Aanraken en geraakt worden: het kan weer in de zorg

(De Standaard, 13 oktober 2021, geschreven door Veerle Beel) Een stoel dichtbij, een hand op de schouder: tijdens de covidcrisis werden deze kleine gebaren overal gemist, maar in de zorg nog het meest. ‘Gelukkig mag het nu wel weer', zegt de Beroepsvereniging van Zorgpastores.
Handen

‘Rakelings nabij', luidt het thema dat de zorgpastores in Vlaanderen hebben uitgekozen voor de week van de spiritualiteit, nu de coronacrisis grotendeels achter ons ligt. Ze claimen het niet voor zichzelf alleen, maar voor alle zorg- en hulpverleners. ‘We hebben het erg gemist, en veel hulpverleners met ons', zegt Anne Gessler, ziekenhuispastor in het UZ Leuven. ‘Er is nu sprake van een golf van burn-outs in de zorg. Volgens mij komt dat doordat veel hulpverleners onmacht hebben gevoeld: alles moest vanop afstand gebeuren. Iedereen weet dat dit niet echt goede zorg was, maar het kon niet anders. Nu gelukkig weer wel.'

Jeannine Bosmans (70) is erg blij dat Gessler bij haar binnenstapt. Natuurlijk mag ze een stoel nemen en dicht bij haar gaan zitten. De verpleging heeft ons gewaarschuwd dat de vrouw twee barslechte nachten achter de rug heeft. Toch licht haar gezicht op: ‘Ik ben altijd blij als Anne komt. Het is fijn om met haar te praten.'

Ze kennen elkaar al langer, omdat Bosmans na een dubbele longtransplantatie vaak in het ziekenhuis heeft verbleven. Vorige maand heeft ze er haar 70ste verjaardag nog gevierd. Sinds kort verblijft ze op de palliatieve afdeling. ‘Ik was er wel een beetje bang voor', bekent de vrouw. Gessler toont begrip: ‘Het is ook een grote stap.'

‘Soms, als ik pijn heb, zie ik dat mijn zoon meelijdt. Dat wil ik niet, en dan begin ik over het voetbal' - Jeannine Bosmans, palliatief patiënte

Is ze bang om te sterven? ‘Toch niet. Raar he. Sinds ik op deze kamer lig, heb ik het aanvaard. Mijn kleindochter zegt dat ze graag nog wat meer jaartjes met mij zou hebben, maar het is niet anders.'

Jong weduwe geworden

Gessler geeft haar alle tijd om te vertellen: over de moeilijkheden in haar leven, maar ook over haar transplantatie, die ze als een groot geschenk heeft ervaren, en over haar familie, het grootste geschenk. ‘Ik ben jong weduwe geworden, maar mijn zoon en ik hebben ons erdoor geslagen', zegt Bosmans. ‘Hij zorgt zo goed voor mij. Mijn schoondochter en de kleinkinderen ook. Soms, als ik pijn heb, zie ik dat mijn zoon meelijdt. Dat wil ik niet, en dan begin ik over het voetbal.'

Gessler glimlacht: ‘Hij lijdt mee omdat hij erg dicht bij jou staat. En jij verandert van onderwerp omdat je hem de pijn wil besparen. Dat is wederzijdse liefde.'

Bosmans beseft het. Ze vindt dat ze veel heeft om dankbaar voor te zijn. ‘Als ik het 's avonds moeilijk heb, praat ik met Onze-Lieve-Vrouwke. Dat doe ik echt heel dikwijls. Ik vertel haar dan dat ik dankbaar ben voor al wat is en al wat ik heb mogen beleven.' Gessler raakt met haar hand die van Bosmans aan, die er nog een hand bovenop legt. Voor we het weten, is er meer dan een uur voorbij.

‘Ik ben zo blij dat ik dit nog eens allemaal heb kunnen vertellen. Het doet me zo veel deugd.'

Spirituele dimensie

Twaalf zorgpastores zijn er in het UZ Leuven, onder wie negen vrouwen. Ze zijn dag en nacht, zeven dagen op zeven stand-by, in een beurtrol. 's Nachts worden ze opgeroepen als er op de spoedafdeling iemand binnenkomt in kritieke toestand, voor de opvang van familie of naasten, als een patiënt angsten doorstaat en niet kan slapen, of bij een andere crisissituatie.

Overdag bezoeken ze patiënten die lang in het ziekenhuis moeten blijven, of van wie de verpleging aangeeft dat ze nood hebben aan een gesprek. ‘In dit ziekenhuis werken wij vanuit een christelijke inspiratie, maar we zijn beschikbaar voor iedereen. Het gebeurt niet zo vaak dat mensen ons de deur wijzen', zegt Gessler.

‘Gelovig of niet, iedereen heeft een spirituele dimensie: het is zoals met ademen. Je voelt het pas als er iets ingrijpends gebeurt, iets dat adembenemend mooi is, of iets dat je de adem beneemt. Het is zoals de gist in het deeg, de rode draad die alles in je leven met elkaar verbindt. In het ziekenhuis bevinden veel mensen zich in ingrijpende situaties, waarin ze op zichzelf teruggeworpen worden en net hierover willen praten. Over wat er echt toe doet in hun leven.'

Er zijn veel andere zorgverleners die hier ook tijd voor willen maken, zegt Gessler. ‘Gelukkig maar. Het verschil met ons is dat wij niets anders hoeven te doen. Wij kunnen 100 procent van onze tijd en aandacht geven.'

Dat doet ze even later ook bij een Poolse man die op de isolatieafdeling verblijft vanwege een stamceltransplantatie. Hij heeft om de communie gevraagd. Als Gessler daarna vraagt hoe het met hem gaat, zakt hij ineen. Zij legt een troostende arm op zijn schouder en luistert.

Het is aanraken en geraakt worden, in een gebaar dat meer zegt dan woorden zouden doen. Moet ze morgen terugkomen? Hij wil niet moeilijk doen. In moeizaam Frans zegt hij: ‘Over twee of drie dagen is ook goed.'

Verschenen op woensdag 13 oktober 2021 in De Standaard, geschreven door Veerle Beel.

Laatste aanpassing: 22 november 2021