Chris (49)

1 oktober 2020

“Ik kom mijn moeder binnenbrengen”, zegt hij. Het klinkt wat hard, een beetje zoals een auto naar de garage brengen, maar zo bedoelt hij het niet. Dit is een man met een warm hart. Zijn moeder is 86, pas enkele dagen thuis uit het ziekenhuis, en nu alweer op de spoedgevallendienst.

Chris: “Moeder werd hier al in het ziekenhuis behandeld, maar geraakte weer in ademnood. Blijkbaar sloeg de medicatie niet aan. Ze heeft hart- en longproblemen en ondanks haar hoge leeftijd woont ze alleen. Ze heeft een klein appartement zonder veel hulp, geen home, geen serviceflat. Maar je hoort haar niet klagen, mijn moeder is een sterke vrouw. Ik mocht op spoed niet bij haar blijven, en de eerste drie dagen mogen we haar niet bezoeken, maar ze geeft geen krimp. Ze heeft vier zonen grootgebracht, ze kan tegen een stootje.”

Is ze bang van COVID-19?
Chris: “Ik zou het niet weten. Ze praat daar niet over, maar ik denk het wel. Ze beseft dat ze tot de risicogroep behoort. Ik denk dat ze daarom ook het liefst in het ziekenhuis opgenomen wordt, omdat ze dan onder controle blijft en minder risico’s loopt.

Als ze weg is, zullen we zeggen 'was ze er nog maar'

"Wij, haar zonen, denken daar trouwens ook zo over. Thuis is ze tenslotte alleen, je durft er niet aan te denken wat er allemaal kan gebeuren. Maar je weet eigenlijk niet wat er door haar hoofd spookt. Ik heb een vermoeden dat ze het allemaal niet meer ziet zitten en dat ze de moed laat zakken. Altijd een probleem, altijd ergens pijn. Maar daar praat ze dus niet over. En wij weten dat, maar we vragen er ook niet naar.”

Maar ben je soms bang dat ze het niet zal halen?
Chris: “Nee, dat niet. Ik denk: er is een tijd van komen en van gaan. Ze is nu eenmaal 86. Maar dat is wat we nu denken. Als ze weg is, zullen we zeggen: ‘was ze er nog maar’. Het is tenslotte onze moeder. Zo gaat dat, je mist zo iemand pas als ze er niet meer is.”

Wat is je beroep?
Chris: “Ik werk bij de vuilnisdienst. Bij de openbare reinigingsdienst van Brussel, zoals dat heet.”

Doe je het graag?
Chris: “Het is hard werken, dat wel. Je moet van wanten weten (toont zijn handen als kolenschoppen). Maar het zal je verbazen, ik vind het wel leuk. De hele dag in de openlucht, tussen je kameraden. We amuseren ons, ook al is het rotweer. We doen veel kilometers samen.”

Maar is er geen tijdsdruk? Ik zie die mannen altijd rennen.
Chris: “Ja, dat is waar. Maar dat komt ook omdat hoe sneller we werken en zo’n ronde afgewerkt is, hoe sneller we naar huis kunnen. Maar het is natuurlijk zwaar werk: dwars door het verkeer zeulen met zakken van vijftien kilogram. En je weet nooit wat erin zit.”

Nooit gewond geraakt?
Chris: “Ik niet (zoekt naar hout maar het tafeltje is van plastic), maar collega’s wel. Glasscherven in de vuilniszakken kunnen, ondanks de veiligheidshandschoenen, ernstige snijwonden veroorzaken.”

Je bent bijna vijftig, kan je dit nog lang blijven doen?
Chris: “Ík wel, als ik tenminste gezond blijf.” (Zoekt weer naar hout.)

(Tekst: Jan Van Rompaey)

Ons ziekenhuis is een dorp in de stad. Jan Van Rompaey trok in coronatijden naar de spoedgevallendienst van campus Gasthuisberg. Om er te luisteren naar gewone en bijzondere verhalen van mensen die er verzeild geraken.

Laatste aanpassing: 7 mei 2021