Vooral voor slachtoffers die pas na enkele dagen aangifte doen, is de nieuwe test een doorbraak. De techniek is een internationale primeur en staat voortaan ter beschikking voor centra na seksueel geweld in binnen- en buitenland.
Wanneer een slachtoffer van seksueel geweld aangifte doet, bevatten de afgenomen stalen vaak een mengeling van cellen van zowel het slachtoffer als de dader. De huidige standaardtechnieken scheiden de spermacellen van de vaginale cellen van het slachtoffer, om zo een DNA-profiel van de dader te maken. Maar soms is het zoeken naar een speld in een hooiberg: als er te weinig cellen van de dader aanwezig zijn, is een DNA-profiel opstellen niet meer mogelijk. Vooral bij slachtoffers die pas na enkele dagen aangifte doen, is de kans op een bruikbaar spoor klein.
5 tot 7 keer gevoeliger
Leuvense onderzoekers vonden een oplossing door twee bestaande methodes te combineren. Met SpermFACS maken onderzoekers gebruik van fluorescence-activated cell sorting (FACS), een technologie die individuele cellen kan herkennen en selecteren. Een speciale vloeistof doet alleen de cellen van de dader oplichten. Daarna sturen ze het staal door een FACS-toestel, een uiterst nauwkeurige sorteermachine van de KU Leuven. De machine herkent de lichtgevende cellen en vist ze er één voor één uit, waardoor het DNA van de dader volledig zuiver wordt gescheiden van dat van het slachtoffer.
Uit de zopas gepubliceerde validatiestudie blijkt dat SpermFACS tot vijf à zeven keer gevoeliger is dan de huidige standaardmethodes. De test werkt zelfs als er tegenover één cel van de dader maar liefst 7.500 cellen van het slachtoffer staan. Waar klassieke technieken vaak geen bruikbaar mannelijk DNA meer opleveren na 48 uur, slaagt de nieuwe technologie erin om DNA-profielen te verkrijgen tot minstens vijf dagen na het seksueel contact, wat de kans op een dader-match aanzienlijk vergroot.
Onze nieuwe test kan een wezenlijk verschil maken voor slachtoffers
prof. dr. Bram Bekaert
Prof. dr. Bram Bekaert, specialist forensische genetica in UZ Leuven: “De nieuwe DNA-test SpermFACS vergroot de kans dat we ook bij een laattijdige aangifte nog betrouwbaar DNA-bewijs kunnen vinden. In de praktijk melden veel slachtoffers zich niet onmiddellijk aan bij politie of medische diensten. Ze zijn in shock, voelen schaamte of angst of er zijn praktische drempels. Als het forensisch onderzoek dan dagen later plaatsvindt, bevat het biologisch bewijsmateriaal vaak onvoldoende informatie. Onze nieuwe test kan een wezenlijk verschil maken voor slachtoffers, zowel in het kader van gerechtelijke vervolging als voor hun gevoel van erkenning en rechtvaardigheid.”
Complexe zedendossiers
De nieuwe methode biedt niet alleen mogelijkheden bij laattijdige aangiftes. Ze geeft ook perspectieven in complexe zaken, zoals dossiers met zeer weinig spermacellen of situaties met meerdere mogelijke daders bij een groepsverkrachting. Door spermacellen zeer zuiver te isoleren, verhoogt SpermFACS niet alleen de kans op identificatie, maar ook de betrouwbaarheid van de forensische interpretatie.
De methode is volledig gevalideerd volgens internationale kwaliteitsnormen. SpermFACS is niet gepatenteerd, zodat ook andere centra en labo’s wereldwijd er gebruik van kunnen maken. De onderzoekers hopen zo dat de technologie in de toekomst breed ingang zal vinden in forensische laboratoria en een structurele impact zal hebben op de aanpak van seksueel geweld. De validatie van de test werd gepubliceerd in het vakblad Analytical Chemistry.
Opvolgproject
Het team van professor Bekaert werkt inmiddels al aan een vervolgproject. Samen met de biosensorgroep van de KU Leuven, onder leiding van professor Jeroen Lammertyn, willen ze de techniek miniaturiseren, zodat ze de stalen ook op een microchip kunnen analyseren. Daardoor zullen analyses sneller uitgevoerd kunnen worden. In de toekomst hopen de onderzoekers de methode ook te gebruiken voor contactsporen op andere bewijsstukken, zoals DNA-sporen op kledij of voorwerpen.