Column Annemie Struyf - "We zijn verslaafd aan dat stomme voorwerp"

1 december 2019

Stipt om 9 uur heb ik met mijn collega’s in de luchthaven van Zaventem afgesproken, klaar om naar Noorwegen op reportage te vertrekken. Aan de incheckbalie diep ik mijn portefeuille op uit mijn handtas. Dan bedenk ik me, want mijn digitale instapkaart staat op mijn gsm. Dus steek ik mijn hand in het zijzakje van mijn handtas, maar dat staat open.

Er zit niks in. Ik voel opnieuw, doorzoek mijn handtas, nog eens en nog eens, maar geen smartphone te vinden. Het koude zweet breekt mij uit, ik voel paniek opkomen en blijf in mijn tas graaien, maar weet intussen met zekerheid: ik ben hem kwijt.

Mijn reisgenoten zien mijn ontreddering en proberen mij gerust te stellen. Maar ik kan alleen maar mompelen: “Alles zit erin, mijn afspraken, mijn foto’s, mijn telefoonnummers, mijn agenda, mijn hele leven.” Ik ben verward, de kluts helemaal kwijt.

“Bel mij eens”, vraag ik aan mijn collega Kristel, nog altijd in de vage hoop dat ik mijn gsm wel ergens zal horen rinkelen. Maar we horen niets, dus hij is écht weg.
“Luister eens”, zegt Kristel, en duwt haar gsm tegen mijn oor, “ik hoor iets aan de andere kant van de lijn.”

“Hallo?”, hoor ik iemand aarzelend vragen.
“Hallo”, zeg ik nu ook, “ik heb net ontdekt dat ik mijn telefoon kwijt ben en ik denk dat u hem gevonden hebt.”
“Ja, ik zag hem hier op de trein liggen, ik zal hem afgeven in het volgende station.”
“Ik ben zo blij dat u hem gevonden heeft, maar zou u hem alstublieft enkele dagen willen bijhouden? Ik vertrek nu met het vliegtuig en kom pas volgende week terug. Als u mij uw naam en adres geeft, kom ik hem volgende week bij u ophalen.”

Alles zit erin, mijn hele leven

Gelukkig kan ik de eerlijke vinder ervan overtuigen mijn telefoon veilig bij zich te houden. Nu moet ik in mijn hoofd nog de klik maken dat ik een tiental dagen zonder gsm zal moeten leven. Dat betekent: geen berichten, agenda, stappenteller, mails, foto’s. Geen foto’s in Noorwegen? Hoe erg. Maar goede collega’s zijn goud waard. Onder andere omdat zij wel een telefoon hebben, wel foto’s nemen en zelfs een aantal contactgegevens met mij delen, zodat ik alvast mijn omgeving kan verwittigen.

Na de eerste schrik heb ik nog een volledig uur nodig om van de schok te bekomen. Dan ben ik pas in staat mezelf streng toe te spreken: “Slik het door. Nu meteen. Oké, je gaat je gsm in Noorwegen missen, maar hij is wel terecht. En jij gaat vertrekken zonder dat dit voorval een schaduw zal werpen op deze reportageperiode.”

In het vliegtuig bedenk ik hoe belachelijk mijn paniek eigenlijk was. Want nog niet zo heel lang geleden hadden we helemaal geen gsm of internet. Toen ik zestien was – de leeftijd van mijn jongste dochter nu – hadden we thuis, zoals iedereen, alleen een vast telefoontoestel. Dat was vaak een gedoe, want met vier opgroeiende kinderen in huis en een bijzonder sociale moeder moesten we die ene telefoon voortdurend delen. Heel vervelend. Want als ik bijvoorbeeld met mijn beste vriendin had afgesproken om elkaar om 20 uur te bellen, hing mijn oudere zus net met haar vriendje aan de lijn. Of zei mijn moeder dat ik niet mocht bellen, omdat ze zelf een telefoontje van haar vader verwachtte.

Mijn eerste mailadres had ik pas in 1998, toen ik al 37 jaar oud was. En dan was ik nog een van de internetpioniers, want ik had dan wel een mailadres, maar ik kende niemand in mijn ruime omgeving aan wie ik ook effectief een mail kon sturen. Als ik zulke dingen nu aan mijn kinderen vertel, kijken ze me aan alsof ik uit het stenen tijdperk afkomstig ben.

In Noorwegen grijp ik de eerste dag voortdurend vruchteloos naar dat ontbrekende ding en bedenk ik me dat we collectief verslaafd zijn geworden aan dat stomme voorwerp, dat geleidelijk aan ons leven is gaan beheersen. Vanaf dag twee berust ik in mijn lot en stel ik vast dat er heel wat verplichtingen wegvallen. Ik hoéf geen foto’s te nemen, geen berichten te beantwoorden, geen mails te checken, geen stappen te tellen, geen nieuwssites te volgen, niet meer te telefoneren, geen Instagram of Facebook meer aan te klikken.

Wat komt er een zee van tijd vrij. Wat voelt dat licht aan, het wegvallen van die druk. Wat kijk ik plots anders naar de wereld. En wat is Noorwegen mooi.

Annemie Struyf

Annemie Struyf is journaliste, tv-maker, schrijfster en moeder van vijf kinderen. Van thuisstad Leuven tot in het verre buitenland: Annemie gaat altijd op zoek naar authentieke verhalen. Verhalen van schoonheid en troost, die de blik verruimen en het hart verwarmen.

Laatste aanpassing: 16 april 2021