Nieuwe genees­middelen voor uit­gezaaide nier­kanker

17 december 2015

Op het Europese kanker­congres in Wenen werden twee nieuwe genees­middelen voor uit­gezaaide nier­kanker voorgesteld die beter blijken dan de huidige standaard tweede­lijns­therapie. Om die dure kanker­therapieën betaal­baar te houden, doen artsen van UZ Leuven onderzoek naar voor­spellende merkers: ze proberen te bepalen welke therapie voor welke patiënt het meest geschikt is.

Nieuwe therapieën duur

Het kanker­onderzoek staat niet stil: nieuwe therapieën zijn in opmars, waaronder veel­belovende immuun­therapie die ervoor zorgt dat een tumor niet langer het eigen immuun­systeem afremt. Maar die nieuwe therapieën zijn duur. UZ Leuven investeert daarom niet alleen in onderzoek naar nieuwe genees­middelen, maar ook in studies die sub­groepen van patiënten af­bakenen om op voor­hand te voor­spellen welke nieuwe therapie voor hen het best werkt.

Uit­gezaaide nier­kanker

In België krijgen gemiddeld 1.600 mensen per jaar te horen dat ze nier­kanker hebben. Als de tumor vroeg gevonden wordt en er geen uit­zaaiingen zijn, kan de patiënt genezen met een chirurgische ingreep. Bij 30 procent van de patiënten zijn er op het moment van de diagnose al uit­zaaiingen, omdat nier­kanker meestal laat en eerder toevallig ontdekt wordt. Bovendien zal een deel van de patiënten zonder uit­zaaiingen, na de operatie toch nog her­vallen en uit­zaaiingen ontwikkelen.

Het effect van bloedvat­remmers bij uit­gezaaide nier­kanker is meestal beperkt in de tijd

Zodra er uit­zaaiingen zijn, is een therapie nodig om de uit­zaaiingen af te remmen. Sinds tien jaar gebruikt men daarvoor vooral bloedvat­remmers, die ver­hinderen dat de tumor gevoed wordt. Hun effect is meestal beperkt in de tijd: gemiddeld werkt een eerste­lijns­therapie met bloedvat­remmers ongeveer een jaar.

Tweede­lijns­therapie: beperkt effect

Voor de daarop­volgende tweede­lijns­therapie gebruikt de oncoloog sinds enkele jaren ofwel een ander type bloedvat­remmer ofwel een mTOR-inhibitor, die ervoor zorgt dat het eiwit mTOR in de tumor­cel zijn werk niet meer kan doen. Helaas werkt een tweedelijns­therapie doorgaans maar drie tot zes maanden en krimpt de tumor daarbij zelden.

Nieuwe studies en aan­bevelingen

Op het Europese kanker­congres in Wenen zijn twee nieuwe therapieën voor­gesteld, die als tweedelijns­therapie allebei efficiënter blijken te zijn dan een mTOR-inhibitor. De resultaten werden ook gepubliceerd in The New England Journal of Medicine.

Patiënten die met cabozantinib of nivolumab behandeld werden, leefden langer dan patiënten die met de standaard­therapie behandeld werden

Het eerste product is een nieuw type bloedvat­remmer, cabozantinib. Het tweede is een nieuwe vorm van immuun­therapie, nivolumab. Tumoren remmen het immuun­systeem af: nivolumab kan dat afrem­systeem uit­schakelen, zodat het immuun­systeem de tumor kan aanvallen. De producten werden getest op respectievelijk 658 en 821 patiënten en deden de tumor in belangrijke mate krimpen bij ongeveer 25 percent van de patiënten. Patiënten die met cabozantinib of nivolumab behandeld werden, leefden langer dan patiënten die met de standaard­therapie behandeld werden. Bovendien hadden patiënten die met cabozantinib behandeld werden, een langere ziekte­controle.

Artsen van UZ Leuven werkten aan beide studies mee. Prof. dr. Benoit Beuselinck, oncoloog in UZ Leuven, verwacht dat de nieuwe producten vanaf 2016-2017 beschikbaar zullen zijn en terug­betaald zullen worden voor alle patiënten. Nivolumab is daarbij de eerste immuun­therapie van de nieuwe generatie die beschikbaar zal worden voor nierkanker.

De juiste therapie voor de juiste patiënt

De nieuwe genees­middelen stellen oncologen ook voor een nieuwe uitdaging. Hoewel de nieuwe genees­middelen beter werken dan de voor­gaande therapieën, zijn ze maar bij een deel van de patiënten efficiënt. Een ander deel van de patiënten zal er alleen maar nevenwerkingen van ondervinden. Bovendien zijn de antikankermiddelen erg duur. Het is dus heel belangrijk om het juiste genees­middel aan de juiste patiënt toe te dienen en om te kunnen voor­spellen wie eerder gebaat zal zijn met een bloedvat­remmer en wie met immuun­therapie.

Onderzoek predictieve merkers

Prof. dr. Benoit Beuselinck van UZ Leuven voert sinds zes jaar onderzoek naar predictieve merkers bij het gebruik van bloedvat­remmers bij uit­gezaaide nier­kanker. Zijn onderzoeks­team publiceerde in 2015 als eerste een veel­belovende studie waarin men aantoont welke sub­groepen van patiënten baat hebben bij een bloedvat­remmer.

Het onderzoek naar predictieve merkers voor bloedvat­remmers en immuun­therapie wordt in UZ Leuven voort­gezet. Ook zullen er nieuwe klinische studies met immuun­therapie en bloedvat­remmers van start gaan. Op die manier kan het ziekenhuis aan patiënten nu al de therapieën van de toekomst aanbieden.

Gerelateerd

Meer nieuws over "Algemene medische oncologie"

Algemene gezondheidsproblemen bij oudere kankerpatiënten te weinig aangepakt

18 oktober 2018
Bij 70 procent van de zeventigplussers met kanker is er een risico op leeftijdsgebonden problemen die invloed kunnen hebben op de kankerbehandeling en prognose. In die risicogroep heeft vier op de vijf ouderen behoefte aan gespecialiseerde hulp, maar die hulp komt meestal niet tot bij de patiënt.
Lees meer
Laatste aanpassing: 21 januari 2021