Veilige hechting kun je leren

1 maart 2020

Kinderen moeten erop kunnen vertrouwen dat hun ouders er zijn wanneer ze hen nodig hebben. Maar soms is dat vertrouwen zoek. Jarenlang ging men ervan uit dat onveilig gehecht zijn in je kindertijd onherstelbaar is.

Nieuw onderzoek is optimistischer: vertrouwen ontwikkelen is iets dat je je leven lang kunt leren.

Veilige gehechtheid is al lang een belangrijk begrip in de psychologie. Kinderen die veilig gehecht zijn, ontwikkelen zich beter, worden makkelijker zelfstandig en kunnen makkelijker relaties aangaan. Maar de inzichten in hoe veilige gehechtheid groeit en wat je kan doen als een kind niet veilig gehecht is, zijn de laatste jaren sterk veranderd.

“De kern van veilige gehechtheid is dat een kind vertrouwen ontwikkelt dat er voor hem gezorgd wordt in tijden van stress en emotionele nood”, zegt Tara Santens, orthopedagoog bij UPC KU Leuven. “Als je als kind naar je ouders uitreikt omdat je je niet lekker voelt of met iets worstelt, reageren je moeder of vader met emotionele steun. Dat is wat een kind idealiter leert terwijl het opgroeit.”

"Maar soms is dat vertrouwen van een kind beschadigd. Stel dat je als kleine jongen van je ouders herhaaldelijk de boodschap krijgt dat jongens niet huilen. Op den duur ga je niet meer huilen en stop je ermee om emotionele steun te vragen aan je ouders. Of denk aan een tienermeisje dat aan haar ouders vertelt dat ze gepest wordt op school, waarna de ouders, vanuit de beste bedoelingen, meteen naar de directie stappen. In plaats van eerst tijd te maken om hun kind te troosten en te luisteren naar wat hun dochter echt nodig heeft. Daarnaast zijn er natuurlijk ernstigere gevallen, zoals verwaarlozing of mishandeling door de ouders.”

Ouders als medicijn

In de traditionele visie op gehechtheid ging men ervan uit dat de interactie tussen ouder en kind in de eerste levensjaren het cruciale fundament was. Liep het daar mis, dan was het kind als het ware gedoemd om onveilig gehecht door het leven te gaan. Met alle gevolgen van dien. Maar nieuw onderzoek wijst uit dat het zo’n vaart niet hoeft te lopen. Vertrouwen ontwikkelen in zorg is iets wat je je leven lang al doende kan leren.

Het kind leert om opnieuw hulp te vragen bij problemen of stress
Tara Santens

Tara Santens: “Op basis van de gehechtheidstheorie gaan we ervan uit dat elk kind nood heeft aan zorg en graag gezien wil worden door zijn ouders. En dat elke ouder een zorginstinct heeft en zich verbonden wil voelen met zijn of haar kind. Dat zijn de twee basisstellingen van de Attachment-Based Family Therapy. We gaan van die stellingen uit tot het tegendeel bewezen is."

"Belangrijk is het meer recente inzicht dat gehechtheid hersteld kan worden. Waar ouders vroeger vaak gezien werden als een deel van het probleem, zien we hen nu vooral als een cruciaal onderdeel van het herstel.”

Verhoogde kwetsbaarheid

“Een onveilige gehechtheid is op zich geen psychiatrisch probleem”, zegt Tara Santens. “Maar het maakt een kind wel kwetsbaarder. Kinderen moeten een aantal ontwikkelingstaken doorlopen en daarvoor hebben ze een veilige basis nodig. Vergelijk het met een kind dat leert fietsen: eerst heeft het iemand nodig die een duwtje geeft en zegt: ‘Ga maar, je kunt het’. En als het kind valt, heeft het troost nodig, een veilige haven om emotioneel bij te tanken.”

Als kinderen erop kunnen vertrouwen dat ze een vangnet hebben om op terug te vallen, gaan ze veel gemakkelijker op verkenning. Veilige gehechtheid is een beschermende factor in de ontwikkeling van een kind.

Geen enkele ouder is perfect, we missen allemaal wel eens signalen en reageren wel eens verkeerd. Maar dat is geen probleem wanneer het fundament van basisvertrouwen aanwezig is. “Bovendien verandert een kind dat zich ontwikkelt voortdurend, het is normaal dat je als ouder geregeld signalen mist. Ouders die zelf veel stress hebben, slagen er niet altijd in de ouder te zijn die ze willen zijn. En soms hebben ouders zelf geen warm nest gekend en niet geleerd hoe ze het best op de noden van hun kind kunnen reageren.”

Onveilig gehecht

Onveilige gehechtheid op zich hoeft geen probleem te zijn: 40% van de mensen is onveilig gehecht. Het is pas wanneer kinderen geconfronteerd worden met stress die ze zelf niet onder controle krijgen, dat ze een groter risico lopen om emotionele problemen te ontwikkelen. Dan voelen ze zich vaak heel eenzaam met hun pijn en verdriet.

Tara Santens werkt met pubers bij wie het vertrouwen in hun ouders op een of andere manier ernstig beschadigd is. In de therapie probeert ze dat vertrouwen van het kind in zijn ouders weer te herstellen, zodat ze samen een sterker team kunnen vormen.

40 procent van de mensen is onveilig gehecht
Tara Santens

Onveilige gehechtheid kan twee vormen aannemen, de vermijdende en de angstige. Tara Santens: “Sommige kinderen worden plantrekkers, doen alsof ze niemand nodig hebben, trekken zich terug en ontwikkelen andere, vaak minder gezonde, strategieën om met stress om te gaan. Andere kinderen zijn net heel aanklampend en zelfs als ze zorg krijgen, zijn ze nooit helemaal gerustgesteld. Dat is typisch iets voor kinderen die nu eens wel en dan weer niet een reactie hebben gekregen op hun zorgnood.”

Aan de slag

In de afdeling jeugdpsychiatrie gaan de therapeuten actief aan de slag met de basisprincipes van de gehechtheidstheorie. Het eerste waar ze op inzetten is het vertrouwen van het kind in zijn ouders of andere belangrijke zorgfiguren herstellen. Op die manier leert het kind om opnieuw hulp te vragen bij problemen, stress of overspoelende emoties. In een eerste gezamenlijk gesprek probeert de therapeut in kaart te brengen in welke mate de jongere hulp vraagt aan zijn ouders als hij het moeilijk heeft. Ervaart het kind de reactie van zijn ouders als steunend? Waarom is het gestopt met steun vragen?

Daarna gaat de therapeut met kind en ouders apart aan de slag. Het kind wordt voorbereid om zijn vertrouwensbreuken in een gesprek aan zijn ouders duidelijk te maken. Met de ouders wordt onder andere gekeken naar hoe zij zelf zijn opgevoed, wat er allemaal in hun leven speelt en hoe dat alles een impact heeft op hun ouderrol. En de therapeut coacht hen om er op een meer helpende manier voor hun kind te zijn. Vervolgens komen ouders en kind weer samen op gesprek.

Tara Santens: “Wij vragen het kind om dan iets heel spannends te doen, namelijk om zich kwetsbaar op te stellen en te zeggen waarom het geen beroep doet op zijn ouders wanneer het zich niet goed voelt. En we bereiden de ouders voor om daarop te reageren met empathie, steun en zorg door bijvoorbeeld te luisteren, verhelderende vragen te stellen of met troostende gebaren te reageren. Zo creëren we op dat moment zelf herstellende ervaringen van emotionele verbinding en steun.”

Attachment-Based Family Therapy is een doelgericht en intensief programma van zestien weken. Tara Santens: “Een gezinstherapie als dit is voor kinderen vaak geen aantrekkelijke gedachte. Maar omdat we zo kinderen én ouders leren opnieuw een sterker team te vormen, zorgt het op termijn voor meer duurzame resultaten.”

(Tekst: Isabelle Rossaert)

Laatste aanpassing: 30 april 2021