Studeren met ADHD

23 december 2021
Voor kinderen en jongeren met ADHD is naar school gaan en studeren vaak een extra grote uitdaging. Hoe zorg je ervoor dat ze toch hun schooljaren goed doorkomen? En wanneer kies je voor medicatie?

In een klas gebeurt er ontzettend veel om je heen: de juf zegt iets, iemand achteraan in de klas maakt een grapje, een pen valt op de grond … Voor kinderen en jongeren met ADHD lijkt het alsof er geen filter zit op al die verschillende prikkels. Het is voor hen veel moeilijker dan voor andere kinderen om zich te focussen op wat de leerkracht zegt.

ADHD is een overkoepelende diagnose voor problemen die te maken hebben met aandacht, hyperactiviteit en impulsiviteit. De hoeveelheid en ernst van de symptomen is bepalend voor de diagnose. Bij elk kind is het beeld anders en het evolueert ook met de leeftijd, zegt dr. Karen Vertessen, die in UPC KU Leuven werkt met kinderen met ADHD. “In de lagere school zien we meestal een combinatie van deze drie problemen. Bij de meeste kinderen vermindert die hyperactiviteit in de middelbare school, of wordt het eerder innerlijke onrust.”

ADHD-kantje

“Eigenlijk vragen wij aan kinderen met ADHD om op school net die dingen te doen die heel moeilijk zijn voor hen: stilzitten, je beurt afwachten, lang aandachtig zijn ... Als ze volwassen worden, heeft ongeveer een op de drie kinderen met ADHD er geen last meer van. Twee derde heeft op volwassen leeftijd wel nog symptomen, hoewel die meestal niet meer zo ernstig zijn. Soms vinden ze een loopbaan waarbij hun ‘ADHD-kantje’ net een voordeel is, denk aan energieke televisiepresentatoren of topsporters.”

De verwachtingen van volwassenen liggen vaak te hoog
dr. Karen Vertessen

Ongeveer vijf procent van de kinderen en jongeren heeft ADHD. “Er is geen wetenschappelijk bewijs dat ADHD vandaag meer voorkomt dan vroeger. Er worden nu wel meer diagnoses gesteld en de verwachtingen voor kinderen liggen vandaag vaak te hoog. Tegelijkertijd zien we een toename van ADHD-medi­catie in de meeste delen van de wereld. Aan de ene kant is er dus overbehandeling en krijgen kinderen die het waarschijnlijk niet nodig hebben medicatie. Aan de andere kant zijn er nog altijd kinderen die gebaat zouden zijn bij een behandeling maar die niet krijgen.”

Kriskras denken

Bij elk kind met ADHD is het belangrijk uit te zoeken welke problemen het precies ondervindt. “ADHD is een heel heterogene problematiek. Kinderen met ADHD zijn hyperactief, impulsief en hebben problemen met aandacht. Maar daarnaast hebben ze vaak ook problemen die geen onderdeel zijn van de ADHD, terwijl die wel belangrijk zijn in de benadering van het kind. Zo zijn ze vaak minder gevoelig voor beloningen, waardoor de beloning groter moet zijn dan bij andere kinderen.”

“Omgekeerd: als iets hen echt interesseert, kunnen ze hypergefocust zijn. Ze denken vaak ook heel associatief. Hun denken springt kriskras van het ene op het andere. Daardoor zijn ze dikwijls heel creatief, maar het is wel een nadeel als je efficiënt moet zijn. Ook kunnen kinderen met ADHD vaak de tijd niet goed inschatten, wat plannen en organiseren moeilijk maakt.

Als ze zich heel erg inspannen, kunnen kinderen met ADHD vaak wel stilzitten en zich een tijdje concentreren. Dat maakt het voor ouders of leerkrachten soms verwarrend. Dikwijls doen de kinderen heel erg hun best om zich te bedwingen, maar dat vraagt enorm veel energie. Daar worden ze prikkelbaar en moe van.”

Negatieve commentaar

De eerste stap om kinderen met ADHD te helpen is psycho-educatie: ouders, leerkrachten en kinderen uitleggen wat ADHD precies is. “We gaan op zoek naar de persoonlijke sterktes en zwaktes van het kind en hoe het daar het best mee kan omgaan. Mildheid en realistische verwachtingen zijn het allerbelangrijkste. En hun veel positieve opmerkingen geven. Want ze krijgen vaak negatieve commentaar op hun gedrag, en dat is niet goed voor de ontwikkeling.

Mensen komen meestal bij ons terecht op het moment dat de situatie thuis of op school op ontploffen staat. De verwachtingen liggen veel te hoog, waardoor vooral frustratie overheerst. Het verwachtings­niveau aanpassen tot wat haalbaar is en het kind daarin positief aanmoedigen is vaak de sleutel tot verandering.”

Duidelijke instructies

Gedragstherapeutische technieken kunnen helpen om het gedrag van het kind via de ouders of leerkracht te veranderen. “Structureer de omgeving van het kind en maak haar voorspelbaar. Zeg bijvoorbeeld niet: ‘Maak je klaar voor school’, maar geef duidelijke instructies: ‘Poets nu je tanden, trek nu je broek aan, stop nu je brooddoos in je boekentas’. Daarnaast leren we ouders en leerkrachten om gewenst gedrag systematisch te belonen en gepast te reageren op ongewenst gedrag, bijvoorbeeld door het te negeren of met een time-out. Die interventies hebben vooral effect op gedragsproblemen en de interacties tussen ouder en kind.”

Voor de kern van het probleem, de aandachtsmoeilijkheden en het hyperactieve of impulsieve gedrag, zijn de effecten van gedragstherapie beperkt en heeft enkel medicatie een groot effect. “Het doel van de medicatie is de ADHD onder controle houden, terwijl de kinderen er verder geen of zo weinig mogelijk last van hebben. Dat proberen we zo goed mogelijk in kaart te brengen door in de opstartfase wekelijks ouders, school en jongeren te bevragen.”

Opvolging

“Je kan op verschillende manieren last hebben van de medicatie. Sommige kinderen vinden zichzelf niet meer zo leuk, want het associatieve, spontane wordt soms afgeremd door de medicatie. Het kan voor slaapproblemen zorgen en de eetlust remmen. Op lange termijn kan de medicatie leiden tot een beperkte groeivertraging. Wanneer een kind last heeft van bijwerkingen is dat een reden om de medicatie aan te passen of te stoppen. Op langere termijn is het belangrijk dat de arts ieder jaar nagaat of het medicijn nog wel nodig is en nog optimaal werkt.”

Een goede aanpak van ADHD verlaagt ook de kans op problemen in de toekomst. “Mensen met ADHD hebben een grotere gevoeligheid voor psychiatrische problemen zoals verslavingen, angststoornissen en depressies. Daarnaast lopen ze meer risico’s op problemen in het dagelijkse leven: bijvoorbeeld geen diploma behalen of betrokken raken in auto-ongelukken. Een goede behandeling kan die risico’s verminderen.”

Rilatine als studiehulp?

Sommige studenten die geen ADHD hebben, nemen methylfenidaat, de werkzame stof in bijvoorbeeld Rilatine, om betere resultaten te behalen op hun examens. Maar is dat zinvol?

Dr. Karen Vertessen: “Medicatie nemen in de dagen voor een examen zorgt er niet voor dat je plots meer punten haalt. Uit wetenschappelijk onderzoek weten we dat medicatie op korte termijn heel weinig effect heeft op de school­resultaten van kinderen met ADHD. Bij mensen zonder ADHD lijkt de medicatie helemaal niet te leiden tot betere resultaten.”

“Veel studenten hebben de indruk dat ‘iedereen het doet’. Onderzoek toont aan dat dat niet zo is en dat studenten die medicatie op deze manier misbruiken een groter risico lopen op alcohol- en drugsproblemen of spijbelen. Het lijkt erop dat ze medicatie gebruiken als snelle oplossing voor betere resultaten, maar dat ze eigenlijk het studeren niet meer beredderd krijgen.”

(Tekst: Isabelle Rossaert)

Laatste aanpassing: 23 december 2021