Afspraken
-
+32 16 34 66 70 - werkdagen van 8 tot 16.15 uur
-
Privé: +32 16 34 68 80 - werkdagen van 9 tot 12 uur en van 13 tot 16.30 uur
-
Al patiënt bij ons? Vraag uw attest of voorschrift aan.
2 vormen
Graft-versus-hostziekte (GvHD) verwijst naar een klinisch syndroom dat wordt veroorzaakt door de reactie van getransplanteerde allogene donorcellen op histocompatibiliteitsantigenen die tot expressie komen op weefsels van de ontvanger van het transplantaat. Het komt meestal voor na het ontvangen van een allogene stamceltransplantatie. Er zijn 2 vormen van de ziekte: acute en chronische GVHD.
Acute GVHD
De acute vorm treedt meestal op vanaf 10 dagen na de transplantatie tot gemiddeld 6 maanden daarna. Deze vorm richt zich voornamelijk op 3 organen: de huid, het maag-darmstelsel en de lever. De huid wordt het vaakst aangetast en de ernst van de klachten kan variëren. Andere mogelijke klachten zijn misselijkheid, braken en diarree.
Chronische GVHD
De chronische vorm treedt vaak iets later op, van ongeveer 1 maand tot enkele jaren na de stamceltransplantatie. Chronische GVHD kan verschillende organen aantasten. Naast de huid, het maag-darmstelsel en de lever, kunnen ook de ogen, mond, longen, spieren, gewrichten en geslachtsdelen aangetast worden. Andere orgaanaantasting is mogelijk, maar eerder zeldzaam. Meestal treden de symptomen op bij het afbouwen van de immunosuppressieve medicatie, maar ze kunnen ook spontaan optreden.
Symptomen
Erfelijkheid
Risicofactoren
GVHD komt het relatief vaak voor na een allogene stamceltransplantatie. Het exacte risico is moeilijk in een percentage uit te drukken, omdat er veel factoren meespelen. Factoren die het risico kunnen beïnvloeden:
- hoe goed donor en ontvanger bij elkaar passen (HLA-type)
- soort stamcellen (uit bloed, beenmerg of navelstreng): de kans dat de ontvanger GVHD ontwikkelt is het grootst bij stamcellen uit het perifere bloed, iets kleiner bij stamcellen uit het beenmerg, en het kleinst bij stamcellen afkomstig uit navelstrengbloed
- welke geneesmiddelen worden gegeven om GVHD te voorkomen
- aanwezigheid van T-cellen in de graft: het risico is hoger indien T-cellen aanwezig zijn in de graft
- leeftijd van de donor en van de ontvanger: het risico dat de ontvanger GVHD ontwikkelt is hoger bij oudere leeftijd
- een vrouwelijke donor voor een mannelijke ontvanger
- of de donor al eerder afweerreacties heeft gehad (allo-immunisatie)
Onderzoeken en diagnose
Bij (vermoeden van) deze aandoening voeren we een of meerdere onderzoeken uit.
- Klinisch onderzoek
- Biopsie en/of bijkomende technische onderzoeken (longfunctie, scan van de longen, electromyografie...)
Behandeling
De behandeling van GVHD gebeurt op basis van immunosuppressieve therapie (bijvoorbeeld corticosteroiden, calcineurine inhibitie, ruxolitinib etc...) en supportieve therapie.
Zorgtraject
Na diagnose, worden de patiënten beoordeeld voor de aangetaste organen en wordt therapie gestart in overleg met de betrokken specialisten. Er is een samenwerking met de dienst pediatrie, met transitie van kinder- naar volwassenzorg tussen 18 jaar en 25 jaar.
Specialisten
Patiëntenverenigingen
Research
Klinische studies UZ Leuven
Netwerken
Prof. dr. Schoemans is betrokken bij de volgende expertisenetwerken
Registerdeelname
UZ Leuven neemt deel aan onderstaande internationale registers. Wanneer aangewezen en mits toestemming van de patiënt, worden moeilijke casussen besproken met andere Europese experts.
Informatie voor patiënten
Video's
- Bekijk de getuigenis over GVHD
- Introduction chronic graft versus host disease
- Your skin and chronic graft versus host disease
- Your eyes and chronic graft versus host disease
- Your mouth and chronic graft versus host disease
- Graft versus host disease gastrointestinal tract and liver
- Podcasts over afstoting of GVHD’ (ENG)
Brochures
-
PDFLeven met afstoting na een allogene stamceltransplantatiePDF - 639.67 Kb