Michiel (21)

1 september 2019

Op het eerste gezicht lijkt het een jongen van 9 die aan het tafeltje zit, maar eigenlijk is hij 21. Beetje kalend al, discreet ringbaardje, modieuze blauwe bril. Goedlachs. Jongensstem. Telkens de fotografe een foto neemt, zwijgt hij even en poseert. Ik moet een inspanning doen om hem niet als een kind te behandelen, want dat is hij niet. Op zijn eigen manier is hij volwassen. De antwoorden komen wat traag, maar dat is niet erg. We hebben tijd.

Michiel: “Ik kom hier al 21 jaar, mijn hele leven dus. Ik ben geboren met een aandoening die een groeistoornis veroorzaakt, waardoor mijn gestalte die van een kind blijft. Een paar weken geleden was dat een meter drieëndertig. Door die groeiproblemen moet ik medicatie nemen, anders word ik ernstig ziek. Maar vandaag ben ik hier niet als patiënt. Ik vergezel mijn grootmoeder die voor een massage komt.”

Dan ken je dit ziekenhuis al wel?

Michiel: “Op mijn dertiende lag ik een hele maand in het ziekenhuis, ik was toen erg ziek. Niet één keer mocht ik naar huis, het duurde eindeloos lang. Maar ik heb toen ook aanvaard dat ik klein zal blijven. Dat was moeilijk, in het begin. Ik voelde me gevangen in een jongenslichaam. Vervelend, omdat mensen je aanstaren. Mijn vrienden werden groter, ik niet. Maar dat heb ik nu aanvaard. Als ze me weer eens aanstaren, denk ik: kijk maar! Ik trek het me niet meer aan. Bovendien groei ik nog wel een beetje. Mijn jongste zus heeft dezelfde aandoening en zij heeft het er moeilijker mee.”

Op mijn dertiende lag ik een heel jaar in het ziekenhuis

Ik heb ooit eens met iemand gepraat die ook klein was gebleven en die vond het erg dat hij nergens kon aanbellen omdat telkens de bel te hoog stond.

Michiel: “Ja, dat is een probleem. Ik werk in de keuken van het ziekenhuis Sint-Jan in Tienen. Ik help daar koken, zoals groenten stoven. En soms heb ik een laddertje nodig als ik iets uit een kast moet halen. Maar ik vind dat geen probleem, ik heb ermee leren leven.”

Heb je ook leren leven met mensen die je als een kind aanspreken?

Michiel: “Dat is soms vervelend maar het gebeurt niet vaak meer. Ik gedraag me en praat als iemand van 21. Ik kan bussen en treinen nemen, ik red mezelf wel. Ik ben naar school gegaan en nu afgestudeerd.”

Hoe zie je de toekomst?
Michiel:
“Ik zal altijd wel klein blijven, dat weet ik. Maar ik ben blij met wat ik nu ben. Ik weet niet wat de toekomst zal brengen, dat zal ik wel zien. Ik maak me daar geen zorgen om, ik laat het gewoon komen zoals het komt. Ik woon nog bij mijn ouders. Misschien zal ik ooit zelfstandig wonen, maar dat probleem stelt zich nu niet.”

Heb je ook een partner?

Michiel: “Nee, maar ik mis dat meestal niet. Ik hoef geen relatie, denk ik. Eigenlijk denk ik er niet vaak over na. Ik heb nu alleen maar goede vrienden en daar blijft het bij. We sporten, wandelen en fietsen. Of we gaan uit en drinken een glas.”

Wat als je een wens mocht doen?
Michiel:
“Dan zou ik toch wensen dat ik wat groter mocht zijn. Ik moet nu te vaak hulp vragen voor dingen die ik zelf wil kunnen. Maar je geluk moet je zelf maken. Over enkele maanden begin ik een nieuwe job waar ik wel naar uitkijk. Gelukkig zijn is niet zo moeilijk.”

(Tekst: Jan Van Rompaey)

Ons ziekenhuis is een dorp in de stad. Jan Van Rompaey trekt met de regelmaat van de klok naar de koffieshop van campus Gasthuisberg. Om er te luisteren naar gewone en bijzondere verhalen van mensen die hier passeren. Op goed geluk spreekt hij hen aan, zelden weigeren ze een gesprek.

Laatste aanpassing: 21 juni 2021