Als de nacht te lang duurt

1 oktober 2020

Lig je regelmatig een nacht wakker? Opletten ge­blazen dan, want een voortdurend slaapgebrek kan op termijn psychische klachten geven. Of misschien zijn psychische problemen net de oorzaak van je slaapprobleem? Omdat slecht slapen en psychische problemen vaak hand in hand gaan, bekijk je de twee problemen het best samen.

Heb je last van depressieve gevoelens of angsten, dan is het weinig waar­schijnlijk dat je ’s nachts slaapt als een roos. Veel psychiatrische aandoenin­gen gaan gepaard met slaapproble­men.

Prof. dr. Maarten Van Den Bossche, als psychiater verbonden aan het Leuvense cen­trum voor slaap- en waakstoornissen, weet er alles van. “Bij depressie is een verstoorde slaap een van de hoofdkenmerken. Maar je slaapproblemen kunnen heel verschillend zijn: je hebt patiënten met een depressie die heel slecht slapen en anderen die net heel veel slapen of weinig energie hebben.

Men­sen met een angststoornis liggen vaak wak­ker omdat ze piekeren. Ook bij ADHD zijn er duidelijke verbanden met slaapproblemen. Sommige studies zeggen zelfs dat slaappro­blemen aan de basis liggen van ADHD.”

Er is ook een duidelijk verband tussen dementie en veranderde slaap, maar het is nog niet helemaal duidelijk wat oorzaak is en wat gevolg. “Opmerkelijk is dat we bij dementie al slaapproblemen zien lang voor de cognitieve veranderingen duidelijk wor­den. Mogelijk gaat depressie of dementie gepaard met onderliggende biochemische veranderingen, die ook invloed hebben op de slaap.”

Laat het los

Slechte slaap kan psychische klachten ver­sterken. Omgekeerd is voldoende en goed slapen belangrijk voor de algemene en de geestelijke gezondheid.

Zorgen dat je niet beknibbelt op slaap, dat is de boodschap
prof. dr. Maarten Van Den Bossche

“Mensen die te wei­nig slapen, krijgen allerlei problemen. Het heeft een negatief effect op hun bloeddruk, hart, stemming, aandacht of concentratie. Gebrek aan slaap maakt zelfs dat je gemak­kelijker overgewicht krijgt. En het is een maatschappelijke tendens om altijd maar meer te werken en bereikbaar te zijn, waar­door onze slaap onder druk staat. Zorgen dat je niet beknibbelt op slaap, dat is de boodschap.”

Psychotherapie

Tegelijk is er tegenwoordig ook de neiging om té dwangmatig met slaap bezig te zijn. Slaap is ‘in’: we hebben zelfs apps op onze telefoons die onze slaap en slaapkwaliteit monitoren. En dat is niet altijd goed, zegt professor Van Den Bossche: “We zien nu meer en meer mensen op de raadpleging omdat hun app zegt dat ze bijvoorbeeld niet voldoende diepe slaap hebben, of niet aan hun acht uur slaap komen, terwijl ze voor­dien perfect functioneerden met maar zeven uur slaap.

De resultaten van die apps zijn niet altijd betrouwbaar en het is nor­maal dat de kwaliteit van je slaap per nacht kan wisselen.

Het is ook heel moeilijk om algemene adviezen te geven, want wat bij de ene persoon werkt, werkt niet noodzake­lijk bij de andere. De ene persoon verdraagt het bijvoorbeeld om ’s avonds nog cafeïne te drinken, de andere niet. Hoe meer je je slaap gaat proberen te controleren, hoe moeilijker het lukt.”

Heb je naast slaapproblemen ook klachten van depressie of angst, dan moet zeker ook die depressie of angststoornis aangepakt worden. “Soms verdwijnen de slaapklach­ten als de stemming verbetert. Sommige antidepressiva kunnen ook de slaap verbe­teren. Maar het is wél verstandig om van bij het begin van de behandeling ook de slaap aan te pakken, want een betere slaap verbe­tert ook je stemming.”

Waar slaapmedicatie voorschrijven vroeger de eerste keuze was bij slapeloosheid, komt ze nu pas op de laatste plaats

Slaaptraining

“Waar slaapmedicatie voorschrijven vroeger de eerste keuze was bij slapeloosheid, komt ze nu pas op de laatste plaats. De eerste keuze is slaaptherapie. Die therapie bestaat uit verschillende onderdelen. De slaaphygië­ne onder de loep nemen is het eerste. Je hebt mensen die op erg onregelmatige uren sla­pen, veel koffie drinken, nog in bed werken tot vlak voor het slapengaan: daar geven we informatie en goede raad over.”

Doe iets ontspannends voor je weer in bed kruipt. Zo leert je lichaam dat een bed alleen dient voor slaap en seks.

Verder maakt de slaaptraining gebruik van twee belangrijke technieken: stimulus-controle en slaaprestrictie.

Stimulus-controle

“Bij stimulus-controle is het idee dat we mensen leren opnieuw het verband te voelen tussen hun bed en slapen. Piekeren, eten, werken … horen niet in bed te gebeuren. Kan je de slaap niet vatten of word je ’s nachts wakker en geraak je niet meer in slaap, dan ga je het best je bed uit en naar een andere kamer. Doe iets ontspannends voor je weer in bed kruipt. Zo leert je lichaam dat een bed alleen dient voor slaap en seks.”

Slaaprestrictie

Ook slaaprestrictie kan vaak helpen. “Daar­bij wordt de tijd in bed beperkt. Mensen die slecht slapen brengen soms te veel tijd in bed door. Eerst vragen we hun een slaap-dagboek bij te houden. We beperken de tijd die ze in bed mogen liggen en breiden die daarna weer uit. Die techniek heeft vaak spectaculaire effecten.”

Melatonine als slaapmedicijn

Leidt de slaaptherapie nog niet tot voldoen­de resultaat, dan kan de arts bijkomend medicatie voorschrijven. Maar daarbij gaat de eerste keuze niet naar de klassieke slaap­middelen.

“Medicatie zoals benzodiazepi­nes en de zogenaamde z-drugs vermijden we zoveel mogelijk omdat ze verslavend zijn. Mensen moeten er steeds meer van nemen om hetzelfde effect te bereiken. Bovendien hebben ze na lang gebruik een effect op bijvoorbeeld het geheugen en ver­hogen ze ook het risico op vallen. Voorge­schreven medicatie op basis van melatonine krijgt nu de voorkeur. Dat is een stof die ons lichaam ook zelf aanmaakt en die wei­nig bijwerkingen heeft.”

De conclusie is duidelijk: slaap en psychi­sche gezondheid bekijk je het best altijd samen. “Het is een en-enverhaal. Bij men­sen met een psychiatrische aandoening is het goed ook aan de slaapkwaliteit te wer­ken. En omgekeerd: heb je als patiënt slaap-klachten, ga dan na of er geen onderliggend psychisch probleem is.”

Laatste aanpassing: 21 januari 2021