Abolfazl (77)

1 december 2019

Een deukhoed, dat zie je niet vaak in de koffieshop. Een markante kop, doorgroefd gelaat, veel meegemaakt, denk ik. Uit een ver land? Een krant en een kartonnen bekertje met koffie. Hij spreekt een geheel eigen maar moeilijk verstaanbaar Nederlands, doorspekt met wat Duits en Frans. Als hij, welopgevoed als hij is, zijn hoed wil afnemen voor het interview, botst hij op het protest van onze fotografe. Mét hoed is beter voor de foto.

Abolfazl: “Vijfendertig jaar geleden kreeg ik een hartinfarct en sinds tien jaar heb ik een pacemaker. In al die jaren heb ik in totaal vier maanden in UZ Leuven gelegen, ik ken ondertussen alle hoekjes van het ziekenhuis. Wat mij altijd opvalt: iedereen is hier heel hulpvaardig. Zelfs mensen die mij niet moeten helpen, doen het toch. Ook mensen die mij niet kennen. Dat vind ik fantastisch, ik heb het wel eens anders meegemaakt. Ik woon in de druivenstreek, dat is niet ver van dit ziekenhuis en het is hier makkelijk parkeren. Elke maand kom ik op controle. Vandaag ben ik hier omdat er iets mis is met mijn bloed. Dat kan gebeuren, ik word oud.

Heb je altijd een hoed gedragen?

Abolfazl: “Nee, maar ik haat mannenkappers. Ik knip mijn haar zelf en soms knip ik teveel. Dan heb ik het koud in de winter en draag ik deze hoed.”

Uit welk land kom je?

Abolfazl: “Ik vertrok als jonge man in 1966 uit Iran, lang voor de revolutie, toen de Sjah nog aan de macht was. Mijn halve familie heeft in Europa gestudeerd. Noem mij dus geen vluchteling: ik was een avonturier en wilde de wereld verkennen. Ik kwam in Duitsland terecht, na een lange tocht met bussen over slechte wegen en struikrovers. Ik was van plan daar te studeren, maar uiteindelijk deed ik alles behalve studeren. Ik was een hippie met baard en lange haren. Uiteindelijk wilde ik af van de stempel van eeuwige student en ging ik werken in de textielsector. Met het geld van de verkoop van familie-eigendommen in Iran begon ik een winkel in vrijetijdskledij. Nu heb ik twee winkels in Overijse, waar Vlamingen thuis zijn (lacht). De meeste inwoners spreken er meerdere talen. Ik voel mij er thuis, heb veel Belgische vrienden en ik ben er geen vreemdeling. Ik kan even goed flauwe moppen vertellen als de modale Overijsenaar. Ik betaal belastingen zoals iedereen en ik heb er een groot appartement.”

Noem me geen vluchteling: ik was een avonturier

Je zaken lopen dus goed?

Abolfazl: “Laten we zeggen dat ik niet arm ben, ik rij met een mooie wagen. Maar ik heb ook veel schulden. Dat is een hele kunst (lacht). Ik leef eigenlijk zoals veel gewone zelfstandigen in ons land. Ik ben getrouwd geweest met een Vlaamse, we zien elkaar nog regelmatig, ze is chirurg. We hebben twee leuke kinderen en die doen het goed.”

Kom je uit een welstellende familie in Iran?
Abolfazl:
“Eerder de gegoede middenklasse. Mijn zus, bijvoorbeeld, was lerares, haar man was balletdanser. Ze konden hun kinderen laten studeren in Europa, dat deden in die tijd veel Iraniërs. Je vindt in dit land daarom nog altijd veel Iranese artsen. Ik begrijp overigens niet dat mijn ouders me Abolmfazl genoemd hebben, dat is een stoeme Arabische naam (lacht). Terwijl er zo’n mooie Perzische voornamen zijn, keuze te over!”

Heb je nog een band met Iran?

Abolfazl: “Ik schrijf ook boeken, de meeste daarvan zijn in het Perzisch. Van mijn dertien boeken is er zelfs één roman vertaald in het Frans. Het is een verhaal over de geschiedenis van het circus en van de clown Klontje. Een clown is een fascinerend figuur. Hij leeft met zijn hoofd in de wolken en de voeten op de aarde. De lach is zijn enige remedie tegen verdriet. Om dat boek te kunnen schrijven, ben ik vier jaar ondergedoken in de circuswereld. Ik heb ook een website in het Perzisch met 160.000 volgers, gericht tegen het huidige misdadige en tirannieke regime van Iran. Die website is geblokkeerd in Iran en zelf sta ik in mijn geboorteland op de zwarte lijst, ik kan dus niet terug. Dat is niet erg, ik heb er bijna geen familie meer. En mijn eigendommen zijn door het regime verbeurd verklaard. Wat zou ik dan nog in Iran gaan doen? Ze sturen me terug op de luchthaven of ik beland in de gevangenis. Ik heb hier kinderen en kleinkinderen, ik ga nooit meer terug. Heimwee voel ik minder en minder.”

Maar je voelt je nog Iranees?

Abolfazl: “Dat wel, als ik met Iranese vrienden op stap ben. Maar ik voel me Belg bij vrienden die ik hier gemaakt heb.”

Hoe zie je de toekomst van Iran?

Abolfazl: “Ik ben allesbehalve optimistisch. Iran is een groot land, met zeventig miljoen inwoners en gigantisch veel olie. Het regime heeft er alles voor over om aan de macht te blijven, ook al moeten ze daarvoor mensen ombrengen. Dat is zo jammer, want het land heeft een enorme intellectuele capaciteit. Iran is een fantastisch land met een hartelijke bevolking, maar je kan de huidige dictatuur met Hitler en Stalin vergelijken. Weet je met wat ik die Ayatollahs het liefst vergelijk? Ken je de film De planeet van de Apen? Dat is het Iran van vandaag! Ach, ik zou er uren over kunnen vertellen. Kom eens naar Overijse, ik heb thuis goede koffie. Beter dan deze hier, want die is koud geworden van al dat praten (lacht).

(Tekst: Jan Van Rompaey)

Ons ziekenhuis is een dorp in de stad. Jan Van Rompaey trekt met de regelmaat van de klok naar de koffieshop van campus Gasthuisberg. Om er te luisteren naar gewone en bijzondere verhalen van mensen die hier passeren. Op goed geluk spreekt hij hen aan, zelden weigeren ze een gesprek.

Graag meer lezen?

Alle verhalen uit Dorp in de stad van de voorbije jaren vind je hier.

Bekijk alle verhalen
Laatste aanpassing: 1 september 2021