Radiotherapie

Radiotherapie is een behandeling met radioactieve of ioniserende stralen die tot doel heeft de kwaadaardige cellen (kanker) te vernietigen. Bestraling van kanker gebeurt meestal uitwendig met daarvoor geschikte apparatuur (lineaire versnellers) of inwendig door radioactieve bronnen in het lichaam te brengen.

Afspraken

Radiotherapie-oncologie

Kwaadaardige tumor

Alle menselijke weefsels bestaan uit cellen. Die kunnen zich delen als dat nodig is, bijvoorbeeld om oude of beschadigde cellen te vervangen. Als die celdeling ontregeld is en cellen zich ongeremd gaan delen, kan er een gezwel ontstaan. Een gezwel (tumor) kan goedaardig of kwaadaardig zijn.

Een kwaadaardige tumor, ofwel kanker, kan ingroeien in de omringende gezonde weefsels en kan zo ook uitzaaiingen geven. Radioactieve stralen doden of beschadigen cellen in het lichaam. Kankercellen zijn gevoeliger voor straling dan gezonde cellen. Gezonde cellen kunnen beter herstellen van lichte stralingsschade dan kankercellen.

Doel van bestraling

Bij een bestralingsbehandeling moet de stralingsdosis in het gezwel hoog genoeg zijn, terwijl de bestraling van de omliggende gezonde weefsels zo laag mogelijk moet blijven om ze maximaal te beschermen. Op die manier worden de normale of gezonde cellen zo weinig mogelijk beschadigd en herstellen ze zich nadien gemakkelijk, terwijl de kwaadaardige cellen vernietigd worden.

Het is belangrijk om een aangepaste bestralingstechniek te kiezen door de juiste energie of sterkte van de stralen te kiezen en door één of meerdere bestralingsvelden te gebruiken vanuit verschillende bestralingshoeken. Door afzonderlijke bestralingen van enkele minuten, meerdere keren per week te geven, worden tumorcellen effectief beschadigd en krijgt het gezonde weefsel de kans zich te herstellen.

Bestralingsafdeling

Introductie

Voice-over: UZ Leuven beschikt over een modern uitgeruste bestralingsafdeling waar kankerpatiënten bestraald worden. De radiotherapie- of bestralingsbehandeling heeft tot doel de kwaadaardige cellen in het lichaam te vernietigen. Gezonde cellen zijn minder gevoelig voor straling omdat ze zich sneller en beter kunnen herstellen. De bestraling gebeurt meestal uitwendig met behulp van gesofisticeerde bestralingstoestellen. Elke bestralingsbehandeling wordt volledig op maat van de patiënt gemaakt. Voor elke patiënt is een aangepaste techniek en stralingsdosis nodig.

Voorbereiding van de bestralingsbehandeling

Voice-over: Voor de eigenlijke bestraling van start kan gaan, moet de behandeling grondig voorbereid worden. Een eerste stap hierbij is het 'statusgesprek' met de arts op de bestralingsafdeling. Hiervoor komt u samen met uw begeleider rechtstreeks naar het onthaal van de bestralingsafdeling.

Prof. dr. Karin Haustermans - radiotherapeut-oncoloog: "Wij bespreken met de patiënt welke bestralingsbehandeling het meest geschikt is; we noemen dit het behandelingsplan. We leggen uit waarom de bestraling nodig is, hoe vaak en hoelang de patiënt zal worden bestraald, wat de mogelijke bijwerkingen zijn, wat de techniek is, ..."

Voice-over: Tijdens dit eerste gesprek krijgt u veel nieuwe informatie. Als u dit wenst, kunt u nadien ook de sociaal werkster spreken. Zij zal u bijkomende uitleg geven over de praktische aspecten van de behandeling en samen met u naar oplossingen zoeken voor mogelijke praktische problemen.

Voice-over: De volgende stap in de voorbereiding is de simulatie of veldaflijning. Die gebeurt ofwel op dezelfde dag als het statusgesprek ofwel op een later tijdstip, en duurt 30 tot 60 minuten.

Prof. dr. Caroline Weltens - radiotherapeut-oncoloog: "Met de simulatie zoeken we de meest geschikte lichaamshouding om het doelvolume zo optimaal mogelijk te bestralen en de gezonde organen zo veel mogelijk te sparen. Dit doen we met een CT-scan, soms in combinatie met een RX-simulator."

Voice-over: De CT-scan maakt een dwarsdoorsnede van uw lichaam, waardoor het te bestralen volume en de omliggende organen en weefsels goed in beeld worden gebracht. Deze gegevens zijn nodig voor de berekening van de juiste stralingsdosis.

Prof. dr. Caroline Weltens - radiotherapeut-oncoloog: "De simulatie wordt afgerond met het aflijnen van het gebied dat bestraald moet worden. Die aantekeningen moeten gedurende uw hele behandeling zichtbaar blijven en mogen enkel door de verpleegkundigen bijgewerkt worden."

Voice-over: Op specifieke referentiepunten worden zeer fijne, nauwelijks zichtbare tatoeages geplaatst zodat de bestralingsvelden altijd kunnen gereconstrueerd worden.

Prof. dr. Caroline Weltens - radiotherapeut-oncoloog: "Bij patiënten die op hoofd of hals bestraald worden, maken we een bestralingsmasker. De noodzakelijke referenties voor een correcte bestraling worden dan op het masker getekend. Het masker is een garantie dat u tijdens de opeenvolgende bestralingsdagen altijd in dezelfde positie op tafel ligt."

Voice-over: Na de simulatie bezorgt de verpleegkundige u alle afspraken voor uw dagelijkse bestraling met het nummer van uw bestralingstoestel. De eerste bestraling volgt meestal ongeveer een week na de simulatie.

Voice-over: De gegevens die verzameld werden tijdens de simulatie worden naar de planningscomputers gestuurd voor verwerking. De artsen, fysici en dosimetristen beschikken zo over alle nodige technische gegevens om een bestralingsbehandeling op maat van de patiënt uit te werken.

Prof. Frank Van den Heuvel - fysicus: "De radiotherapeut-oncoloog zal eerst het gebied dat bestraald moet worden op de beelden van de CT-scan intekenen. Op deze beelden zijn zowel het doelvolume als de omliggende gezonde organen goed zichtbaar. Daarna bepalen de arts en fysicus samen wat de beste bestraling is. Het is de bedoeling dat het doelvolume de voorgeschreven hoeveelheid bestraling krijgt en het gezonde weefsel rondom zo weinig mogelijk. Meestal gebruiken we meer dan één bestralingsbundel en bestralen wij vanuit verschillende richtingen."

Bestralingsbehandeling

Voice-over: Nadat al het voorbereidend werk is gebeurd, kan de eigenlijke bestralingsbehandeling starten. Op het afgesproken tijdstip meldt u zich aan rechtstreeks aan uw bestralingstoestel. Daar wacht u op instructies van de verpleegkundige.

Fritz Van Clemen - verpleegkundige: "Wij begeleiden de patiënt tijdens de dagelijkse bestralingssessies. Eerst zorgen we ervoor dat de patiënt in de juiste houding op de behandelingstafel wordt geïnstalleerd, eventueel met de nodige hulpstukken zoals masker en voetensteun. Daarna wordt het toestel in de juiste positie geplaatst."

Dialoog tussen verpleegkundige en patiënt: Zo dadelijk start de bestraling. Het is belangrijk dat u stil blijft liggen, en gewoon rustig blijft ademen en slikken. Het toestel gaat bewegen en een zoemend geluid maken. Wij volgen alles vanuit de controleruimte.

Fritz Van Clemen - verpleegkundige: "De duur van de bestraling verschilt van patiënt tot patiënt. We bestralen 1 tot 2 minuten per bestralingsveld. Wat meer tijd in beslag neemt is het positioneren van de patiënt, het maken van de controlefoto’s en het controleren van de bestralingsdosis."

Voice-over: Na de bestraling mag u onmiddellijk naar huis. U bent dan niet zelf radioactief geworden en u kunt gewoon contact hebben met andere mensen, ook met kinderen en zwangere vrouwen. Meestal mag u zelf met de auto naar huis rijden, tenzij de arts anders beslist.

Voice-over: Een keer per week hebt u ook nog een consultatie bij uw arts op een vooraf bepaald tijdstip.

Prof. dr. Karin Haustermans - radiotherapeut-oncoloog: "We kijken of de patiënt de bestraling goed verdraagt en vragen of hij last heeft van nevenwerkingen. We nemen dan de tijd om alle vragen te beantwoorden, verder advies te geven en medicatievoorschriften te bezorgen. De bestraling kan voor de patiënt erg belastend zijn. Daarom kan hij op de bestralingsafdeling ook een beroep op de diëtiste, wondzorgdeskundige, sociaal werkster en kinesitherapeut."

Voice-over: Op de laatste bestralingsdag komt de patiënt nog even langs bij het onthaal en secretariaat, waar hij de nodige documenten voor de terugbetaling van reiskosten door het ziekenfonds krijgt. Dan wordt er ook een afspraak gemaakt voor de eerstvolgende controleconsultatie bij zijn behandelende arts.

Brochures