Hoewel draadloze pacemakers al langer bestaan, hebben de huidige systemen technische beperkingen. De grootste uitdaging is de synchronisatie: de samenwerking tussen de voorkamers en de kamers van het hart. Bij een gezond hart trekken de voorkamers eerst samen om de kamers te vullen, waarna de kamers het bloed rondpompen. Veel huidige draadloze een-kamerpacemakers hebben moeite om dat precieze ritme te volgen, wat kan leiden tot kortademigheid of het zogenaamde 'pacemakersyndroom', een vorm van hartfalen. De nieuwe LivIQ-pacemaker, die via de lies wordt geplaatst, is specifiek ontworpen om de activiteit van de voorkamers veel nauwkeuriger te detecteren en te volgen vanuit de hartkamer.
Betere levenskwaliteit voor de patiënt
Prof. dr. Christophe Garweg, cardioloog-elektrofysioloog in het UZ Leuven en hoofdonderzoeker van de BIO-LivIQ-studie: "Met dit onderzoek willen we de technologie achter draadloze pacemakers verder verfijnen. Eerdere tests bij dieren toonden aan dat dit toestel de samenwerking tussen de hartkamers beter coördineert zonder dat daarvoor extra draden of een tweede apparaat in de voorkamer nodig zijn. Voor de patiënt is dat een voordeel: we bootsen de natuurlijke werking van het hart zo dicht mogelijk na. Dat moet leiden tot een betere levenskwaliteit, waarbij patiënten minder snel kortademig worden."
Met dit onderzoek willen we de technologie achter draadloze pacemakers verder verfijnen.
prof. dr. Christophe Garweg
De studie in het UZ Leuven onderzoekt of de verbeterde sensortechnologie de nieuwe standaard kan worden voor patiënten die wel ondersteuning in de hartkamer nodig hebben, maar bij wie de eigen voorkamer nog goed functioneert. Door slechts één klein toestelletje te gebruiken dat 'luistert' naar de voorkamer, blijft de ingreep minimaal invasief terwijl het resultaat voor de patiënt optimaler is. De eerste vier patiënten die het nieuwe model pacemaker kregen, stellen het goed. "Door deel te nemen aan deze internationale studie blijft het UZ Leuven voorop lopen in de innovatie van draadloze pacemakers," aldus prof. dr. Garweg. "Het doel is om de techniek over vijf tot tien jaar de standaardzorg te maken voor een veel grotere groep patiënten."