Jan (72)

1 september 2019

Een zware longaandoening, al zeven jaar. Zijn hele leven een hard werkende aannemer geweest. En heel zijn leven op allerlei werven stof ingeademd. Vorig jaar is hij maar liefst 22 keer opgenomen, alles samen acht maanden. Soms mocht hij vrijdagavond naar huis, om enkele uren later weer op spoed te liggen.

Jan: “Maar vandaag ben ik in het ziekenhuis voor een controle. Ik woon in Herent, dat is eigenlijk om de hoek. Als ik thuis een crisis krijg en de MUG opbel, hoor ik al de sirene van de ambulance die campus Gasthuisberg verlaat. Dan weet ik: oef, ze zijn op komst. Eigenlijk vond ik zo lang in het ziekenhuis verblijven niet erg. Behalve tijdens de zomer, als het buiten warm was en ik naar adem hapte: ze konden de kamers niet konden verluchten omwille van de vele longpatiënten en transplantatiepatiënten. Maar ik verveelde me nooit. Ik ken ondertussen iedereen op de afdeling, ik weet waar ze wonen, hoeveel kinderen ze hebben. En iedereen kent mij. Ik was er een graag geziene gast mag ik wel zeggen.”

Hoe hebben ze die stoflong ontdekt?

Jan: “Op een dag kom ik thuis, wil ik een drankje nemen en val plots bewusteloos tegen de tafel. Gelukkig was mijn vrouw ook thuis, ze hoorde de klap. Paniek, de MUG, naar spoed. Aan de beademing. En vervolgens vier maanden ziekenhuis. Voordien had ik nooit iets gemerkt, al moet ik toch al kortademig geweest zijn. De oorzaak: stof inademen bij het werken in de bouw. Sleuven slijpen in muren, bijvoorbeeld: dat geeft wolken van stof.”


Nooit een masker gedragen?

Jan: “Daar hadden we toen nooit van gehoord. Nu worden ze ingepakt als astronauten, maar indertijd was het: naar de werf en slijpen maar. Mijn rechterlong bleek al erg aangetast. De longblaasjes waren aan het afsterven, en minder longweefsel betekent minder zuurstofopname. De andere long had het ook, maar in mindere mate. Ik heb toen geïnformeerd naar een longtransplantatie, maar de artsen vonden het daar nog te vroeg voor. Nu, zeven jaar later, heb ik dezelfde vraag gesteld, maar zeggen ze dat ik te oud ben. Ik heb er begrip voor: jonge patiënten hebben voorrang en er is een tekort aan organen. Maar toch, het doet pijn: een kamergenoot van 83 heeft wél nog een long gekregen. Ze zullen hier wel weten waarom. Ik denk dat er behalve de leeftijd nog andere factoren een rol spelen. In die zeven jaar hebben ze mij twee keer een transplantatie voorgesteld, maar die is telkens twee dagen voor de ingreep geannuleerd. Ik heb toen geen duidelijke verklaring gekregen. Nu dus wel: ik ben te oud. Maar goed, ik heb me erover gezet. Ik heb geen keuze en heb het aanvaard. Ik heb een vriend die een nieuwe long kreeg en er maar vier maanden mee heeft geleefd. Er is dus ook een risico, daar troost ik mij mee.”

Artsen vinden me te oud voor een longtransplantatie

Heb je er veel last van?
Jan:
“Ik voel me elke dag achteruitgaan. Wat ik vroeger vlot kon, kost me nu alsmaar meer moeite. Ik voetbalde zo graag, maar als ik twee keer tegen een bal trap, ben ik helemaal buiten adem. Het is leefbaar, maar alles hangt af van het moment. Soms gaat het beter en soms word ik wakker en voel ik dat het een rotdag wordt. Dan heb ik het gevoel dat ik mezelf niet ben. Het weer speelt een grote rol: ik kan niet meer tegen warmte. Ik, die zoveel op stellingen heb gestaan in de brandende zon.”

En thuis? Kan je vrouw er mee omgaan?
Jan:
“Het is moeilijk. Maar dat heeft nog andere redenen ook. Op het eerste gezicht is er niets aan de hand, maar ik zie aan kleine dingen dat mijn vrouw haar geheugen aan het verliezen is. Ik vermoedde het al een hele tijd. Alles wat ze moest doen, noteert ze op papiertjes. Ik heb haar daar nooit iets over gezegd, maar nu blijkt dat ik het bij het rechte eind had. Ze beseft het zelf ook. Na de zomer gaat ze in therapie. Mijn medische problemen zijn voor haar niet eenvoudig. Als ik een slechte periode heb, zit ik de hele dag in een fauteuil en kan ik niks doen. Als zij er ook niet meer zou zijn, wordt het moeilijk.”

Kun je nog genezen?
Jan:
“Bij een vorige test bleek dat maar 7% van mijn rechterlong behoorlijk functioneerde, bij de controle vanmorgen was dat 21%. Ik heb blijkbaar een goede dag. Maar genezen? Nee.”


Kijk je naar iets uit?

Jan: “Eigenlijk niet. Eigenlijk héb ik alles. Ik mag sinds kort weer een auto besturen, nu ik niet meer aan de morfine ben. Ik ben al tevreden als ik ’s morgens wakker word en denk: zie, ik leef nog. Dat is meegenomen!”

(Tekst: Jan Van Rompaey)

Ons ziekenhuis is een dorp in de stad. Jan Van Rompaey trekt met de regelmaat van de klok naar de koffieshop van campus Gasthuisberg. Om er te luisteren naar gewone en bijzondere verhalen van mensen die hier passeren. Op goed geluk spreekt hij hen aan, zelden weigeren ze een gesprek.

Laatste aanpassing: 21 juni 2021