Chronische long allograft dysfunctie (CLAD)

Chronische afstoting na longtransplantatie

Chronic lung allograft dysfunction (CLAD), is een chronische beschadiging van de getransplanteerde long na een longtransplantatie. Daarbij gaat de longfunctie geleidelijk en meestal onomkeerbaar achteruit. CLAD is een van de belangrijkste oorzaken van verminderde overleving op lange termijn na longtransplantatie. De twee belangrijkste vormen zijn bronchiolitis obliterans syndroom (BOS) en restrictief allograft syndroom (RAS).

Afspraken

Longtransplantatie

Symptomen

Typische klachten bij CLAD zijn:

  • sneller kortademig, vooral bij inspanning
  • aanhoudende hoest
  • sneller moe bij dagelijkse activiteiten
  • drukkend gevoel op de borst
  • verminderde conditie

Risicofactoren

Deze factoren kunnen de kans op CLAD verhogen:

  • infecties
  • blootstelling aan schadelijke dampen en luchtvervuiling
  • mismatch tussen donor en ontvanger
  • acute afstoting
  • medicatie niet correct innemen

Erfelijkheid

Onderzoeken en diagnose

Behandeling

Het dossier wordt besproken binnen het multidisciplinair zorgteam, waarin verschillende specialisten samenwerken. Op basis daarvan wordt een persoonlijk behandel- en opvolgplan opgesteld.

De behandeling is gericht op preventie, het opsporen van uitlokkende factoren en het zo goed mogelijk afremmen van verdere achteruitgang met medicatie.

Specialisten

Patiëntenverenigingen

Research

Klinische studies UZ Leuven

Europees Referentienetwerk voor zeldzame longaandoeningen (ERN LUNG)

UZ Leuven maakt deel uit van van het Europees Referentienetwerk voor zeldzame longaandoeningen (ERN LUNG). Via dit netwerk wordt informatie over aandoeningen, diagnoses en mogelijke (nieuwe) behandelingen gedeeld om zo de kennis ervan te vergroten.

Lees meer over deze ERN's

Informatie voor zorgprofessionals

Laatste aanpassing: 2 juli 2026