Senika (34)

1 december 2019

Hier speelt zich een familietafereeltje af: moeder met twee kinderen, een zoontje (op zijn T-shirt staat ‘give me a break’) en in de kinderwagen een wolk van een baby. Ze komen van de dienst oogziekten, de jongen kijkt nog wat wazig uit zijn ogen. De moeder komt uit Heusden, ze zingt mooi Limburgs. De derde generatie.

Senika: “Mijn zoontje heeft een lui oog, hij kreeg zonet druppeltjes in zijn ogen. Het prikt nu nog wat en hij ziet dus niet goed. Vroeger kreeg hij een 3 op 10 voor zijn ogen, door de behandeling nu is dat 6 op 10 geworden. Daar zijn we erg blij mee. We zijn van Turkse afkomst, mijn opa kwam naar België om in de mijn te werken. Ze hadden het moeilijk, spraken de taal niet, hadden geen huis. Zoals zovele mijnwerkers van zijn generatie heeft hij keihard moeten werken en heeft hij een stoflong gekregen. Als hij nu maar een beetje hoest, krijgt hij het heel moeilijk en hapt hij naar adem. Maar ik heb hem nooit horen klagen. Tenslotte was toen in Turkije helemaal geen werk en was hij blij hier aan de bak te komen. We hebben het goed, we zijn hier gelukkig. Mijn man is preventieadviseur en ik werk als bediende in een supermarkt.”

In hoeverre voelen jullie zich nog Turk?

Senika: “We voelen ons half-Belg, half-Turks. Thuis spreken we de twee talen. We gaan nog wel elk jaar op vakantie in Turkije. Het is er lekker warm en we zijn altijd blij om de familie ginder terug te zien. Ze horen wel aan ons accent dat we in een ander land wonen, we spreken blijkbaar niet meer zo vloeiend Turks. We gaan er op bezoek bij de ouders van mijn man die hier gewoond hebben, maar definitief zijn teruggekeerd omdat ze hun laatste jaren dicht bij hun ouders en familie wilden doorbrengen. Als we ginder zijn en de Turkse vlag zien, voelen toch weer dat we Turkse roots hebben. Maar als we van vakantie terugkomen, zeggen we: we zijn weer thuis.”

We voelen ons half-Belg, half-Turks. Thuis spreken we de twee talen.

In Limburg zeggen ze dat Turken van feesten houden.

Senika: “Dat is omdat wij het Offerfeest en het Suikerfeest vieren. Dat blijft een mooie traditie die niet mag verloren gaan. We belijden nog ons geloof, maar naar de moskee gaan we niet vaak. We bidden nog wel en we volgen in de mate van het mogelijke de ramadan, dat is trouwens gezond voor lichaam en geest. Ik draag geen hoofddoek, mijn mama nog wel. Mijn ouders hebben me daarin vrij gelaten. De hoofddoek geraakt ook wat in onbruik bij jonge vrouwen.”

In Brussel heb ik daarentegen de indruk dat steeds meer allochtone jongelui voor een hoofdoek kiezen?
Senika:
“Dat zijn meestal Marokkanen, bij de Turken zie je het veel minder. Mensen kunnen die twee soms moeilijk uit elkaar houden. We proberen onze kinderen ook in die zin op te voeden: gelovig maar toch vrij. We voelen ons verplicht de tradities van onze voorouders door te geven en misschien zijn we daarom ‘anders’ in de ogen van sommigen. Maar wij voelen ons in België gewoon thuis. Racisme is voor mij nooit een probleem geweest.”

(Tekst: Jan Van Rompaey)

Ons ziekenhuis is een dorp in de stad. Jan Van Rompaey trekt met de regelmaat van de klok naar de koffieshop van campus Gasthuisberg. Om er te luisteren naar gewone en bijzondere verhalen van mensen die hier passeren. Op goed geluk spreekt hij hen aan, zelden weigeren ze een gesprek.

Laatste aanpassing: 21 juni 2021