Maarten (22)

1 juni 2019

“Belgische toerist valt slaapwandelend van hotelbalkon en raakt zwaar gewond. Talloze breuken”. Zo stond het vorige jaar in juli in de kranten. Een verdieping van negen hoog, dertig meter. En nu zit hij hier lachend voor mij, in de cafetaria van campus Pellenberg. Met krukken weliswaar. Maar aan een gewisse dood ontsnapt.

Maarten: “We waren met een vriendengroepje op vakantie in een prachtig hotelcomplex op Gran Canaria. Het was de eerste avond. Het was behoorlijk warm op de kamer en ik weet dat ik op aanraden van een vriend, die zei dat de zonsopgang zo mooi was, besliste om de nacht in een strandzetel op het balkon door te brengen. Het laatste wat ik mij herinner, is dat die vriend nog een dekentje over mij drapeerde. Het volgende wat ik mij herinner, is dat ik wakker werd op de intensieve zorg van een Spaans ziekenhuis. Van de eigenlijke val weet ik niets, gelukkig maar. Ik ben negen verdiepingen naar beneden gedonderd. Het plastic dak van het restaurant heeft weliswaar mijn val gebroken, maar tegelijk zware snijwonden en veel bloedverlies veroorzaakt. Nog een geluk dat het halfzeven in de ochtend was, zodat er al personeel wakker was en ze mij snel geholpen hebben.”


Dat klinkt als slaapwandelen: doe je dat wel vaker?

“Misschien als kind, maar niemand heeft me daar ooit iets over verteld. Het blijft dus mysterieus. Waarschijnlijk gebeurde het uitzonderlijk en was ik op het verkeerde moment op de verkeerde plaats. Mijn bioritme was in de war door slaaptekort en oververmoeidheid en blijkbaar kan een ongewone plaats ook slaapwandelen veroorzaken. Ik moet opgestaan zijn om al slaapwandelend over de eerder lage balustrade te vallen.”

En had je gedronken?

“Helemaal niet, ik ben geen drinker en we hadden geen drankavond achter de rug. Maar de gevolgen waren verschrikkelijk. (onbewogen) Ik had twee gebroken ribben, drie gebroken ruggenwervels, een klaplong, een gescheurde milt, twee onderbenen gebroken, een gebroken bovenbeen, een kapotte enkel, een gebroken ringvinger en heel wat open snijwonden. Ik had op slag dood kunnen zijn. Het hotelpersoneel heeft me naar een lokale kliniek gebracht voor de eerste zorgen: ik was toen nog in coma. Ik hoorde achteraf dat ze daar eerst niet wisten hoe ze eraan moesten beginnen. Daarna ben ik naar een gespecialiseerd ziekenhuis in Las Palmas, de hoofdstad van Gran Canaria, gebracht. In het begin dacht ik dat ik na de vakantie terug naar school kon (lacht). De ernst van de verwondingen werd mij pas later duidelijk. Ik ben samen met mijn moeder in een privévliegtuig gerepatrieerd.”

Ik vervloek die dag, maar geloof niet in het noodlot

Dat betekent waarschijnlijk een behoorlijke ziekenhuisfactuur?
Maarten:
“Zo’n ongeval maakt natuurlijk dat de rekening astronomisch hoog oploopt en de verzekeringen vinden altijd wel iets om niet te moeten betalen. Gelukkig zijn er in ons land ook nog de mutualiteiten die tussenkomen in de factuur. Zoniet hadden mijn ouders hun huis moeten verkopen.”

En nu ben je hier in Pellenberg beland.

Maarten: “Thuis revalideren lukte niet zo goed. Ik ben hier nu een maand en heb nog veel pijn door de breuken aan mijn voeten en enkels. Ik slik veel pijnmedicatie. Ik hoop dat ik hier zo lang als nodig is mag blijven.”

Dat hoor je hier niet vaak zeggen.

Maarten: “Ik ben vastberaden om zo goed mogelijk te genezen en in revalidatiecentrum Pellenberg is die kans groot. Ik hoop vooral dat ze erin slagen om de pijn te verminderen, pijn is tenslotte ook een handicap. Ik heb ondertussen wel geleerd om geduld uit te oefenen en ik zie wel wat vooruitgang (aarzelt)… maar gigantisch is het niet. Het moet nog véél beter worden voor ik hier echt weg wil. De dokters zeggen: je zal wel weer kunnen wandelen. Maar ik hoop dat ze meer bedoelen dan wat rondscharrelen thuis. Echt sporten zit er voor mij niet meer zin, dat weet ik wel, maar ik ben nooit een fanatieke sporter geweest, dat vind ik niet erg.”

Wat studeer je?
Maarten:
“Ik studeer voor leerkracht secundair onderwijs, maar ik verlies nu wel een jaar. Ja, mijn hele leven is plots veranderd. Dingen die evident leken en waar een gezonde mens niet bij stilstaat, worden opeens een probleem. Dat is hier zo bij alle patiënten, of ze nu een hersenletsel of een gecompliceerde breuk hebben: het leven verandert totaal. Ik zie hier veel ergere gevallen dan mijn verhaal en dan denk ik: ik mag blij zijn dat ik nog van zoveel kan genieten. Buiten ben ik afhankelijk van die rolstoel, maar binnen het gebouw beweeg ik me op krukken. Ik kan zelfstandig naar het toilet en de cafetaria. Al is dat met veel pijn.”

Heb je al bij al geluk gehad, vind je?
Maarten:
“Ik ken een jongen die ook van een balkon gevallen is, maar die op asfalt terechtkwam. Hij heeft nu een been geamputeerd en het andere been verlamd. Ik stel me daar verder geen vragen over, het is wat het is. Ik moet nu vechten. Ik vervloek die dag, maar ik geloof niet in het noodlot. Want als dat bestaat, kan het ook anderen treffen en dat wens ik niemand toe. Ik hoop dat mensen in dezelfde situatie zich kunnen optrekken aan mij en zien dat alles niet verloren is. Wat niet wil zeggen dat ik het soms niet moeilijk heb. Als ik ’s morgens wakker word en een douche wil nemen, besef ik dat ik daar niet zolang kan blijven staan als ik wel zou willen. En zo zijn er de hele dag door grote en kleine ontgoochelingen.”

De dagen zijn lang, vermoed ik?

Maarten: “Hier in het ziekenhuis valt dat nog mee. Ik praat graag met mijn kamergenoten (een oudere man met een geamputeerd been en een jongeman met een polytrauma). En ik kijk naar series. Sinds mijn ongeval heb ik zowat alle afleveringen van De Kampioenen gezien.”

In welke mate heeft het ongeval je leven veranderd?

Maarten: “Het heeft mijn leven grondig veranderd. Vroeger dacht ik in mijn jeugdige overmoed dat ik alles aankon, nu bots ik op mijn beperkingen. Ik nam eerlijk gezegd wel nooit grote risico’s omdat ik al snel aan de gevolgen dacht. Daarom ging ik bijvoorbeeld niet skiën zoals mijn vrienden en ik weigerde om te skateboarden. En toch is het gebeurd. Ik heb in mijn leven veel domme dingen gedaan die uiteindelijk goed zijn afgelopen, omdat ik geen pechvogel was. Maar deze keer dus wel. Al was er ook een geluk bij een ongeluk. Zo gauw ik kan, wil ik terug naar Gran Canaria, om de mensen daar te bedanken.”

(Tekst: Jan Van Rompaey)

Ons ziekenhuis is een dorp in de stad. Jan Van Rompaey trok naar het revalidatiecentrum van campus Pellenberg. Op zoek naar gewone en bijzondere verhalen van mensen die hier verblijven.

Laatste aanpassing: 21 juni 2021