Biomerker­set als basis voor nieuwe bloed­test om darm­kanker op te sporen

17 december 2015

Onder­zoekers van VIB en de KU Leuven hebben – in samen­­werking met diverse Europese onco­­logische centra, onder meer UZ Leuven – bio­­merkers geïdentifi­­ceerd die verwerkt kunnen worden in een nieuwe diag­nostische test. Zo moet het via een een­voudige bloed­­­prik mogelijk worden om darm­­­kanker in een vroeg stadium op te sporen.

Opsporen in vroeg stadium

Prof. dr. Max Mazzone (VIB/KU Leuven): “Uit dit onder­zoek blijkt hoe belang­rijk het is om de rol van ons immuun­­­systeem bij kanker goed te begrijpen. In dit geval zal deze kennis hopelijk leiden tot een nieuwe gevoeligere test om darm­­kanker in een vroeg stadium op te sporen, zodat veel meer patiënten genezen kunnen worden. De volgende stap is de ontwikkeling van de test, ik hoop dat we snel een industriële partner vinden om dat te realiseren.”

Bij ontdekking in een vroeg stadium is de kans op genezing ongeveer 95%; in een laat stadium is dat minder dan 10%

Darm­­kanker: steeds groter medisch probleem

Darm­­kanker (colo­­­rectale kanker) is wereld­­wijd de derde meest voor­­komende vorm van kanker en de tweede meest voor­­komende oorzaak van kanker­­­doden. In 2012 werden er wereld­­wijd 1,4 miljoen mensen getroffen door colo­­­rectale kanker, in 2035 verwacht men dat het er 2,4 miljoen zullen zijn. Het is dus een aan­doening die jaar na jaar meer mensen treft.

Darm­­kanker is goed behandel­­baar als het in een vroeg stadium ontdekt wordt, met een kans op genezing van ongeveer 95%. In een laat stadium is na diagnose de kans op 5 jaar over­­leven minder dan 10%. Het is dus zeer belang­rijk om de ziekte in een vroeg stadium op te kunnen sporen. En daar knelt het schoentje.

De bevolking screenen

Er bestaan geen wereld­­­wijde screening­­­voor­­­schriften, maar omdat een vroege opsporing zo belangrijk is, bestaan er nationale initiatieven om de bevolking te screenen. Zo wordt in Vlaanderen heel de bevolkings­­­groep tussen 56 en 74 uitgenodigd om zich te laten testen via de ‘immuno­­­chemische Fecaal Occult Bloed’-test (iFOB) die bloed in de stoel­­­gang opspoort. Als die test positief is, moet er een colo­scopie uitgevoerd worden ter bevestiging van de aan­wezig­heid van pre-kwaad­­aardige poliepen of kanker.

Via een bloed­­­test is de drempel voor mogelijke patiënten kleiner dan bij een stoel­­­gang­­­test

Ook al is de iFOB-test de beste beschikbare test, de sensitiveit kan beter. De test detecteert immers niet alle darm­­­kankers. Er is nood aan een test die meer zeker­­heid biedt en die darm­­­kanker in een vroeg stadium kan opsporen en waarmee de hele bevolking bereikt wordt. Als dat via een bloed­­­test zou kunnen, is de drempel voor mogelijke patiënten ook kleiner dan bij een stoel­­­gang­­­test.

Ons immuun­­­systeem reageert op kanker

Als we getroffen worden door kanker, reageert ons immuun­­­systeem daarop en probeert het de kanker­­­cellen weg te werken uit ons lichaam. Een belangrijke rol daarin is weggelegd voor een specifiek type witte bloed­­cellen: de perifere bloed­­­monocyten. Van het moment dat er darm­­­kanker­­­cellen in het lichaam aanwezig zijn, reageren de perifere bloed­­­monocyten op stoffen die de kanker­­­cellen uit­­scheiden.

De nieuwe test zal al ver­ander­ingen op­sporen op het moment dat een tumor zich vormt. Vroeger in de ont­­wikkeling van de tumor kan dus niet
prof. dr. Hans Prenen

Alexander Hamm (VIB/KU Leuven): “De door de kanker­­­cellen uit­­ge­scheiden stoffen activeren specifieke genen in de mono­­­cyten. Nu we die genen geïdenti­ficeerd hebben, kunnen we ze gebruiken om een diagnose­­­test te ontwikkelen. Het wordt dan mogelijk om darm­­­kanker op te sporen in het bloed met behulp van standaard­­­techno­logieën.”

Prof. dr. Hans Prenen (UZ Leuven): “Deze nieuwe test zal waar­schijnlijk ook gevoeliger zijn, omdat die tumor-geïnduceerde veranderingen recht­­streeks opspoort en niet enkel bloed in de stoel­­gang. Bijkomend voordeel is dat dit proces plaats­­vindt op het moment dat een tumor zich vormt, vroeger in de ont­wikkeling van de tumor kan dus niet. Omdat de test gebaseerd is op de reactie van ons lichaam op aan­wezigheid van darm­­­kanker­­­cellen, kan ze ook ingezet worden om uit­zaaiingen op te sporen, zelfs nadat de primaire tumor weg­­genomen is. Dat unieke potentieel maakt de test geschikt voor opvolging van patiënten nadat de primaire tumor via een operatie verwijderd is.”

Set bio­­merkers geïdentificeerd

Voor de identifi­catie van de genen betrokken in dit proces verzamelden Hans Prenen (UZ Leuven) en zijn collega’s uit de onco­­logische centra van Brussel, Heidelberg en Rome materiaal van patiënten. Daaruit konden de weten­­­schappers onder leiding van Max Mazzone (VIB/KU Leuven) 43 relevante genen identificeren.

Wouter Van Delm (VIB Nucleomics Core Facility): “Omdat 43 ver­schillende genen te veel zijn om te verwerken in een diag­nostische test, was het belangrijk om een beperktere genen­­­set te kunnen vinden met dezelfde voor­­spellende waarde. Het is ons gelukt om uiteindelijk uit te komen bij een set van 23, maar dat aantal proberen we nog te verkleinen.”

De uitdaging van de onder­­zoekers is nu om met een minimale set bio­merkers een test te ontwikkelen. Voor die ontwikkeling zijn ze op zoek naar een industriële partner.

Het onderzoek werd mogelijk gemaakt dankzij de financiering van Fondation Fournier Majoie pour l’Innovation, FWO, VIB, KU Leuven, Klinisch onderzoek­­fonds UZ Leuven en Stichting tegen Kanker.

Laatste aanpassing: 21 januari 2021