Hoofd- en halskanker

Hoofd- en halskanker is een verzamelnaam voor kwaadaardige tumoren in bepaalde delen van het hoofd en de hals.

Hoofd- en halskanker is goed voor ongeveer vier procent van alle kankers in België. Het gaat hier dus om zeldzame aandoeningen, al is het wel de vierde meest voorkomende kanker bij mannen (na prostaat-, long- en darmkanker) en de negende meest voorkomende kanker bij vrouwen.

Afspraken

Soorten

Hoofd- en halskanker slaat niet op één type van kanker, maar is een verzamelnaam voor kwaadaardige tumoren in bepaalde delen van het hoofd en de hals.

Die tumoren kunnen zich bevinden ter hoogte van de stembanden, de amandelen, de tong, in de keel, de mond, de wangen, de neus, de sinussen, maar ook in de schedelbasis, de schildklier, de speekselklieren of op de huid. Op elk van die plaatsen kan de kanker ander gedrag vertonen, wat het onderzoek en de behandeling complex maakt.

Indeling

Op basis van de plek waar de tumor zich ontwikkelt, maakten specialisten een fijnmazigere indeling.

  • Ze spreken over orale kankers als de plaats van ontstaan de lippen, de tong, het tandvlees, het wangslijmvlies, de mondbodem of het harde verhemelte is.
  • Oropharynx-tumoren vinden hun oorsprong in de amandelen en de keelholte, nasopharynx-tumoren in de neusbijholte en hypopharynx-tumoren in het lagere gelegen deel van het slikkanaal dat rond het strottenhoofd zit.
  • Larynxkankers ontstaan in het strottenhoofd, het afsluitende klepje dat daarbij hoort (de epiglottis) of de stembanden.
  • Daarnaast zijn er de tumoren in de neus- en sinusholtes.
  • Ook de grote en kleine speekselklieren in de mondholte kunnen aanleiding geven tot kanker.
  • Tot slot kunnen er ook tumoren groeien in de schildklier en op de huid van het hoofd en de hals.

Ontstaan

Net zoals bij andere types van kanker, ontstaan hoofd- en halstumoren doordat cellen zich ongecontroleerd vermenigvuldigen en uitgroeien tot een kwaadaardig gezwel. 90 procent van deze specifieke tumoren ontstaat in slijmvliescellen door een complex samenspel van factoren.

Risicofactoren

We hebben het meestal niet in de hand of en wanneer we kanker krijgen, maar in het geval van hoofd- en halskanker is het onomstotelijk bewezen dat voor de meeste subtypes roken en drinken risicofactoren zijn.

Doet u een van beiden geruime tijd, dan ontstaat er chronische irritatie van de slijmvliezen en verhoogt de kans op hoofd- en halskanker aanzienlijk. Doet u beiden tegelijk, dan wordt het risico ten opzichte van iemand die niet rookt en drinkt zelfs tot 40 keer groter.

Slechte mondhygiëne en blootstelling aan houtstof, fijn stof, asbest of te veel zon kunnen ook schadelijke effecten hebben.

HPV en orofarynx-kankers

De laatste tien jaar kwamen oncologen erachter dat ongeveer een derde van de orofarynx-kankers ontstaat door het humaan papillomvirus, kort HPV, hetzelfde virus dat de kans op baarmoederkanker verhoogt. Het verschil is natuurlijk dat artsen in de baarmoeder een uitstrijkje kunnen nemen. In de keel kan dat niet.

Het stemt wel hoopvol dat jongeren nu op grote schaal tegen het HPV-virus worden gevaccineerd en dat tumoren veroorzaakt door HPV vaak beter te genezen zijn dan die veroorzaakt door roken en/of drinken.

Symptomen

Het leeuwendeel van de hoofd- en halskankerpatiënten heeft lange tijd geen duidelijke klachten. Zo heeft iedereen weleens last van gezwollen klieren in de hals, maar in sommige gevallen wijzen die op een keeltumor.

Ook plotse heesheid, zichzelf vaak verslikken, pijn bij het ademen, neusbloedingen en zwelling van de kaak kunnen symptomen zijn.

Diagnose en onderzoeken

Het loont dat tandartsen en huisartsen extra alert zijn. Zij kunnen indien nodig doorverwijzen naar een neus-keel-oorspecialist, die verschillende technieken kent voor verder onderzoek.

Blijkt daaruit dat er een afwijking is, dan volgt er een biopsie, de verwijdering van een stukje gezwelweefsel. Als dat kwaadaardig is, dan kunnen radiologische onderzoeken zoals een scan of echografie meer uitsluitsel geven over de grootte van de tumor en eventuele uitzaaiingen.

Genezingskansen

Wie een nog beperkte tumor heeft op een van de gunstigere ontstaansplaatsen heeft 80 tot 90 procent op genezing. Vaak volstaat het dan de tumor lokaal te bestralen of chirurgisch te verwijderen. De artsen spreken dan van een curatief stadium.

Vroege diagnose belangrijk

Zoals bij vele andere kankers geldt ook hier: hoe vroeger de diagnose, hoe groter de kans op genezing. Een goede prognose hangt immers samen met het groeistadium waarin de tumor zich bevindt.

Plaats van ontstaan

Ook de plaats van ontstaan speelt een rol. Als dat bijvoorbeeld ter hoogte van de stembanden is, waar weinig lymfevaten in de buurt liggen, duurt het meestal lang vooraleer er uitzaaiingen komen. Bovendien geeft het kleinste gezwel op die plaats vaak al snel aanleiding tot klachten zoals heesheid en een verandering van de stem.

Heeft de tumor zich echter op de strotklep genesteld, een omgeving waar het stikt van de lymfevaten, dan is de situatie minder gunstig.

Algemene gezondheidstoestand

Ook een goede algemene gezondheidstoestand vergroot uw kansen als patiënt. Mensen met een hoog nicotine- en/of alcoholgebruik lijden vaak nog aan andere problemen: hart- en vaataandoeningen, suikerziekte enzovoort. Dat heeft gevolgen voor hoe goed ze de kankerbehandeling kunnen verdragen en of die überhaupt ten volle kan worden gegeven.

Behandeling

Bij de opmaak van een behandelplan, kijkt een team van artsen naar de grootte, de locatie en het groeistadium van de tumor, maar ook naar de algemene gezondheidstoestand van de patiënt. Die overlegt met de oncoloog over dit plan en begint dan aan de therapie, die verschillende vormen kan aannemen.

Er is een belangrijk verschil tussen een curatieve en een palliatieve behandeling. In het eerste geval is het doel om de patiënt te genezen; in het tweede geval is daarvoor geen hoop meer, maar kan de juiste therapie de klachten wel zo goed mogelijk onder controle houden, de levensduur wat verlengen en de kwaliteit van dat leven zo hoog mogelijk houden.

Steun de strijd tegen hoofd- en halskanker

Uw hulp...

  • maakt het verschil voor patiënten die weer moeten leren spreken, eten en/of slikken.
  • vergroot hun kansen op nieuwe levenskwaliteit.
  • geeft de onderzoekers die beslissende duw in de rug.
  • maakt preventie bij jonge mensen mogelijk.
Ik help mee
Laatste aanpassing: 10 maart 2021