Mira (50)

1 december 2019

Leerkracht tweede leerjaar, vijfentwintig kinderen in de klas. Al veertien jaar heeft ze een chronische darmaandoening. Toch is ze voor de klas blijven staan, tot het niet meer kon. Ze is goedlachs en praat met een wat schorre stem.

Mira: “Emotioneel heb ik een moeilijke tijd achter de rug. Mijn beide ouders zijn op één jaar tijd overleden. Daarna kreeg ik een opstoot van de darmaandoening waarmee ik al jarenlang kamp. Tijdens zo’n opstoot voel ik me doodmoe en misselijk, met hevige krampen. Die aanvallen duren alsmaar langer. Daarom ben ik hier in het ziekenhuis: ze willen onderzoeken of ik in aanmerking kom voor een studie met een stoelgangtransplantatie, waarbij verdunde stoelgang van een gezonde persoon of van mezelf wordt ingebracht in de darmen. Dat klinkt een beetje vies, maar de therapie heeft al verrassende resultaten opgeleverd. Ik reageer niet goed meer op traditionele medicatie, misschien kunnen ze me daarmee helpen, dat is nog afwachten. Leuk is het niet, het toilet is op dit moment mijn beste vriend (lacht). Ik ben moeten stoppen met lesgeven, dat werd me te zwaar. Ik hoop dat het tijdelijk is, maar ik heb ook nog een stembandverlamming. En daarnaast heb ik nog de zorg voor een gezin met twee zonen. Het werd mij echt teveel. Ziek zijn opent soms je ogen, je beseft dat je lichaam zijn grenzen heeft en dat het smeekt om tot rust te mogen komen.”

Ziek zijn opent soms je ogen

Vind je dat je een zware job hebt?
Mira:
“Ja, dat wel. Mijn moeder was kleuterleidster en ik zag hoe hard ze moest werken. Ik dacht: dat is niets voor mij, ik geef liever les in het lager onderwijs want dat is minder zwaar. Maar dat klopt niet. Buitenstaanders begrijpen het niet altijd. Elke dag is anders en zo’n klas slorpt ontzettend veel energie op. Je krijgt natuurlijk ook energie terug, maar dat is een magere troost. Je moet kinderen nu veel meer individueel opvolgen. Elk kind heeft zijn eigen speciale noden, moet zijn eigen huiswerk krijgen, en dat stapelt zich op. Er zijn kinderen met een beperking, waarvoor je extra-oudercontact en bijhorende verslagen moet maken. Het is niet meer gewoon les geven, er komt veel meer bij kijken dan vroeger en de klassen zijn te groot. Tijdens een middagpauze werk ik soms door. Dan gaat de bel en ben ik vergeten te eten. Als ik ’s avonds thuiskom, ben ik stikkapot en dan wacht er mij nog ontzettend veel werk: verbeteren, voorbereiden, toezicht houden. In je hoofd ben je er altijd mee bezig. Ik denk wel dat mijn darmklachten ook met stress te maken hebben.”

Ik denk dat je alles goed wil doen.

Mira: “Dat kan zijn, maar ik vind dat elk kind recht heeft op behoorlijk onderwijs. Ik ben inderdaad perfectionist en ik heb ook maar twee handen. En ik werk niet eens fulltime, ik bewonder mijn collega’s die dat wel doen. Misschien ben ik, toen ik ziek werd, te lang voor de klas blijven staan. Maar ik zie graag kinderen en ik heb altijd graag gewerkt. De laatste jaren had ik het gevoel dat ik niet kon geven wat ik wilde geven, en dat werkt frustrerend.”

Waar kijk je nog naar uit?

Mira: “Ik ben bang dat ook deze experimentele medicatie niet zal werken. Maar ik wil zeker terug aan het werk. Wat zou ik anders doen? Ik heb dit altijd gedaan. Ik voel me te jong om nutteloos te zijn. Ik kijk er dus naar uit om terug te gaan werken. En naar kleinkinderen (lacht).”

(Tekst: Jan Van Rompaey)

Ons ziekenhuis is een dorp in de stad. Jan Van Rompaey trekt met de regelmaat van de klok naar de koffieshop van campus Gasthuisberg. Om er te luisteren naar gewone en bijzondere verhalen van mensen die hier passeren. Op goed geluk spreekt hij hen aan, zelden weigeren ze een gesprek.

Laatste aanpassing: 21 juni 2021