Mieke, vrijwilliger in het kinderziekenhuis

Al sinds 2009 is Mieke actief als vrijwilliger in het kinderziekenhuis van UZ Leuven. "Ik probeer een lichtpuntje te zijn op moeilijke momenten."
Vrijwilligster Mieke

Hoe ben je gestart met vrijwilligerswerk?

Na mijn 50e ben ik mijn werk kwijtgeraakt, na een faillissement van het bedrijf waar ik werkte. Toen kwam er tijd vrij en heb ik er bewust voor gekozen om iets te doen voor iemand anders.
Via goede vrienden, die hier werkten als verpleegkundigen, hoorde ik over vrijwilligerswerk in het ziekenhuis.

Tijdens een eerste gesprek heb ik verteld dat ik als vrijwilliger in het kinderziekenhuis actief wilde zijn, omdat ik heel graag met kinderen wilde werken.
Het heeft daarna nog een jaar geduurd vooraleer er een plaatsje vrij kwam op pediatrie. Ondertussen ben ik hier al 13 jaar actief in de speelzaal van het kinderziekenhuis en ik doe er heel graag nog 13 jaar bij.

Wat houdt je takenpakket precies in? Wat doe je het liefst?

Mijn vrijwilligerswerk houdt in dat ik me één dag per week bezighoud met de kinderen die opgenomen zijn op de afdelingen waar ik actief ben. Ik stem me af op de interesses van de kinderen die op dat moment aanwezig zijn: spelen, knutselen, schilderen, tekenen …

Met oudere patiëntjes hebben we soms ook gewoon een babbeltje, zeker zij hebben daar af en toe nood aan.
Ik werk zowel met kindjes op de speelzaal als individueel op de kamer.
We werken ook mee aan de kanjerketting, een mooi project waarbij kinderen kralen krijgen voor elke belangrijke stap in hun oncologische behandeling.

We zijn er bovendien ook voor de ouders of begeleiders van onze patiëntjes.
Door onze aanwezigheid kunnen we ouders de ruimte geven om een momentje voor zichzelf te nemen. Want als je kindje hier weken ligt, heb je daar soms nood aan.
Je merkt dat het takenpakket heel veelzijdig is en dat het zorgt voor de nodige afwisseling. Dat vind ik heel erg fijn.

Ik haal enorm veel voldoening uit het creatief en spelend aanwezig zijn bij de kinderen.

Wat drijft je om het vol te houden?

Ik haal enorm veel voldoening uit het creatief en spelend aanwezig zijn bij de kinderen.
Maar ook mijn geloof heeft een invloed op mijn vrijwilligerswerk, omdat het mij stimuleert om goed te doen voor andere mensen. Voor mij is het geloof veel meer iets van het hart, dan iets van kerk of instituut. Het maakt dat je anders reageert op wat er rondom jou gebeurt en dat je betrokken bent op anderen.
Ik ben grootgebracht met de idee dat het doel van het leven is om goed te doen. Natuurlijk lukt dat niet altijd, maar ik probeer zoveel mogelijk ten dienste te staan van de ander.

Wat is tot nu toe je mooiste ervaring als vrijwilliger?

Er zijn veel mooie ervaringen. Je krijgt een band met de kinderen en de zorgverleners. Soms voelt het zelfs alsof ze deel zijn van je familie.
De meeste kinderen aanvaarden ons direct, ze associëren ons niet met de moeilijke dingen van een ziekenhuisopname.
Ik stel me bij het binnenkomen van een kamer steeds meteen voor als iemand van de speelzaal. De kinderen weten zo dat je komt om te spelen en te knutselen, waardoor je een andere band met hen krijgt.

Het is ook altijd heel fijn wanneer de kindjes vertellen dat ze goed nieuws gekregen hebben of dat ze naar huis mogen.
Je ziet die kinderen dan opleven en lachen en dan word ik daar zelf ook gelukkig van.

Ik heb hier geleerd dat we veel meer moeten relativeren.

Neem je bepaalde dingen uit het vrijwilligerswerk mee in je dagelijkse leven?

Ik heb hier geleerd dat we veel meer moeten relativeren. In de loop der jaren heb ik beseft wat een luxeleven de meeste mensen leiden, maar dat dit niet voor iedereen zo vanzelfsprekend is.
Je leert hier dankbaar in het leven te staan.

Hoe wil jij met je vrijwilligerswerk een verschil maken voor de patiënten?

Ik hoop via spel en creativiteit kinderen te helpen om hun zorgen even te vergeten en hen weer gewoon kind te laten zijn. Op die manier probeer ik een lichtpuntje te zijn op moeilijke momenten.

Heb jij een levensmotto?

‘De manier om iets bij te dragen, is door te stoppen met praten en te starten met doen.’

Laatste aanpassing: 3 maart 2022