Afspraken
-
De wachttijd voor een afspraak is altijd hetzelfde, ongeacht de manier (online, telefonisch of mynexuzhealth-app) waarop u een afspraak probeert te maken. Het is dus niet zinvol om via meerdere kanalen een afspraak aan te vragen.
-
Mynexuzhealth-gebruiker? Maak zelf uw afspraak via de mynexuzhealth-website of via de afsprakenmodule in de mynexuzhealth-app.
-
Nog geen mynexuzhealth-gebruiker? Vraag online een afspraak aan.
-
Voor (huis)artsen
- Maak een afspraak voor uw patiënt via Mynexuzhealth.
- Gebruik ons verwijsformulier voor (huis)artsen
- Of stuur uw verwijsbrief via de eHealthBox met als bestemmeling "Urologie - U.Z. Leuven"
-
+32 16 34 66 85 - werkdagen van 8 tot 16 uur
Anatomie en werking van de penis
De schaft van de penis bestaat uit drie cylinders: de plasbuis aan de onderzijde en de twee zwellichamen aan de bovenzijde. De zwellichamen bestaan uit een sponsachtig weefsel dat vol kan lopen met bloed bij seksuele opwinding en op die manier zorgen de zwellichamen voor de veranderingen in volume, omtrek en lengte bij erectie van de penis.
Rond de zwellichamen zit een kapsel gemaakt van bindweefsel dat matig elastisch is en de penis tijdens erectie zijn vorm geeft. Dit kapsel wordt ook wel de tunica albuginea (het witte vlies) genoemd. Ter hoogte van, en net onder, deze tunica albuginea ontstaat de ziekte van Peyronie.
De ziekte van Peyronie
Bij de ziekte van Peyronie ontstaan er één of meerdere harde knobbeltjes of schijfjes (plaques) in de tunica albuginea. Meestal ontstaan deze aan de bovenzijde van de penis. Deze bolletjes bestaan uit littekenweefsel, dat minder elastisch is dan de normale tunica albuginea en daardoor zorgen voor een verminderde uitzetting van het zwellichaam en vernauwing of kromstand van het zwellichaam bij erectie.
Harde knobbels in het bindweefsel zorgen voor een verkromming en verkorting van de penis.
De ziekte komt het meeste voor bij mannen van middelbare leeftijd, maar kan op elke leeftijd voorkomen. De ziekte komt voor bij 3% van de mannen van 40 jaar en dit stijgt naar meer dan 6% bij mannen van boven de 70 jaar. De ziekte komt wat vaker voor bij mannen met diabetes en na bekkenchirugie (bijvoorbeeld het verwijderen van de prostaat voor prostaatkanker) en kan in deze populatie tot 40% van de mannen treffen. De ziekte heeft een genetische voorbeschikking en komt geregeld voor samen met het kromtrekken van de buigpezen van de ringvinger en pink (ziekte van Dupuytren), of de voetzool (Ziekte van Ledderhose).
Mensen die de ziekte van Peyronie ontwikkelen geven vaker aan dat de penis knikte tijdens sexueel contact voor het ontwikkelen van de plaque en/of kromstand. Mensen die een penisfractuur doormaakten (een scheur van de tunica albuginea door knikken van de penis tijdens betrekkingen) ontwikkelen ook vaker de ziekte van Peyronie. Daarom wordt verondersteld dat repetitief buigen of knikken van de penis een oorzaak is van het ontstaan van littekenweefsel.
De exacte ontstaansmechanismen zijn helaas echter onbekend en daardoor is de ziekte ook moeilijk te behandelen in het beginstadium.
Een voorbeeld van een scheefstand van 30° en van 50°.
Symptomen
- Kromme en verkorte penis
- Wisselende mate van erectie
- Pijnlijke geslachtsgemeenschap, of zelfs onmogelijk
Onderzoeken en diagnose
Bij (vermoeden van) deze aandoening voeren we een of meerdere onderzoeken uit.
Verloop
De aandoening bestaat uit 2 fasen:
Acute fase
In de acute of “actieve” fase ontstaat de plaque. Dit gaat gepaard met een ontstekingsproces. Door deze ontsteking is er vaak pijn in de penis. Deze kan zeurend, knijpend of kloppend van aard zijn en neemt vaak toe tijdens erectie. Vrijen kan daardoor in de actieve fase vaak onaangenaam zijn. Patiënten in de actieve fase voelen vaak een plaque ontstaan in de penis en de penis kan vormafwijkingen beginnen te vertonen. Soms kan zich dit zeer snel ontwikkelen. Te wijten aan de ontsteking en pijn zijn de erecties vaak van minder goede kwaliteit.
Chronische fase
Na verloop van tijd limiteert het ontstekingsproces zich en stabiliseert het litteken. We spreken dan van de chronische of “stabiele” fase. Deze wordt gekenmerkt door het verdwijnen van de pijnklachten en een stabiele kromstand die niet meer evolueert. De plaque stabiliseert en kan verkalken. De pijn is altijd zelflimiterend en stopt vanzelf. Bij het overgaan van de actieve in de stabiele fase kan de kromstand ook soms spontaan afnemen en zelden volledig verdwijnen. Het is daarom niet verstandig reeds in de actieve fase tot een corrigerende ingreep of behandeling over te gaan. Erectiestoornissen kunnen eveneens verdwijnen bij het stabiliseren van de ziekte, hoewel veel mensen met de ziekte van Peyronie klagen van een blijvend verminderde kwaliteit (hardheid) van de erectie.
Kromstand en andere gevolgen
De resulterende vormafwijking is bij elke patiënt verschillend, en dat heeft als resultaat dat de behandeling ook aangepast dient te worden naargelang de afwijking, voorkeur van de patiënt, eventuele onderliggende aandoeningen en de aanwezigheid van erectiestoornissen. Een overzicht van de verschillende behandelingen en wat de criteria zijn om bepaalde behandelingskeuzes te maken worden hieronder uitgebreid beschreven.
Een groot deel van de patiënten zal in de stabiele fase opmerken dat er een hoekstand is van de penis, variërend van 0 tot 90° (of uitzonderlijk nog meer uitgesproken). De kromstand is meestal naar boven gericht, maar kan ook naar links, rechts of beneden wijzen. Het merendeel van de mannen met Peyronie rapporteert ook een verkorting van de penis, die heel uitgesproken kan zijn. Verder wordt er vaak een zandlopervorm opgemerkt met een toesnoering van de penis ter hoogte van de plaque. Dit is typisch bij plaques die tussen de zwellichamen in liggen (in het zogenaamde septum). Tenslotte kan er een scharnierafwijking ontstaan, waarbij de penis voorbij de plaque niet meer stijf wordt en dus feitelijk “omklapt” tijdens seksuele betrekkingen.
Deze afwijkingen zorgen vaak voor een ernstig verstoord lichaamsbeeld van mannen die de ziekte van Peyronie ontwikkelen. Dit gaat gepaard met schaamte, een verminderd zelfvertrouwen en zelfs depressieve gevoelens. Een verminderd zelfvertrouwen kan zorgen dat de erectiestoornissen nog meer uitgesproken worden. Als u met deze gevoelens kampt, maak ze kenbaar aan uw arts, zodat die met u kan spreken over de optie van psychologische en/of seksuologische begeleiding. Binnen de context van een relatie is het vaak heilzaam om de partner mee te betrekken in de gesprekken met de arts en planning van uw behandeling.
Er is dus weinig gekend over de ontstaansmechanismen van deze vervelende aandoening en daaruit volgt dat er weinig goede behandelingen zijn die het ontstaan van de aandoening stoppen of afremmen. Geduld is vaak een schone zaak, en dat geldt ook voor de ziekte van Peyronie. Na de diagnose kiest uw arts, samen met u en de andere artsen van het team, de beste behandeling voor u. Uw behandeling kan dus afwijken van de hieronder voorgestelde therapie(ën).
Chronische fase
Eenmaal de ziekte in de chronische of stabiele fase is aanbeland, kan er gedacht worden aan een definitieve oplossing. Gezien in deze fase de vormafwijking van de penis het belangrijkste symptoom is, bestaan de behandelingen voorhanden uit correctie van de vormafwijking. Dit is vooral chirurgisch. Het doel van de behandeling is om de penis voldoende recht te krijgen om penetratie weer mogelijk te maken en het uitzicht van de penis te verbeteren.
Het is daarbij belangrijk om te noteren dat het streefdoel een “functioneel rechte” penis is, d.w.z. een rest-afwijking van 5° wordt daarbij geaccepteerd. Er dient in het achterhoofd gehouden te worden dat geen enkele penis van nature kaarsrecht is en een over correctie tot een kaarsrechte penis vaker lijdt tot meer last of neveneffecten. Verder dienen erectiestoornissen aangepakt te worden indien deze aanwezig zijn.
Behandeling
De mogelijke behandelingen zijn afhankelijk van de fase waarin de ziekte zich bevindt.
Acute fase
De acute fase duurt meestal 6 tot 18 maanden en stopt vanzelf. In deze periode kunnen pijn en verandering van de kromming optreden. Behandeling in deze fase is moeilijk, omdat weinig therapieën bewezen effectief zijn. Dit kan frustrerend zijn voor zowel de patiënt als de partner.
Behandeling met een vacuümpomp kan een effect hebben op de kromstand en lengte/breedte van de penis, en is waarschijnlijk het meest nuttig in de actieve fase van de ziekte. De resultaten hiervan worden in kleine klinische studies beschreven, waarbij 2/3de van de patiënten een voordeel had, wat zich uit in een verbetering van de kromstand met 20-26°. De therapie dient minstens 3 maanden gevolgd te worden. Tractietherapie, een alternatief waarbij een “penile extender” gebruikt wordt, kan een wat uitgesprokener positief effect op de kromming geven, doch enkel wanneer het meer dan 4 uur per dag wordt gebruikt. Het is daardoor zeer tijdsintensief. Omdat het om kleine studies gaat, kunnen hier geen harde aanbevelingen uit worden afgeleid. Omdat het alternatief vaak een operatie is, wordt meestal aangeraden eerst vacuümtherapie te proberen. Deze behandeling is veilig en onomkeerbaar. In de praktijk zien we dat veel patiënten hiermee tevreden zijn en dat soms een kleinere of zelfs geen operatie nodig is. Helaas werkt deze aanpak niet bij iedereen. Vacuümtherapie wordt uitgelegd door een gespecialiseerde verpleegkundige (extern) waarmee wij reeds lang samenwerken.
Medicamenteuze behandelingen die worden voorgesteld tijdens de acute fase zijn mogelijk, maar hun effect is vaak onvoldoende bewezen. Zo worden vitamines (zoals vitamine E) en aminozuren (zoals L-arginine en carnitine) vaak gebruikt, zonder enig effect. Sommige medicijnen die littekenvorming kunnen afremmen (zoals Pentoxifylline) kunnen in overleg met de arts worden overwogen. Dagelijks gebruik van erectiemedicatie kan soms een gunstig effect hebben en kan ook de erectie tijdelijk verbeteren.
Geen van deze behandelingen kan een operatie volledig voorkomen, maar ze kunnen mogelijk wel verkalking van de plaques afremmen, wat een eventuele operatie eenvoudiger kan maken.
Niet aanbevolen in UZ Leuven zijn verschillende andere experimentele behandelingen die beschreven werden, maar die tot op heden nog onvoldoende bewezen zijn in grondig wetenschappelijk onderzoek. Daarom worden ze in UZ Leuven niet aanbevolen. In deze categorie vallen: injectie van plaatjesrijk plasma, gebruik van schokgolven (ESWT) of iontoforese (toedienen van medicatie via elektrische stroom).
Chronische fase
Wanneer de ziekte van Peyronie in de stabiele fase is, kan worden gekeken of een definitieve behandeling aan de orde is. In deze fase is de kromming van de penis meestal het belangrijkste probleem; erectiestoornissen komen echter ook veelvuldig voor. Na behandeling van de erectiestoornis kan het soms weer mogelijk zijn om betrekkingen te hebben, ondanks dat er een kromstand bestaat.
Het is van zeer groot belang om te kijken in welke mate de veranderde vorm van de penis of verminderde kwaliteit van de erectie daadwerkelijk aanleiding geeft tot moeilijkheden bij betrekkingen en tot een onbevredigend seksleven. Alle ingrepen voor kromstand van de penis resulteren in een verminderde lengte van de penis en kunnen andere nadelige effecten hebben. Ga voor uzelf na en bespreek met uw partner, indien van toepassing, hoeveel last er daadwerkelijk bestaat van de ziekte en in welke mate een ingreep om de penis rechter te maken een voordeel zou opleveren. Aan het overgrote deel van de mannen met de ziekte van Peyronie zullen wij adviseren geen ingreep te doen. Standafwijkingen van minder dan 30°, bijvoorbeeld, geven doorgaans weinig last bij betrekkingen en behoeven geen correctie.
Indien er besloten wordt, in samenspraak met uw arts en eventuele partner, om een definitieve behandeling in te stellen, bestaat deze meestal uit een chirurgische correctie van de standafwijking. Het litteken dat gevormd werd door het lichaam blijft dus ter plaatse. Het doel van de behandeling is om de penis voldoende recht te maken zodat vrijen weer mogelijk is. Het streven is een functioneel rechte penis. Een kleine restkromming (tot ongeveer 10°) is normaal en acceptabel. Geen enkele penis is van nature helemaal recht en een te sterke correctie kan juist meer klachten geven. Als er erectieproblemen zijn die onvoldoende verbeteren door medicatie, kunnen deze tegelijk worden aangepakt.
De vormafwijking verschilt per persoon. Daarom wordt de keuze van de operatieve behandeling afgestemd op:
- de aard en de ernst van de kromming: de hoek kan variëren van 0° tot 90° en is meestal naar boven maar kan ook naar links, rechts of beneden wijzen
- de verkorting van de penis
- de vorm van de penis (zandlopervorm of scharnierafwijking)
- eventuele andere aandoeningen
- het al dan niet aanwezig zijn van erectiestoornissen
- de wensen van de patiënt
Psychologische en/of seksuologische begeleiding
Deze afwijkingen zorgen vaak voor een verstoord lichaamsbeeld van mannen die de ziekte van Peyronie ontwikkelen. Dit gaat gepaard met schaamte, een verminderd zelfvertrouwen en zelfs depressieve gevoelens. Verminderd zelfvertrouwen kan ervoor zorgen dat de erectiestoornissen nog meer uitgesproken worden.
Als u met deze gevoelens kampt, maak ze kenbaar aan uw arts, zodat die met u kan spreken over de optie van psychologische en/of seksuologische begeleiding. Binnen de context van een relatie is het vaak heilzaam om de partner mee te betrekken in de gesprekken met de arts en de planning van uw behandeling.
Neem contact op met het Centrum voor klinische seksuologie en sekstherapie - CeKSS van UPC KU Leuven.