Lisette (76) en Frans (84)

1 juni 2019

Sinds Lisette een gesofisticeerde rolstoel heeft, moet Frans niet meer duwen. Gelukkig maar, want dat begon op zijn gevorderde leeftijd een karwei te worden. We hebben plaatsgenomen op een bank tussen het groen van het revalidatiecentrum campus Pellenberg. De lente is in aantocht. Het koppel komt van de pijnkliniek. Frans vraagt of hij zijn hoedje mag ophouden. In de verte klinkt het geklop van een bonte specht.

Lisette: “Altijd die folterende rugpijn. Overal ben ik geweest. Ik ben al twee keer geopereerd, maar telkens kwam de pijn terug. Ik hoop nu dat ze me hier in de pijnkliniek kunnen helpen. Vannacht heb ik bijvoorbeeld geen oog dicht gedaan. Dat gebeurt vaak: dan lig ik in mijn fauteuil tot de middag, tot de morfine begint te werken.”

Morfine? De grote middelen …
Lisette:
“Ik weet het. Hier in het ziekenhuis zeggen ze me dat ik verslaafd dreig te worden. Ik krijg nu medicatie om af te bouwen. Het gevaar voor verslaving ken ik maar al te goed, want ik ben niet de enige thuis die problemen heeft met de morfinepillen. We hebben een zoon van 47, die nu in een instelling verblijft. Hij is lange tijd verslaafd geweest aan mijn morfinepillen. Onze zoon is een beetje een eenzaat, soms komt hij dagenlang niet van zijn kamer. Hij sluit zich dan af en speelt gitaar of luistert naar muziek. Meestal komt hij alleen naar beneden om te eten of om ons te helpen of om boodschappen te doen. Het is een lieve jongen, maar hij vermijdt contact en wil met niemand anders praten dan met ons. We zijn zo vaak met hem naar artsen en psychologen gegaan, niets hielp.”

Wisten jullie dat hij die morfine nodig had?

Lisette: Natuurlijk, soms verstopten we de pillen. Maar dan zei hij: ‘Mama, ik voel mij zoveel beter, mag ik dan niet gelukkig zijn?’ Wat doe je dan? We zien hem graag, Jan. We hebben al brieven gevonden waarin hij zegt dat hij zo ongelukkig is, wat doe je dan? We hopen maar dat ze hem in de instelling kunnen genezen. Het lijkt ons wel dat hij op de goede weg is.”

Drie sukkelaars, dat zijn we

Het leven heeft jullie niet gespaard?
Lisette:
“Ik heb al borstkanker gehad en een borstamputatie. En Frans is geopereerd na een aneurysma. Drie sukkelaars, dat zijn we. Ik huil vaak. Frans is 84, ik zou niet weten hoe het verder moet als hij zou wegvallen. ‘Laat me niet alleen’, zeg ik vaak. We hebben geen familie meer, alleen nog een tweede zoon die ver weg woont. Ik denk vaak aan de dood. Ik ben daar bang voor, omdat ik weet dat Frans niet zonder mij kan. En mijn thuiswonende zoon zegt dat hij niet weet hoe hij dan verdermoet.”

Frans: “Ik ga niet graag alleen weg, en als ik het al doe, maak ik me zorgen om haar. En zij om mij. Vroeger ging ik al eens vissen en ging ze mee naar de voetbal, maar dat kan nu niet meer. Mijn leven staat helemaal in dienst van Lisette, maar dat is toch normaal? Ik heb het tenslotte zelf gewild. Ik heb nergens spijt van. En ik kan haar niet missen.”

Lisette: “Frans heeft ook geen gemakkelijke jeugd gehad.”

Frans: “Mijn moeder is gestorven toen ik drie was en mijn vader is vrij snel hertrouwd. Ik ben toen bij grootouders en andere familieleden gaan wonen. Tot ik het geluk vond bij Lisette. Ik wist niet dat het geluk bestond.”

Wat maakt het leven nog mooi?

Lisette: “Ach, veel moois is er niet meer aan. Maar ik zou toch wel willen blijven leven. Ik heb altijd graag geleefd, ik werkte met plezier op een ministerie en in mijn vrije tijd naaide ik graag. Maar het probleem is: we hebben geen vrienden meer. Mijn buurvrouw is pas gestorven, verder wonen er allemaal nieuwe mensen in onze buurt. Dat zijn jongeren die geen behoefte hebben aan contact met bejaarden. Ze leven in een andere wereld. En ik heb vroeger weinig vrienden gemaakt: mijn vader is overleden toen ik 15 was, ik heb moeten instaan voor het gezin. Tot ik Frans leerde kennen, in de Thier Brau in Leuven, een groot danscafé dat nu verdwenen is. Daar zag ik hem voor het eerst. Hij kwam me halen om te dansen.”

Liefde op het eerste gezicht?
Lisette:
Euh, of het liefde was weet ik niet, maar ik dacht: met die man zou ik wel kunnen leven. We zijn getrouwd en ik ben hem altijd graag blijven zien. We zijn samen gebleven en hebben twee kinderen gekregen. We kunnen niet zonder mekaar. Ik wil zo graag nog eens samen een uitstap doen, maar dat lukt niet, Frans heeft het al moeilijk om me naar hier te brengen.”

Waar dromen jullie nog van?

Lisette: “Om nog eens naar zee te gaan. En van een leven zonder pijn.”

(Tekst: Jan Van Rompaey)

Ons ziekenhuis is een dorp in de stad. Jan Van Rompaey trok naar het revalidatiecentrum van campus Pellenberg. Op zoek naar gewone en bijzondere verhalen van mensen die hier verblijven.

Graag meer lezen?

Alle verhalen uit Dorp in de stad van de voorbije jaren vind je hier.

Bekijk alle verhalen
Laatste aanpassing: 1 september 2021