Ziekte van Peyronie

Kromstand van de penis of andere vormafwijkingen (zoals verkorting of versmalling van de penis) door vorming van harde knobbels van bindweefsel in de wand van de zwellichamen. Deze harde plekken rekken niet goed mee tijdens een erectie, waardoor de penis krom kan trekken.

Afspraken

Urologie

Voorbereiding afspraak

Vooraf thuis

Om tijdens uw afspraak een goede inschatting van het probleem en een doordacht behandelingsvoorstel te kunnen maken, vragen wij u om vooraf thuis deze afspraak goed voor te bereiden.

  1. Maak 2 foto’s van uw penis in stijve toestand.
    • 1 foto in bovenaanzicht
    • 1 foto in zijaanzicht
  2. Vul thuis de vragenlijst (IIEF-5) in die u gekregen hebt via de post of uw dossier in Mynexuzhealth.

Wat brengt u mee naar uw afspraak?

  • Breng de 2 foto’s van uw penis in stijve toestand mee naar de raadpleging.
  • Breng een lijstje van uw huidige medicatie en een samenvatting van uw medische voorgeschiedenis mee naar de raadpleging.
  • Breng de ingevulde vragenlijst (IIEF-5) mee.

Symptomen

  • Verkromming van de penis tijdens een erectie
  • Smaller worden van de penis (zandloper-vervorming)
  • Verandering van de vorm van de penis (bijv. een knik of insnoering)
  • Harde plekken of knobbels in de penis
  • Verkorting van de penis
  • Verminderde erectiekwaliteit
  • Pijn in de penis, vooral bij een erectie
  • Moeite met vrijen of pijn tijdens seks
  • Onzekerheid, stress of schaamte door de klachten

Oorzaken en risicofactoren

Anatomie en werking van de penis

De schaft van de penis bestaat uit 3 cylinders: de plasbuis aan de onderzijde en de 2 zwellichamen aan de bovenzijde. De zwellichamen bestaan uit een sponsachtig weefsel dat vol kan lopen met bloed bij seksuele opwinding en op die manier zorgen de zwellichamen voor de veranderingen in volume, omtrek en lengte bij erectie van de penis. 

Rond de zwellichamen zit een kapsel gemaakt van bindweefsel dat matig elastisch is en de penis tijdens erectie zijn vorm geeft. Dit kapsel wordt ook wel de tunica albuginea (het witte vlies) genoemd. Ter hoogte van, en net onder, deze tunica albuginea ontstaat de ziekte van Peyronie.

Oorzaken

Bij de ziekte van Peyronie ontstaan er 1 of meerdere harde knobbeltjes of schijfjes (plaques) in de tunica albuginea. Meestal ontstaan deze aan de bovenzijde van de penis. Deze bolletjes bestaan uit littekenweefsel, dat minder elastisch is dan de normale tunica albuginea en daardoor zorgen voor een verminderde uitzetting van het zwellichaam en vernauwing of kromstand van het zwellichaam bij erectie.

Harde knobbels in het verbindweefsel zorgen voor een verkromming en verkorting van de penis.

Harde knobbels in het bindweefsel zorgen voor een verkromming en verkorting van de penis.

Voorkomen en risicofactoren

De ziekte komt het meeste voor bij mannen van middelbare leeftijd, maar kan op elke leeftijd voorkomen. De ziekte komt voor bij 3% van de mannen van 40 jaar en dit stijgt naar meer dan 6% bij mannen van boven de 70 jaar. De ziekte komt wat vaker voor bij mannen met diabetes en na bekkenchirurgie (bijv. het verwijderen van de prostaat voor prostaatkanker).

De ziekte heeft een genetische voorbeschikking en komt geregeld voor samen met het kromtrekken van de buigpezen van de ringvinger en pink (ziekte van Dupuytren) of de voetzool (ziekte van Ledderhose). 

Mensen die de ziekte van Peyronie ontwikkelen, geven vaker aan dat de penis knikte tijdens seksueel contact vóór het ontwikkelen van de plaque en/of kromstand. Mensen die een penisfractuur doormaakten (een scheur van de tunica albuginea door knikken van de penis tijdens betrekkingen) ontwikkelen ook vaker de ziekte van Peyronie. Daarom wordt verondersteld dat repetitief buigen of knikken van de penis een oorzaak is van het ontstaan van littekenweefsel. 

De exacte ontstaansmechanismen zijn helaas onbekend en daardoor is de ziekte ook moeilijk te behandelen in het beginstadium.

Een voorbeeld van een scheefstand van 30° en van 50°.

Een voorbeeld van een scheefstand van 30° en van 50°.

Verloop

In de acute of “actieve” fase ontstaat de plaque. Dit gaat gepaard met een ontstekingsproces. Door deze ontsteking is er vaak pijn in de penis. Deze kan zeurend, knijpend of kloppend van aard zijn en neemt vaak toe tijdens erectie. Vrijen kan daardoor in de actieve fase vaak onaangenaam zijn. Patiënten in de actieve fase voelen vaak een plaque ontstaan in de penis en de penis kan vormafwijkingen beginnen te vertonen. Soms kan zich dit zeer snel ontwikkelen. Te wijten aan de ontsteking en pijn zijn de erecties vaak van minder goede kwaliteit.

Na verloop van tijd limiteert het ontstekingsproces zich en stabiliseert het litteken. We spreken dan van de chronische of “stabiele” fase. Deze wordt gekenmerkt door het verdwijnen van de pijnklachten en een stabiele kromstand die niet meer evolueert. De plaque stabiliseert en kan verkalken. De pijn is altijd zelflimiterend en stopt vanzelf. Bij het overgaan van de actieve in de stabiele fase kan de kromstand ook soms spontaan afnemen en zelden volledig verdwijnen. Het is daarom niet verstandig reeds in de actieve fase tot een corrigerende ingreep of behandeling over te gaan. Erectiestoornissen kunnen eveneens verdwijnen bij het stabiliseren van de ziekte, hoewel veel mensen met de ziekte van Peyronie klagen over een blijvend verminderde kwaliteit (hardheid) van de erectie.

Onderzoeken en diagnose

Bij (vermoeden van) deze aandoening voeren we een of meerdere onderzoeken uit.

In het magneetveld van een MR wekken korte radiogolven signalen op in het lichaam. Een computer verwerkt de signaalintensiteiten tot allerlei doorsneden van de lichaamsregio.
Geluidsgolven tonen een beeld van organen, spieren en andere structuren door de weerkaatsing op overgangen tussen zachte en hardere structuren.

Behandeling

De mogelijke behandelingen zijn afhankelijk van de fase waarin de ziekte zich bevindt.

Acute fase

De acute fase duurt meestal 6 tot 18 maanden en stopt vanzelf. In deze periode kunnen pijn en verandering van de kromming optreden. Behandeling in deze fase is moeilijk, omdat weinig therapieën bewezen effectief zijn. Dit kan frustrerend zijn voor zowel de patiënt als de partner.

Behandeling met een vacuümpomp kan een effect hebben op de kromstand en lengte/breedte van de penis, en is waarschijnlijk het meest nuttig in de actieve fase van de ziekte. De resultaten hiervan worden in kleine klinische studies beschreven, waarbij 2/3de van de patiënten een voordeel had, wat zich uit in een verbetering van de kromstand met 20-26°. De therapie dient minstens 3 maanden gevolgd te worden. Tractietherapie, een alternatief waarbij een “penile extender” gebruikt wordt, kan een wat uitgesprokener positief effect op de kromming geven, doch enkel wanneer het meer dan 4 uur per dag wordt gebruikt. Het is daardoor zeer tijdsintensief. Omdat het om kleine studies gaat, kunnen hier geen harde aanbevelingen uit worden afgeleid. Omdat het alternatief vaak een operatie is, wordt meestal aangeraden eerst vacuümtherapie te proberen. Deze behandeling is veilig en onomkeerbaar. In de praktijk zien we dat veel patiënten hiermee tevreden zijn en dat soms een kleinere of zelfs geen operatie nodig is. Helaas werkt deze aanpak niet bij iedereen. Vacuümtherapie wordt uitgelegd door een gespecialiseerde verpleegkundige (extern) waarmee wij reeds lang samenwerken. 

Medicamenteuze behandelingen die worden voorgesteld tijdens de acute fase zijn mogelijk, maar hun effect is vaak onvoldoende bewezen. Zo worden vitamines (zoals vitamine E) en aminozuren (zoals L-arginine en carnitine) vaak gebruikt, zonder enig effect. Sommige medicijnen die littekenvorming kunnen afremmen (zoals Pentoxifylline) kunnen in overleg met de arts worden overwogen. Dagelijks gebruik van erectiemedicatie kan soms een gunstig effect hebben en kan ook de erectie tijdelijk verbeteren.
Geen van deze behandelingen kan een operatie volledig voorkomen, maar ze kunnen mogelijk wel verkalking van de plaques afremmen, wat een eventuele operatie eenvoudiger kan maken.

Niet aanbevolen in UZ Leuven zijn verschillende andere experimentele behandelingen die beschreven werden, maar die tot op heden nog onvoldoende bewezen zijn in grondig wetenschappelijk onderzoek. Daarom worden ze in UZ Leuven niet aanbevolen. In deze categorie vallen: injectie van plaatjesrijk plasma, gebruik van schokgolven (ESWT) of iontoforese (toedienen van medicatie via elektrische stroom).

Chronische fase

Wanneer de ziekte van Peyronie in de stabiele fase is, kan worden gekeken of een definitieve behandeling aan de orde is. In deze fase is de kromming van de penis meestal het belangrijkste probleem; erectiestoornissen komen echter ook veelvuldig voor. Na behandeling van de erectiestoornis kan het soms weer mogelijk zijn om betrekkingen te hebben, ondanks dat er een kromstand bestaat. 

Het is van zeer groot belang om te kijken in welke mate de veranderde vorm van de penis of verminderde kwaliteit van de erectie daadwerkelijk aanleiding geeft tot moeilijkheden bij betrekkingen en tot een onbevredigend seksleven. Alle ingrepen voor kromstand van de penis resulteren in een verminderde lengte van de penis en kunnen andere nadelige effecten hebben. Ga voor uzelf na en bespreek met uw partner, indien van toepassing, hoeveel last er daadwerkelijk bestaat van de ziekte en in welke mate een ingreep om de penis rechter te maken een voordeel zou opleveren. Aan het overgrote deel van de mannen met de ziekte van Peyronie zullen wij adviseren geen ingreep te doen. Standafwijkingen van minder dan 30°, bijvoorbeeld, geven doorgaans weinig last bij betrekkingen en behoeven geen correctie. 

Indien er besloten wordt, in samenspraak met uw arts en eventuele partner, om een definitieve behandeling in te stellen, bestaat deze meestal uit een chirurgische correctie van de standafwijking. Het litteken dat gevormd werd door het lichaam blijft dus ter plaatse. Het doel van de behandeling is om de penis voldoende recht te maken zodat vrijen weer mogelijk is. Het streven is een functioneel rechte penis. Een kleine restkromming (tot ongeveer 10°) is normaal en acceptabel. Geen enkele penis is van nature helemaal recht en een te sterke correctie kan juist meer klachten geven. Als er erectieproblemen zijn die onvoldoende verbeteren door medicatie, kunnen deze tegelijk worden aangepakt.

De vormafwijking verschilt per persoon. Daarom wordt de keuze van de operatieve behandeling afgestemd op:

  • de aard en de ernst van de kromming: de hoek kan variëren van 0° tot 90° en is meestal naar boven maar kan ook naar links, rechts of beneden wijzen
  • de verkorting van de penis
  • de vorm van de penis (zandlopervorm of scharnierafwijking)
  • eventuele andere aandoeningen
  • het al dan niet aanwezig zijn van erectiestoornissen
  • de wensen van de patiënt

Psychologische en/of seksuologische begeleiding

Deze afwijkingen zorgen vaak voor een verstoord lichaamsbeeld van mannen die de ziekte van Peyronie ontwikkelen. Dit gaat gepaard met schaamte, een verminderd zelfvertrouwen en zelfs depressieve gevoelens. Verminderd zelfvertrouwen kan ervoor zorgen dat de erectiestoornissen nog meer uitgesproken worden. 

Als u met deze gevoelens kampt, maak ze kenbaar aan uw arts, zodat die met u kan spreken over de optie van psychologische en/of seksuologische begeleiding. Binnen de context van een relatie is het vaak heilzaam om de partner mee te betrekken in de gesprekken met de arts en de planning van uw behandeling.

Neem contact op met het Centrum voor klinische seksuologie en sekstherapie - CeKSS van UPC KU Leuven.

Steun ons onderzoek

Specialisten

Laatste aanpassing: 8 juni 2026