Veel mucopatiënten hebben maag-darmproblemen. Het gaat dan om onder andere pancreasinsufficiëntie en leververvetting.

    Pancreasinsufficiëntie door te weinig verteringseiwitten

    Bij patiënten met mucoviscidose geraken de afvoerkanaaltjes van de pancreas verstopt door taaie slijmen.

    Hierdoor komen er niet genoeg verteringseiwitten in de darm terecht en wordt voedsel onvoldoende verteerd. De stoelgang zit dan vol onverteerde voedingsstoffen, is kleverig, volumineus en slecht ruikend.

    Door de slechte vetvertering gaan veel calorieën verloren in de stoelgang.

    Gevolgen

    • Buikpijn
    • Frequente, platte, kleverige stoelgang
    • Achterblijven van groei en gewicht
    • Vermageren

    Leververvetting

    Bij een slechte vertering stapelen levercellen vet op en ontstaat er vervetting van de lever (steatose). Dit kan verbeteren door de voeding te optimaliseren en door verteringseiwitten in te nemen. 

    De galwegen zijn kleine afvoerkanalen die beginnen in de lever en in contact staan met de dunne darm. Gal wordt afgevoerd via de galwegen. Gal is noodzakelijk voor de vetvertering en voor de afvoer van afvalstoffen van de lever naar de stoelgang.

    De kleine afvoerkanalen van de galwegen geraken verstopt door de taaie slijmen. Hierdoor vermindert de galafscheiding in de darm. Dit heeft invloed op de vetvertering en de afvoer van afbraakproducten uit de lever. Door dit laatste kan leverfibrose ontstaan. 

    Andere maag-darmproblemen

    Mogelijke behandelingen