Kanker­behandeling tijdens zwanger­schap heeft geen na­delige effecten voor het kind

17 december 2015
Kanker­­behandeling tijdens de zwanger­­schap is veilig en efficiënt, zo blijkt na 10 jaar onder­zoek. De bevindingen van prof. dr. Frédéric Amant werden gepubliceerd in the New England Journal of Medicine (NEJM) en voor­­gesteld op het European Cancer Congress.

Zwangere vrouwen hoeven na een kanker­­diagnose niet te kiezen voor zwanger­schaps­­onder­breking of voor uit­­stel van kanker­­behandeling uit angst voor de effecten van die behande­ling op hun kind. Kinderen van moeders die tijdens de zwanger­­schap een kanker­­behandeling kregen, doen het even goed als kinderen die daar niet aan werden bloot­­gesteld. Dat blijkt uit multi­­disciplinair onderzoek in UZ Leuven en aan de KU Leuven. Het onderzoek is in september 2015 gepubliceerd in het top­­tijd­schrift New England Journal of Medicine (NEJM) en voor­­gesteld op het European Cancer Congress in Wenen.

Geen verschillen

Artsen en wetenschappers onder­­zochten 129 kinderen van moeders die tijdens hun zwanger­­schap kanker kregen. De ontwikkeling van die kinderen werd vergeleken met de ontwikkeling van kinderen die geboren werden bij moeders zonder kanker, na eenzelfde zwanger­­schaps­­duur.

In vergelijking met de controle­­groep waren er geen verschillen in mentale ontwikkeling of medische problemen (zoals astma, nood aan oor­­buisjes of andere ingrepen) bij kinderen bloot­­gesteld aan chemo- of radio­­therapie. Ook de kinderen van wie de moeders geen behandeling kregen, doen het even goed als hun leeftijds­­genootjes. De oudste kinderen onder­gingen een grondig hart­­onderzoek dat uitwees dat ook hun hart­­functie heel normaal is.

De resultaten bevestigen dat er geen reden is om, uit bezorgd­­heid over de effecten van een kanker­­behandeling, de zwanger­­schap te beëindigen of de behandeling uit te stellen.

Kanker is geen reden om de zwanger­­schap te beëindigen of een behandeling uit te stellen

Vroeg­geboorte nadeliger

De studie toont bovendien voor het eerst weten­­schappelijk aan dat kinderen meer last hebben van vroeg­­geboorte dan van chemo­­therapie.

Dankzij de vergelijking met de controle­­groep konden de artsen een vertraagde mentale ontwikkeling linken aan vroeg­­geboorte. Prematuur geboren kinderen deden het iets minder goed en dat effect bleek even groot in de studie­­groep als in de controle­­groep. Vermijden van vroeg­­geboorte is dus belang­rijker dan vermijden van chemo­­therapie.

Teamwerk

Verschillende afdelingen van UZ Leuven en de KU Leuven werkten samen aan dit onderzoek:

  • Gynaeco­logische oncologie (Frédéric Amant, Tineke Vandenbroucke, Magali Verheecke en Sileny Han)
  • Cardiologie (Jens-Uwe Voigt)
  • Kinder­geneeskunde (Lieven Lagae, Gunnar Naulaers, Lore Vallaeys)
  • Verloskunde (Kristel Van Calsteren)
  • Psychologie (Laurence Claes)

Op inter­­nationaal vlak is het onderzoek ingebed in het International Network on Cancer, Infertility and Pregnancy (INCIP).

Laatste aanpassing: 21 januari 2021