Nieuwe wetgeving vraagt meer opvolging en transparantie
Met de nieuwe wetgeving op komst verandert de rol van fertiliteitscentra. De focus verschuift steeds meer naar levenslange opvolging van donorkinderen en transparantie: elk kind heeft het recht om zijn biologische ouders te kennen . UZ Leuven juicht die evolutie toe, maar wijst erop dat de praktische uitvoering van het wetsvoorstel veel extra inzet vraagt van artsen en medewerkers. Een cruciaal onderdeel van de nieuwe wet is de verplichting om gegevens van donoren en donorkinderen uit de afgelopen decennia nauwkeurig te registreren.
Tijdelijke pauze voor nieuwe trajecten met niet-gekende spermadonoren
Het fertiliteitscentrum kiest er daarom bewust voor om in te zetten op de traceerbaarheid van de historische gegevens over spermadonoren, met respect voor de rechten en verwachtingen van alle betrokkenen. Door tijdelijk geen nieuwe trajecten voor niet-gekende spermareceptie op te starten, maakt het ziekenhuis de nodige mankracht vrij om dit maximaal te realiseren.
Lopende fertiliteitstrajecten gaan gewoon verder
Het fertiliteitscentrum van UZ Leuven benadrukt dat er voor patiënten die momenteel al in behandeling zijn niets verandert. Prof. dr. Karen Peeraer, beheerder van de weefselbank reproductieve cellen bij UZ Leuven: “Voor patiënten die momenteel al bij UZ Leuven in behandeling zijn, verandert er niets. Alle lopende fertiliteitstrajecten gaan verder zoals gepland. Ook patiënten die in het verleden via UZ Leuven een kind kregen na donorconceptie, blijven welkom voor een tweede of derde kind. Daarnaast blijft het mogelijk om vruchtbaarheidsbehandelingen op te starten met een gekende donor: de wensouders brengen daarbij zelf een donor als biologische vader of moeder aan.”
Duidelijkheid nodig over centraal donorregister
De pauze geeft het ziekenhuis de ruimte om de definitieve wetgeving, de oprichting van een centraal donorregister en het multidisciplinair donorinstituut af te wachten. Het fertiliteitscentrum wil namelijk eerst meer duidelijkheid over de concrete invulling en effectieve opstart van die nieuwe structuren.
Rechtszekerheid en welzijn van het kind staan voorop
Prof. dr. Arne Vanhie, fertiliteitsarts in UZ Leuven: “Pas als er volledige duidelijkheid is over de praktische en juridische regels van het nieuwe wetsvoorstel, zal UZ Leuven beslissen of en hoe niet-anonieme donatieprogramma er in de toekomst zal uitzien. We weten uit ervaring dat de effectieve uitbouw van zo’n nieuwe systemen heel wat tijd in beslag nemen. Met onze beslissing kiezen we bij UZ Leuven voor een rechtszekere aanpak, waarbij het welzijn van het kind en de kwaliteit van de zorg op de eerste plaats komen.”