepsie

Enkele mogelijke behandelingen voor deze epilepsie bij kinderen. Na de diagnose kiest uw arts, samen met u en de andere artsen van het team, de beste oplossing voor uw kind. De behandeling kan dus afwijken van de hieronder voorgestelde therapie(ën).

Anti-epileptica (AED)

Een optimale behandeling bestaat erin om plotse aanvallen te voorkomen. Daarvoor bestaan er verschillende anti-epileptische medicatie. Meer dan 90 % van de kinderen met epilepsie wordt behandeld met medicatie. De medicatie die we voorschrijven kan epileptische aanvallen voorkomen, maar is jammer genoeg niet altijd in staat om de epilepsie volledig te controleren. Deze medicatie moet dagelijks worden ingenomen, meestal in 2 of 3 innamen per dag en dit gedurende enkele jaren of zelfs bij sommige patiënten levenslang. Bij de start van nieuwe medicatie dient steeds rekening gehouden te worden met een periode waarin het kind moet wennen aan de nieuwe medicatie. Vaak moet de medicatie opgebouwd worden tot de correcte dosis en zal deze nog niet onmiddellijk het gewenste effect hebben. Dit vraagt de nodige tijd. Ook kunnen bijwerkingen zoals vermoeidheid tijdens de opbouwperiode meer aanwezig zijn, deze verdwijnen vaak opnieuw na deze periode.

Nervus Vagus Stimulator (NVS)

Een mogelijke behandeling bij moeilijk behandelbare epilepsie is de Nervus Vagus Stimulator (afkorting NVS of VNS). Daarbij wordt ter hoogte van de borstkas een kleine generator onderhuids geplaatst van waaruit een elektrode vertrekt naar de nervus vagus, een zenuw in de halsstreek. Om de X- aantal minuten wordt de nervus vagus en dus ook de hersenen voor een X- aantal seconden gestimuleerd. Deze ‘hersenpacemaker’ zorgt bij kinderen met moeilijk behandelbare epilepsie voor een vermindering van het aantal aanvallen en een betere alertheid. Bij slechts zeer weinig kinderen is er echter een totale aanvalsvrijheid. Bij deze stimulator hoort altijd een magneet. Deze kan kruiselings over de stimulator bewogen worden aan het begin of tijdens een aanval, met als doel de aanval in te korten of zelfs te stoppen. 

Het gebruik van deze magneet heeft een ingebouwd veiligheidssysteem waardoor er geen risico bestaat op overstimulatie.

Ketogeen dieet

Geschiedenis van het ontstaan

Meer dan 100 jaar geleden ontdekte men dat kinderen met epilepsie minder aanvallen hadden wanneer zij vastten. Om te begrijpen waarom dit zo was, bestudeerden wetenschappers de processen die zich in het lichaam voltrekken tijdens het vasten. Waar het lichaam onder normale omstandigheden snel energie kan halen uit het verbranden van koolhydraten (o.a. suikers en zetmeel), wordt het tijdens het vasten gedwongen om een andere energiebron aan te spreken, namelijk het lichaamsvet. Het proces van vetverbranding geeft stoffen vrij in het bloed, de zogenaamde ketonlichamen of kortweg ketonen. De hersenen, welke normaal enkel glucose gebruiken als brandstof, blijken deze ketonen als alternatieve brandstof te kunnen inzetten welke een positieve uitwerking op het epileptisch brein had. Dr. Russell Wilder van de Mayo kliniek begreep dat je door de inname van koolhydraten (glucose) tot een strikt minimum te beperken en dit te combineren met een hoge vetinname, dat het lichaam, net als bij het vasten, overschakelt op vetverbranding - maar dan uit de voeding en niet uit de vetreserve - en hierdoor ketonen produceert. 

Doorheen de jaren zijn er verschillende vormen van ketogeen dieet ontstaan waaronder het strikt of klassiek ketogeen dieet, het MCT-dieet, het gemodificeerd ketogeen dieet en het Modified Atkins diet of MAD. Wat ze allen gemeen hebben, is een sterke beperking van koolhydraatinname en een hoge(re) vetinname. De hoeveelheid eiwitten varieert, afhankelijk van de toegepaste vorm en de individuele behoefte.  De arts en diëtist bepalen welke dieetvorm geschikt is. 

Niet voor iedereen

Het ketogeen dieet kan een mogelijke behandeloptie zijn, maar is niet voor iedereen geschikt. Voor metabole aandoeningen zoals GLUT1-deficiëntie en Pyruvaat dehydrogenase deficiëntie is dit een primaire behandelingstherapie. Sommige epilepsiesyndromen hebben een grotere kans op aanvalsreductie dan andere. Maar er zijn een aantal contra-indicaties waarmee rekening gehouden moet worden zoals bv stoornissen in de vetstofwisseling of orgaanfalen. Ook de sociale en familiale situatie moet voldoende ondersteuning kunnen bieden bij een dieet dat strikt te volgen is.  

Voor elke leeftijd

Het ketogeen dieet kan zowel bij zuigelingen, kinderen en adolescenten als bij volwassenen opgestart worden. Bij kinderen en jongeren zal de instelling van een ketogeen dieet tijdens een opname van gemiddeld 5 dagen in het ziekenhuis gebeuren. Tijdens deze opname wordt het dieet ingesteld en wordt educatie gegeven. Bedoeling is dat je na opname zelfstandig ketogene maaltijden kan bereiden volgens het individuele dieetvoorschrift.  Het ketogeen dieet kan als flesvoeding, vaste voeding en als sondevoeding gegeven worden. 

Verloop opstart ketogeen dieet

Voorafgaand aan de opstart van een ketogeen dieet, ga je langs bij de diëtiste en de metabole arts. Zij gaan na of een ketogeen dieet geschikt is voor je of niet. De voedingsgewoonten worden in kaart gebracht, of er voldoende ondersteuning aanwezig is om het ketogeen dieet in de praktijk te kunnen volgen, en er wordt wat bloed afgenomen om mogelijke contra-indicaties te kunnen uitsluiten. Medicatie wordt nagekeken en dient bij voorkeur omgewisseld te worden naar suikervrije alternatieven.

Tijdens opname of ambulante opstart wordt elke dag een maaltijd bereid waarbij de hoeveelheid vetten dagelijks meer wordt en de koolhydraten minder. Er wordt met een bloedketonenmeter nagegegaan of er ketonen gevormd worden. Eens je voldoende ketonen aanmaakt en je blijft 24u in een stabiele ketose, is je dieet ingesteld. Je krijgt dagelijks educatie. Je leert o.a. voedingsetiketten lezen in functie van het dieet, maaltijden berekenen, ketonen meten in urine en in bloed, wat je moet doen als je te weinig of te veel ketonen aanmaakt. 

Eenmaal je dieet ingesteld is, word je nog regelmatig opgevolgd. Je komt een eerste maal na ongeveer 1 maand op controle bij de arts en diëtiste. Nadien is dit om de 3 maanden. Tussendoor kan je steeds met vragen omtrent het dieet terecht bij de diëtist.

Chirugie

Info volgt nog.

Laatste aanpassing: 29 januari 2026