Naar huis na de bevalling

Hoe verloopt het ontslag van u en uw baby als u het ziekenhuis verlaat? Wat krijgt u mee? Waar moet u de eerste dagen op letten? Welke controles moet u inplannen?

Baby

Geneesmiddelen

Uw baby krijgt gedurende een jaar een keer per dag zes druppels D-cure (vitamine D), voor de voeding, via de mond.

De nodige voorschriften krijgt u mee naar huis.

Navelverzorging

Tot de navelstomp is afgevallen en de navel mooi geheeld is en opgedroogd, moet u de navel nog dagelijks verzorgen. Uw baby mag wel in bad. Na het bad ontsmet u het naveltje één maal per dag met chloorhexidine in alcohol 70 %.

Moeder

IJzertabletten

Door het bloedverlies kan het gehalte aan rode bloedcellen in uw bloed wat laag zijn. De gynaecoloog heeft u dan ijzertabletten voorgeschreven. IJzer is namelijk een bouwstof voor rode bloedcellen. U mag hiervan dagelijks één tabletje innemen, gedurende minstens één maand. U neemt dit best voor het ontbijt in, met een beetje fruitsap. IJzertabletten maken de stoelgang vaak donkerder en kunnen wat constipatie geven.

Postnatale kinesitherapie

Door de zwangerschap en de bevalling zijn uw bekkenbodemspieren wat verzwakt. Om deze opnieuw te trainen, raden wij u aan om zes weken na de bevalling te starten met kinesitherapie. Meer info kan u vinden op www.bicap.be

Controle bij uw gynaecoloog

Wij raden u aan om zes tot acht weken na de bevalling op controle te gaan bij uw gynaecoloog. U kunt hiervoor een afspraak maken via het telefoonnummer van de raadpleging: 016 34 47 50.

Contraceptie

Bij borstvoeding

Ook als u borstvoeding geeft, is contraceptie nodig om een nieuwe zwangerschap te voorkomen!

Een gewone pil heeft echter een negatief effect op uw borstvoeding. Uw gynaecoloog zal u daarom een minipil voorschrijven. Dit is een lage dosis pil die wel mag gebruikt worden tijdens het geven van borstvoeding. In tegenstelling tot de gewone pil, moet u hiervan dagelijks één tabletje nemen zonder te stoppen, en dit zolang u borstvoeding geeft. Er wordt ook aangeraden om de pil zo stipt mogelijk te nemen (ongeveer op hetzelfde tijdstip elke dag). U mag een tiental dagen na de bevalling starten met de minipil. Uw bloedingen kunnen in het begin zeer onregelmatig zijn.

Wanneer u stopt met het geven van borstvoeding, raden wij u aan om opnieuw over te stappen naar een andere vorm van contraceptie (ring, pil, spiraal enzovoort). Als u dit wenst, kan later nog een spiraal worden geplaatst. Als u geen minipil wilt gebruiken, moet u een condoom gebruiken.

Als u geen borstvoeding geeft

Als u geen borstvoeding geeft, kunt u opnieuw starten met uw vroegere contraceptie. Wanneer u kiest voor de pil, moet u hiermee de eerste of de tweede week na de bevalling starten. Er wordt aangeraden om tijdens de eerste cyclus ook nog een condoom te gebruiken.

Kinkhoest

Bent u voor of tijdens uw zwangerschap niet opnieuw gevaccineerd tegen kinkhoest, dan zal uw gynaecoloog u een nieuw vaccin voorschrijven en u laten toedienen tijdens uw ziekenhuisverblijf. Voor de vaccinatie van uw partner raden wij u aan om bij thuiskomst contact op te nemen met uw huisarts. Die kan uw partner opnieuw vaccineren. Zo beschermt u uw baby optimaal tegen kinkhoest. De huisarts heeft het beste zicht op de bij u uitgevoerde vaccinaties en eventuele contra-indicaties hiervoor.

Rust

We raden u aan om – ook wanneer u thuis bent – voldoende te rusten. Een zwangerschap en bevalling vragen namelijk veel energie van het lichaam. Ook nadien zijn de nachten vaak kort en onderbroken. Laat u helpen door uw partner, familie of door professionele organisaties.

Praktische info bij ontslag

Vergeet bij uw ontslag uit het ziekenhuis niet het volgende mee te nemen:

  • eventuele geneesmiddelen, vitaminen voor u en uw baby;
  • rest van de wegwerpluiers (voorzie thuis voldoende voorraad in de aangepaste maat);
  • kompressen en watjes waarvan de verpakking al open is;
  • ontsmettingsalcohol;
  • verzorgingsproducten voor uw baby;
  • rest van de maandverbanden, borstkompressen;
  • eventueel ingevroren moedermelk (voorzie een koelbox);
  • zelfspoeltoestel;
  • thermometer

Als u kunstvoeding geeft, voorziet u voldoende flessen, spenen en melkvoeding. Er wordt geen kunstvoeding meegegeven vanuit de kraamafdeling. Ga tijdig de kunstvoeding afhalen, zeker vóór een lang weekend.

De volgende materialen zijn eigendom van het ziekenhuis en mag u niet mee naar huis nemen:

  • Flessenverwarmer
  • Afkolftoestel
  • Verzorgingskussen
  • Borstvoedingskussen
  • Verwarmingskussen
  • Linnen van het babybed en het volwassenbed
  • Wegwerphandschoenen en alcogel

Alarmsignalen

Aarzel niet contact op te nemen met uw vroedvrouw, huisarts, gynaecoloog of kinderarts:

Voor uzelf bij:

  • plots hevig bloedverlies met klonters of slecht ruikend verlies;

  • problemen met de draadjes van de knip;
  • tekenen van borstontsteking: koorts, grieperig gevoel, roodheid, pijnlijke borsten;
  • rilkoorts;
  • tekenen van depressie: vermoeidheid, lusteloosheid, sombere gedachten, geen zin om op te staan ’s morgens, enzovoort;
  • kortademigheid, pijn bij het ademen.

Voor uw baby bij:

  • temperatuurproblemen;
  • gewichtsproblemen;
  • slecht drinken;
  • stoelgang- of urineproblemen;
  • geelzucht of andere abnormale kleur;
  • slechte genezing van de navel.