Virtual reality tegen pijn

1 december 2019

Hypnotiserende zinnen, beelden van verkoelend water en rustgevende geluiden: een bril met virtual reality lijkt een goede manier om bij patiënten met brandwonden minder of geen pijnstillers te moeten toedienen. De komende twee jaar zal UZ Leuven uitzoeken welke patiënten goede kandidaten zijn voor deze alternatieve manier van pijnbestrijding.

Binnenkort krijgen patiënten in UZ Leuven niet alleen klassieke verdoving en pijnstilling wanneer ze verzorgd worden. Wie dat wil, krijgt ook een virtualreality-bril. Daarop zijn rustgevende beelden te zien die hen afleiden van de pijn en het ongemak. De theorie bestaat al sinds de jaren zestig: in de Gate Control Theory zeggen wetenschappers dat ons centrale zenuwstelsel een poort kan open- en dichtzetten om pijn meer of minder toe te laten. Die theorie was de start van heel wat experimenteel en klinisch onderzoek naar pijn.

Prof. dr. Michael Casaer, arts bij intensieve geneeskunde en het brandwondencentrum van UZ Leuven: “Heel kort samengevat: om pijn te voelen, heb je een bepaalde aandacht nodig. Als je die aandacht aan andere zintuiglijke prikkels geeft, kun je de pijnbeleving verminderen. Je zorgt dus voor afleiding van de pijn.”

De meeste patiënten zijn vragende partij om medicatie te verminderen
prof. dr. Michael Casaer

Met de opmars van virtual reality (VR) komt er alsmaar meer wetenschappelijk bewijs dat je met beelden en geluiden iemand in een andere realiteit kunt brengen, waardoor je afstand neemt van pijn en angst. In het brandwondencentrum, waar patiënten elke dag te maken krijgen met pijnlijke wondverzorging, is een dergelijke verzachting van de pijn een grote meerwaarde. Daarom zal UZ Leuven de komende twee jaar op een gestructureerde manier onderzoeken hoeveel patiënten in het brandwondencentrum in aanmerking komen voor die alternatieve pijnbestrijding en welke patiënten er het juiste profiel voor hebben.

Prof. dr. Michael Casaer: “Er zijn in het verleden al vergelijkende studies geweest bij kleine groepjes patiënten: die toonden aan dat virtual reality effectief angst en pijn vermindert, de nood aan medicatie verkleint en ook hun kine-oefeningen makkelijker laat verlopen. Maar die kleinere studies zeggen ons niets over het profiel van de mensen die voor de techniek in aanmerking komen. Daarom doen wij nu een algemene studie bij ál onze brandwondenpatiënten, toch al snel 400 personen per jaar. Wie gaat akkoord om virtual reality op te starten? Wie heeft interesse maar stopt er al snel weer mee?”

Checklist persoonlijkheidskenmerken

Die vragen zijn belangrijk om te kunnen inschatten hoeveel toestellen en extra personeel er nodig is om de techniek op lange termijn te kunnen aanbieden. Professor Casaer: “Een masterthesis in samenwerking met de faculteit psychologie van de KU Leuven toonde aan dat er in brandwondencentra drempels zijn om virtual reality en andere niet-medicamenteuze behandelingen bij angst en pijn in te zetten.”

“Je moet voldoende VR-brillen hebben, zodat elke patiënt zijn eigen bril kan hebben tijdens zijn verblijf om besmetting te vermijden. Daarnaast heb je gemotiveerde en speciaal opgeleide medewerkers nodig die de behandeling voorbereiden samen met de patiënt en die uitzoeken welke aanpak voor hem het meest geschikt is.”

Dankzij een cofinanciering van de Vlaamse overheid en UZ Leuven is er de komende twee jaar voor alle brandwondenpatiënten in UZ Leuven een eigen bril beschikbaar en worden er twee onderzoekers, een verpleegkundige en een psycholoog ingezet om de studie te voeren. Op basis van een checklist van persoonlijkheidskenmerken en de ernst van de verwondingen bepaalt men wie de juiste kandidaten zijn voor de virtualreality-bril.

De juiste kandidaten

Professor Casaer: “De bril is niet geschikt voor kinderen jonger dan zes jaar en voor mensen die nog brandwonden hebben rond de ogen. Daarnaast kan ook het karakter van een patiënt een criterium zijn. Mensen die graag alles onder controle hebben, zijn waarschijnlijk minder geneigd om de bril uit te proberen dan patiënten die heel optimistisch zijn.”

Je leest te vaak hoeraberichten over VR
prof. dr. Michael Casaer

“We willen op wetenschappelijke basis kunnen aanduiden voor wie de bril zinvol zal zijn, zodat we mensen bij wie het waarschijnlijk niet zal lukken er niet mee moeten lastigvallen. Die selectie doen we in samenwerking met professor Ronny Bruffaerts, psycholoog bij UPC KU Leuven. Daarnaast willen we kunnen voorspellen hoeveel opgeleide zorgverleners en toestellen we jaarlijks nodig zouden hebben om de techniek aan elke goede kandidaat aan te bieden.”

VR in de praktijk

Al is het geen vergelijkende studie, toch wil het onderzoeksteam ook een inschatting maken van hoeveel minder medicatie patiënten die voor de bril kiezen nodig hebben. Welke impact heeft VR op de pijn die mensen rapporteren, op het ‘pijngedrag’ dat zorgverleners observeren en op de angstgevoelens, hartslag en ademhaling van de patiënten?

“Een brandwondenpatiënt krijgt behoorlijk zware angstremmende en pijnremmende medicatie. Dat heeft invloed op zijn concentratie, spijsvertering en algemeen gevoel van fit zijn. Patiënten zijn bang om pijn te hebben, maar ze willen ook niet de hele dag suf blijven. De meesten onder hen zijn vragende partij om de medicatie te kunnen weglaten of verminderen.”

Belangrijk is in ieder geval dat de patiënt zelf beslist: hij kan op elk moment de pijnbehandeling met virtual reality stopzetten. Terwijl de patiënt de VR-bril opheeft, staat er naast hem trouwens voortdurend een zorgverlener die extra pijnstillende medicatie kan geven als dat nodig zou zijn. Zodra het onderzoek op de rails staat, zal UZ Leuven ook bekijken of nog andere patiënten in aanmerking komen voor dit type VR-brillen.

Professor Casaer: “Je leest te vaak hoeraberichten over virtual reality, maar te weinig kijkt men hoe vaak je het in de praktijk kunt toepassen bij patiënten die theoretisch een goede kandidaat zijn. Daar willen we met dit project aan bijdragen.”

(Tekst: Ann Lemaître)

Laatste aanpassing: 30 april 2021