Radicale verwijdering van de baarmoeder (Wertheimoperatie)

Radicale hysterectomie
Verwijderen van de baarmoeder, samen met een stukje van het bovenste deel van de schede, het omringende steunweefsel en de lymfeklieren in het bekken. Deze ingreep gebeurt aan de hand van robotchirurgie. .

Afspraken

Gynaecologische oncologie

Behandeling van baarmoederhalskanker

Een Wertheimoperatie behandelt een kwaadaardige aandoening van de baarmoederhals (cervixcarcinoom) of soms het baarmoederlichaam (endometriumcarcinoom).

Naargelang de ernst en de plaats van het aangetaste weefsel, wordt de operatie soms voorafgegaan door chemotherapie, bestraling (radiotherapie) of een combinatie van deze therapieën.

Na de behandeling is er in vele gevallen een goede kans op genezing. 

Voor de operatie

  • Onderzoek waarbij de gynaecologisch oncoloog en de radiotherapeut bepalen hoe uitgebreid de aandoening is en welk stadium ze heeft bereikt. Er wordt ook met een kleine camera in de urineblaas gekeken.
  • Eventueel: kijkoperatie (laparoscopie) om enkele lymfeklieren weg te nemen 

Het is aangeraden om ten laatste drie weken voor de ingreep te stoppen met roken. Dat kan ademhalingsproblemen na de ingreep duidelijk verminderen, zorgt voor een sneller herstel en een kleiner risico op infectie. 

Uw opname op de afdeling

De dag voor de operatie wordt u opgenomen op de verpleegeenheid gynaecologische oncologie.

  • Een verpleegkundige begeleidt u naar uw kamer. Aarzel niet om op dat moment eventuele vragen te stellen aan de verpleegkundige.
  • U maakt kennis met de sociaal werker: die begeleidt u bij de verwerking van uw ziekte en ondersteunt u bij praktische problemen tijdens en na de behandeling.
  • Bloedname
  • Plaatsen van een katheter in de arm, waarlangs antibiotica kan gegeven worden vlak voor u naar de operatiezaal gaat. Dat om infecties te voorkomen.
  • Scheren ter hoogte van het schaambeen en de schaamlippen
  • Verwijderen van nagellak en make-up
  • Darmvoorbereiding: u krijgt een een klein lavement (Cleen®) om de darmen te reinigen (voor een zo vlot mogelijk verloop van de ingreep).
  • Opmeten van uw benen voor steunkousen, die u zult moeten dragen om flebitis of bloedklonters te voorkomen.
  • Een onderhuidse inspuiting in de buik om bloedklonters te voorkomen op de avond voor de ingreep.
  • Als u de slaap niet kunt vatten, mag u een slaaptablet vragen.
  • U mag eten tot middernacht. Drinken mag tot drie uur voor de ingreep.
  • Roken is verboden vanaf middernacht.

De afdelingsarts komt bij u langs om het medisch dossier te vervolledigen. Eventueel wordt een longfoto (RX thorax) en/of een filmpje van uw hart (elektrocardiogram of EKG) genomen.

De anesthesist komt bij u langs, tenzij u al voor de opname naar de anesthesieraadpleging ging. De ingreep vindt plaats onder volledige verdoving. Daarover krijgt u meer info en kunt u vragen stellen aan de anesthesist.

  • U wordt tijdig gewekt door de verpleegkundige.
  • U maakt uw ochtendtoilet, trekt een operatiehemd en uw steunkousen aan.
  • Juwelen, bril of lenzen en eventuele tandprothese(s) doet u uit en bergt u veilig op. 
  • De verpleegkundige zegt u welke thuismedicatie u moet nemen. U krijgt een rustgevend geneesmiddel op voorschrift van de anesthesist.

Verloop van de operatie

De Wertheimoperatie duurt gemiddeld 3 tot 4 uur. Daarbij komt nog ongeveer één uur voorbereidingstijd, die de anesthesist nodig heeft voor de verdoving en voor de installatie van de robot. 

Terwijl u slaapt, worden er een aantal slangetjes in uw lichaam gebracht: 

  • bijkomend infuus in de arm of in de hals voor het toedienen van vocht, medicatie en bloed
  • maagsonde
  • blaassonde
  • indien nodig een cystofix of suprapubische katheter: een slangetje dat geplaatst wordt midden op de onderbuik en verbonden is met uw blaas

Chirurgische procedure

De baarmoeder wordt samen met een stukje van het bovenste deel van de schede, een deel van het omringende steunweefsel en de lymfeklieren in het bekken, via enkele insneden in de buikholte verwijderd. De eierstokken en eileiders worden enkel verwijderd als dat nodig is. 

Op de plaats waar de baarmoedermond wordt verwijderd, wordt de schede aan de bovenkant gehecht. 

Deze chirurgische procedure (da Vinci®-methode of robotchirurgie) is minder invasief. Dat heeft voor u als patiënt verschillende voordelen:

  • minder pijn
  • minder bloedverlies
  • minder kans op infecties
  • korter ziekenhuisverblijf
  • sneller herstel
  • minimale littekenvorming
  • ...

Het da Vinci®-systeem heeft als doel om de handbewegingen van de arts om te zetten in kleinere, meer nauwkeurige bewegingen van kleine instrumenten in uw lichaam. Hoewel we spreken van robotchirurgie, kan het da Vinci®-systeem niet zelfstandig werken. De ingreep wordt nog steeds volledig door uw arts uitgevoerd. 

Na de operatie

Zodra u wakker wordt na het stoppen van de narcose, gaat u eerst naar de ontwaakruimte (postanesthesie-zorgafdeling of PAZA). Wanneer u voldoende wakker bent en de pijn onder controle is, wordt u opnieuw naar de afdeling gebracht. 

Meestal heeft u een infuus om vocht toe te dienen en/of medicatie te geven zolang u nuchter bent, bijvoorbeeld bij pijn en/of misselijkheid. Als dit onvoldoende helpt, meldt u dat aan de verpleegkundige.

U verblijft 1 tot 2 nachten na de ingreep in het ziekenhuis.

De zaalarts (arts-assistent) komt dagelijks bij u langs, tweemaal per week komt ook een staflid bij u langs. Aarzel niet om al uw vragen te stellen. We raden aan om uw vragen vooraf te noteren, zodat u ze zeker niet vergeet wanneer de arts langskomt. Als uw familie de behandelende arts wil spreken, kunnen zij daarvoor een afspraak maken via de verpleegkundige. 

Een goede pijnstilling

  • vermindert stress, zodat uw lichaam sneller kan herstellen.
  • helpt om uw ademhaling te verbeteren en fluimen gemakkelijker op te hoesten.
  • makkelijker te bewegen en beter te slapen. 

De verpleegkundige zal uw pijnscore regelmatig bevragen. Geef duidelijk aan wanneer u nog pijn voelt. Uw pijn moet voldoende onder controle zijn om te kunnen bewegen. 

Snel na de operatie mag u opnieuw starten met drinken en eten (lichte maaltijd). We houden rekening met uw eventueel bestaand dieet. 

Zodra u goed kunt drinken, krijgt u uw medicatie in de vorm van pillen toegediend. 
 

Tijdens de operatie kunnen enkele zenuwen naar de blaas beschadigd worden, waardoor u moeilijker kunt plassen. In dat geval voelt u in de eerste dagen na de operatie soms niet dat uw blaas vol is of kunt u de blaas niet ledigen. 

Daarom kan het nodig zijn om de blaas gedurende 7 tot 10 dagen te laten herstellen en een blaassonde te dragen, samen met een cystofix. U wordt met de blaassonde en cystofix uit het ziekenhuis ontslagen. Daarvoor krijgt u het nodige materiaal mee: beenzakjes die u onder een rok of losse broek kunt dragen. 

Een tiental dagen na ontslag komt u opnieuw naar het dagziekenhuis, waar u blaastraining zal krijgen en de blaassonde zal verwijderd worden. Bij een goed verloop zal ook de cystofix verwijderd worden. 

Het gaatje in uw buik sluit vanzelf, zodat u geen last hebt van urinelekkage doorheen de buikwand. 

Als plassen niet meteen lukt, is dat niet erg. Dat kan tijd vragen. Ook het aandranggevoel komt geleidelijk (bijna) helemaal terug. 

Dankzij de robotgeassisteerde chirurgie kunnen de zenuwen vaak gespaard blijven tijdens de ingreep. Als het niet nodig was om tijdens de ingreep bijkomend een cystofix te plaatsen, zal de blaassonde al voor uw ontslag verwijderd worden. Dan controleren we meteen of het lukt om te plassen.

  • Vanaf de avond vóór de operatie tot 3 weken na ontslag zult u dagelijks een inspuiting krijgen om bloedklonters te voorkomen. 
  • Gedurende de hele opnameduur zult u steunkousen dragen. Thuis hoeft u die niet meer aan te doen.
  • 8 dagen na de ingreep kunnen de hechtingen verwijderd worden. 

De verpleegkundige helpt u op de eerste dag na de operatie om even op de rand van het bed te gaan zitten. 

De dagen na de ingreep zult u zoveel mogelijk moeten recht zitten en starten met rondwandelen.

Regelmatig bewegen, verkleint de kans op bloedklonters in uw aders (trombose), verlies van spierkracht en andere complicaties. Zo voorkomt u ook een onnodig lange opname in het ziekenhuis.

Naar huis na uw opname

Uw ontslag uit het ziekenhuis wordt altijd in samenspraak met de behandelende arts bepaald. 

Bespreek voor uw ontslag duidelijk welke zorg u thuis nog moet verderzetten en vraag tijdig alle attesten en ontslagdocumenten die u nodig hebt. 

Checklist voor ontslag

  • U bent pijnvrij met pijnstillende medicatie.
  • U kunt eten.
  • U bent niet misselijk.
  • U hebt geen koorts.
  • U bent voldoende mobiel en zelfredzaam.
  • U stapt zelf in en uit bed (zonder te moeten gebruikmaken van de elektrische bediening of een hulpmiddel om zich op te trekken).
  • U kunt stappen zoals voor de ingreep. U hoeft weliswaar niet even lang te kunnen stappen als voorheen. 
  • U kunt thuis zelf de trap op (indien van toepassing). 

Hebt u thuis nog bijkomende hulp of ondersteuning nodig? De sociaal werker informeert u graag over de mogelijkheden en helpt u op weg. 

Denk aan poetshulp, gezinszorg, maaltijden aan huis, vervoer naar het ziekenhuis, thuisverpleging, opvang van zorgbehoevende naasten, hospitalisatieverzekering, erkenning ernstige ziekte... 

Het resultaat

Een tiental dagen na de operatie zal de gynaecoloog het resultaat krijgen van het microscopisch onderzoek van het verwijderde weefsel. Dit microscopisch onderzoek is nodig om te bepalen of u met de operatie voldoende behandeld bent. 

In sommige gevallen zal het noodzakelijk zijn om na de operatie nog een bijkomende behandeling met bestraling en/of chemotherapie te volgen. 

De arts zal het resultaat en de eventuele gevolgen ervan zo snel mogelijk met u (en eventueel uw partner) bespreken. 

Gevolgen van de Wertheimoperatie

Deze operatie vergt veel recuperatietijd, zowel mentaal als lichamelijk

U kunt zich na de ingreep nog een hele tijd slap en moe voelen. Het is het best om geleidelijk aan te proberen wat uw lichaam aankan.

Gedurende 6 weken na de operatie mag u geen zware lasten (> 5 kg) tillen en beperkt u het werk in huis tot lichte karweien. Buitenshuis werken is meestal weer mogelijk na 6 weken.

Voor vrouwen die nog niet in de menopauze waren, betekent de verwijdering van de baarmoeder dat de menstruatie stopt

Als de eierstokken niet verwijderd werden, blijft de hormoonproductie normaal. Werden de eierstokken wel verwijderd, dan wordt ook de productie van vrouwelijke hormonen stilgelegd. Dat kan verschijnselen veroorzaken als opvliegers, zweten en het wisselend warm en koud hebben. 

Het plots wegvallen van de hormoonproductie kan worden opgevangen met hormoonvervangende medicatie, die indien nodig kan opgestart worden bij uw ontslag. 

De eerste 6 weken na de operatie kunt u nog onregelmatig bloedverlies hebben uit de vagina. 

Tijdens de operatie kunnen ook de zenuwen naar de endeldarm beschadigd worden. Daardoor kunt u vaker last hebben van obstipatie (verstopping). 

Vraag aan uw arts een laxeermiddel als dat het geval is. 

Seksualiteit

Veel vrouwen stellen zich tijdens het herstel van de operatie vragen over de seksuele neveneffecten van de behandeling. Ook een eventuele partner kan met zorgen of twijfels zitten. 

Seksuele veranderingen en problemen kunnen zo ingrijpend zijn dat u baat hebt bij advies en steun van anderen. Afhankelijk van de aard en de ernst van de problemen, kunt u hulp vragen aan lotgenoten, uw huisarts, gynaecoloog of een psycholoog/seksuoloog. 

 

U kunt na 6 weken weer geslachtsgemeenschap hebben, als de inwendige wonde genezen is. Eerder bestaat het risico dat de wonde in de vagina kan openvallen.

Echter kan de zin in seks nog een langere tijd uitblijven, door het verwerkingsproces en de vermoeidheid na de operatie. 

Ook na die 6 weken is het dus belangrijk dat u zelf bepaalt wanneer u weer aan vrijen toe bent en op welke manier u dat wilt. Bespreek dit ook met uw partner. Geborgenheid, lichamelijk dicht bij elkaar zijn en warmte zijn voor u na de behandeling waarschijnlijk belangrijker dan seksuele opwinding. 

  • De vagina is ingekort. Het gevoel dat u aan het einde van de vagina hebt, kan daardoor veranderd zijn. 
  • Als de eierstokken worden weggenomen en u was nog niet in de menopauze, dan kan de vagina droger worden. Dan is het aangeraden om een glijmiddel te gebruiken, omdat vrijen met een droge vagina pijnlijk is. 
  • Enkele zenuwen naar de vagina zijn mogelijk verwijderd, waardoor seksuele opwinding iets moeilijker is dan voorheen en de beleving van uw seksualiteit veranderd is. Sommige vrouwen hebben meer tijd nodig om opgewonden te raken. Na enige tijd voelt deze nieuwe situatie doorgaans wel weer vertrouwd aan. Dankzij de nauwkeurige robotgeassisteerde chirurgie kunnen deze zenuwen echter vaak gespaard blijven. 

Verwerking

Na een ingrijpende behandeling is er tijd nodig om alles te verwerken. Het is niet ongewoon als de maanden na de operatie gepaard gaan met periodes van lusteloosheid, somberheid of angst. 

Zowel de kankerdiagnose als het verlies van uw baarmoeder, en bijgevolg het feit dat u geen kinderen meer kunt krijgen, kan erg moeilijk zijn voor u. Bij de ene vrouw is het verlies van de baarmoeder belangrijker voor haar vrouw-zijn dan bij de andere. Voor vrouwen met een kinderwens vraagt het extra tijd om dit te verwerken. 

Vraag tijdig hulp als u daar nood aan hebt. 

Nazorg

Na de behandeling blijft u onder controle van uw gynaecoloog. 

Bent u verwezen door een gynaecoloog in een ander ziekenhuis dan UZ Leuven, dan zullen de meeste controles dar plaatsvinden. 

 

KanActief

Het revalidatieprogramma 'KanActief' kan u helpen bij uw herstel en bij het vinden van een nieuw evenwicht in uw leven.

Meer info

Contactgegevens

Laatste aanpassing: 22 mei 2024