Protontherapie

Innovatieve vorm van radiotherapie die kwaadaardige tumoren bestraalt met protonstralenbundels en minimaal het omliggende gezonde weefsel belast.


Behandeling vanaf 2019

Protontherapie wordt nog niet aangeboden in UZ Leuven. We bouwen momenteel een protoncentrum, waar deze behandeling vanaf 2019 zal worden aangeboden.

Doelgerichte behandeling

Radiotherapie (bestraling) neemt een belangrijke plaats in bij de behandeling van patiënten met kanker. Ongeveer 40-50% van alle patiënten met kanker wordt op enig moment tijdens hun ziekte behandeld met radiotherapie, hetzij als monotherapie, hetzij in combinatie met chemotherapie en/of doelgerichte medicijnen. De meerderheid van de bestraalde patiënten wordt behandeld met curatieve intentie, maar radiotherapie speelt ook een belangrijke rol bij palliatie van klachten.

Ondanks de grote vooruitgang in de radiotherapie de afgelopen jaren, blijft het met de klassieke bestraling moeilijk om het gezonde weefsel dat de tumor omringt, volledig te sparen. Protontherapie kan hier een oplossing bieden omdat met protontherapie de stralenbelasting van de gezonde weefsels vermindert.

Hoe werkt het

Fotonen

De klassieke radiotherapie maakt gebruik van fotonen. Dit zijn pakketjes elektromagnetische straling, zoals zichtbaar licht maar dan met een veel hogere energie, waarvan de afgegeven stralingsdosis geleidelijk afneemt naarmate ze dieper in het lichaam doordringen.

Hierdoor komt er ook een beperkte hoeveelheid stralingsdosis terecht in de gezonde weefsels voor en ook na de tumor in de bestralingsbundel. Afhankelijk van de gevoeligheid van deze weefsels en de blootstelling treden er mogelijks bijwerkingen op.

Dankzij de grote vooruitgang in bestralingstechnieken de afgelopen jaren, is men er echter in geslaagd om de behandeling steeds verder te verfijnen zodat ze nauwkeuriger kan worden toegediend. Protontherapie voegt daar nog het aspect aan toe dat de stralingsbundel volledig wordt gestopt in de tumor, en er “stroomafwaarts” geen stralingsdosis is in gezonde weefsels.

Protonen

Protontherapie maakt gebruik van een bundel van protonen: versnelde positief geladen deeltjes (partikels) die hun maximale dosis pas afgeven bij het bereiken van een bepaalde indringdiepte in het lichaam, waarna de straling volledig stopt (in tegenstelling dus tot fotonen).

Bragg piek vs SOBP

Deze stralingdosispiek wordt de Bragg-piek genoemd. De diepte van de piek kan worden bepaald door de energie van de protonenbundel aan te passen. Hoe hoger de energie van de bundel, hoe dieper de Bragg-piek in het lichaam gelegen is. De protonenbundel kan verder ook gericht worden op een specifiek deel van het doelvolume met behulp van buigmagneten in het toestel. Om een homogene dosis te krijgen in het doelgebied (de tumor) combineert men snel opeenvolgend een groot aantal fijne protonenbundels met verschillende energie en positie. Deze techniek heet “pencil beam scanning”. Naast de positie van de Bragg-piek kan men ook de intensiteit van elke bundel individueel aanpassen wat een grote vrijheid geeft om de dosisverdeling aan de vorm van de tumor aan te passen.

Voor het toedienen van fotontherapie evenals protontherapie wordt gebruik gemaakt van meerdere bundels uit verschillende richtingen met als doel zo weinig stralingsdosis toe te dienen op de omliggende gezonde weefsels. Het grote voordeel van protontherapie ten opzichte van de huidige fotontherapie is dat de gezonde weefsels die achter de tumor liggen maximaal gespaard kunnen worden, waardoor de globale stralingsbelasting bij een behandeling met protonen lager is.

fotontherapie vs protontherapie

Hierdoor treden er mogelijk minder bijwerkingen op. De mate waarin de kans op bijwerkingen afneemt, verschilt echter van patiënt tot patiënt. Voor een individuele patiënt kan het daarom nuttig zijn om een vergelijking uit te voeren tussen een behandelingsplan met protonen en fotonen om de kans op bijwerkingen met beide vormen van bestraling te bepalen.

Voordelen protontherapie

  • Minder belasting van de gezonde weefsels
  • Minder risico dat er door de straling een nieuwe kanker (secundaire tumor) wordt veroorzaakt.
  • Maximale dosis ter hoogte van de tumor
  • Dosisescalatie op de tumor

Voorbeelden gebruik

Protontherapie kan op verschillende manieren worden ingezet bij de behandeling van kanker.

Hogere dosis in tumor

De dosis in het tumorgebied kan met protontherapie worden verhoogd, zonder dat de dosis in de omliggende weefsels in gelijke mate toeneemt. Dit is nuttig bij tumoren waarbij het toedienen van een hogere stralingsdosis meer kans op genezing biedt, maar waar dit bij klassieke radiotherapie niet mogelijk is omdat het risico op ernstige nevenwerkingen (zoals blindheid) te groot is.

Lagere dosis in gezonde weefsels

De dosis in gezonde weefsels wordt verlaagd, terwijl de dosis in de tumor constant blijft. Hierdoor is de kans op complicaties door bestraling kleiner, waaronder ook het risico op secundaire tumoren.

Wie komt in aanmerking

In België komen op jaarbasis 150 à 200 patiënten per 10 miljoen inwoners in aanmerking voor terugbetaling van deze vorm van behandeling. Naarmate het onderzoek naar protontherapie vordert, zal deze groep waarschijnlijk groter worden.

Protontherapie zal vooral worden gebruikt voor de behandeling van:

  • Kanker bij kinderen
  • Bepaalde zeldzame kankers bij volwassen waarvoor bestaande oplossingen niet voldoen, zoals tumoren aan de schedelbasis, dicht bij de wervelkolom of vlak bij de oogzenuw.

Meer informatie

Links

Nieuws