Wie tijdens de zwangerschap de diagnose bloedkanker krijgt, staat voor moeilijke keuzes. Toch hoeft die diagnose vandaag niet langer automatisch te leiden tot een zwangerschapsafbreking. Bloedkanker tijdens de zwangerschap is erg zeldzaam. Opvallend is dat de aandoening vandaag vaak toevallig wordt ontdekt via de NIPT-test. Hoewel die test bedoeld is om afwijkingen bij de foetus op te sporen, pikt hij soms tumor-DNA op. In UZ Leuven komt zo’n 80% van deze patiënten via die weg bij de hematoloog terecht.
De zeldzaamheid van de aandoening betekende ook dat artsen wereldwijd lang geen eenduidige werkwijze hadden. Adviezen focusten meestal op andere kankertypes, of op één specifieke aandoening. Dit nieuwe kader, gepubliceerd in het vakblad Journal of Clinical Oncology, brengt die kennis samen en vertaalt ze naar concrete handvatten voor de praktijk.
Behandelen kan vaak wel
De belangrijkste boodschap van de nieuwe adviezen is hoopgevend: een kankerdiagnose betekent niet dat de zwangerschap automatisch moet worden afgebroken. In veel gevallen kan een behandeling worden opgestart, met een aanpak die zo dicht mogelijk aansluit bij de standaardzorg buiten de zwangerschap. De timing speelt daarbij een cruciale rol. Sommige behandelingen zoals chemotherapie houden in het eerste trimester een hoger risico in, terwijl ze later in de zwangerschap vaak wel mogelijk zijn. Elke beslissing vraagt een afweging tussen de gezondheid van de moeder en de mogelijke impact op het kind of het verloop van de zwangerschap.
Ook de manier waarop onderzoek gebeurt, wordt aangepast om het kindje te beschermen. Zo wordt bij een zwangere vrouw een MRI-scan uitgevoerd in plaats van röntgenstraling of CT-scans voor diagnose en voor opvolging tijdens de zwangerschap, waardoor de moeder opgevolgd kan worden zonder de baby aan onnodige straling bloot te stellen.
Zorg voor twee patiënten tegelijk
Een zwangerschap met bloedkanker vraagt om een multidisciplinaire aanpak waarbij meerdere experten nauw samenwerken. Hematologen, gynaecologen, radiologen, radiotherapeuten en neonatologen bekijken elke patiënt samen en stemmen de zorg stap voor stap op elkaar af.
In UZ Leuven gebeurt die zorg op één campus. Dat maakt het mogelijk om snel te schakelen en behandelingen precies te plannen.
Je behandelt op zo'n moment niet één, maar twee personen tegelijk. Dat vraagt om een heel specifieke aanpak. Je moet de timing van bijvoorbeeld de chemotherapie exact afstemmen op de groei van het kindje. Dat we hier alle disciplines bij de hand hebben, zorgt dat we die zorg tot op de dag nauwkeurig kunnen plannen. Dat geeft de patiënt en partner de medische zekerheid en de rust die in zo’n onzekere periode zo hard nodig is.
prof. dr. Daan Dierickx