Epilepsie

Door plotse abnormale ontlading van een groep zenuwcellen in de hersenen ontstaat er kortsluiting en krijgt u herhaalde epileptische aanvallen.

Maak afspraak

  • Bel 016 34 48 00 (volwassenen) of 016 34 39 91 (kinderen en jongeren).

Specialisten


Eerste raadpleging

Komt u voor de eerste maal naar de consultatie epilepsie? Vul dan deze vragenlijst in (pdf).

Kortsluiting in de hersenen

Het precieze effect van deze 'kortsluiting' hangt af van de zenuwcellen die erbij betrokken zijn. Voorbeelden:

  • Verstijven
  • Vreemde geuren ruiken
  • Ongecontroleerde bewegingen maken
  • Even afwezig zijn

Wanneer er geen aanval is, werken de hersenen meestal weer normaal en is er aan de persoon met epilepsie niets te merken.

Soorten epileptische aanvallen

Er zijn 2 groepen epileptische aanvallen, ingedeeld volgens de plaats waar de storing begint.

Focale aanvallen

Focale aanvallen beginnen in een bepaald hersengebied.

Soorten focale aanvallen:

  • Enkelvoudig focale aanvallen: u blijft bewust en helder.
  • Complex focale aanvallen: er is een daling of verlies van het bewustzijn.
  • Secundair gegeneraliseerde aanvallen: de aanval start in een deel van de hersenen, maar breidt zich uit naar de gehele hersenen. U raakt bewusteloos en maakt schokkende bewegingen.

Gegeneraliseerde aanvallen

Gegeneraliseerde aanvallen beginnen verspreid over beide hersenhelften.

Soorten gegeneraliseerde aanvallen:

  • Absence: u bent 'even weg', er is een bewustzijnsdaling die plots begint en eindigt.
  • Myoclonische aanval: korte aanval waarbij spieren plots samentrekken.
  • Tonico-clonische aanval: u verliest bewustzijn, verstijft, maakt schokkende bewegingen, lucht wordt uit longen geperst, kaakspieren zijn gespannen, schuimende mond.
  • Clonische aanval: schokken van spieren, meestal in armen en benen
  • Tonische aanval: u verliest het bewustzijn en spieren verstijven.
  • Atone aanval: u verliest het bewustzijn en spieren verslappen plots.

Refractaire epilepsie: als medicatie niet werkt

Epilepsie wordt behandeld met anti-epileptische medicatie. Ongeveer 30% van de mensen met epilepsie wordt niet aanvalsvrij, ondanks inname van anti-epileptica.

We spreken dan van refractaire epilepsie.

Behandeling

U vindt hier een aantal mogelijke behandelingen voor deze aandoening. Na de diagnose kiest uw arts, samen met u en de andere artsen van het team, de beste oplossing voor u. Uw behandeling kan dus afwijken van de hieronder voorgestelde therapie(ën).

  • Anti-epileptica
    Medicatie om epileptische aanvallen onder controle te brengen. Uw arts kiest, afhankelijk van het soort aanvallen en de vorm van epilepsie, een geschikt medicijn met zo weinig mogelijk bijwerkingen.
  • Epilepsiechirurgie
    Operatie waarbij de zone in de hersenen waar de epilepsie ontstaat (epileptogene zone) wordt verwijderd.
  • Nervus vagus stimulatie (NVS)
    Elektrische stimulatie van hersenzenuw aan linkerkant van hals (nervus vagus) om epileptische aanvallen onder controle te krijgen, te doen verminderen of herstel te bevorderen.
  • Ketogeen dieet, bestaat vooral uit vet om vorming van ketonen te bevorderen die op hun beurt een rol spelen bij vermindering van epileptische aanvallen.
  • Diep hersenstimulatie (DBS), elektrische stimulatie van de anterieure kernen van de thalamus

Onderzoeken en diagnose

Bij (vermoeden van) deze aandoening voeren we een of meerdere onderzoeken uit.

  • Klinisch neurologisch onderzoek
  • MR-scan (magnetische resonantie)
    In het magneetveld wekken korte radiogolven signalen op in het lichaam. Een computer verwerkt deze signaalintensiteiten tot allerlei doorsneden van de lichaamsregio.
  • Elektroencefalografie (EEG)
    De elektrische activiteit van de hersenen registreren met behulp van elektroden die op uw hoofd geplaatst worden.
  • 24-uurs video-EEG
    De elektrische activiteit van de hersenen gedurende 24 uur registreren met behulp van elektroden die op uw hoofd geplaatst worden. Tegelijkertijd wordt een video-opname gemaakt. Dit laat gelijktijdige studie toe van aanvallen geregistreerd op video en de kortsluitingen gemeten op EEG.
  • FDG-PET-scan
    Eventuele problemen worden zichtbaar gemaakt via radioactief gemerkt suiker (FDG of fluorodeoxyglucose). Na inspuiting volgt een PET-scan om deze problemen in beeld te brengen.
  • Bloedonderzoek
  • Genetische testen

Meer informatie

Direct naar

Brochures en films

Nieuws


Maak afspraak

  • Bel 016 34 48 00 (volwassenen) of 016 34 39 91 (kinderen en jongeren).