Jos (75)

1 maart 2020

De koffieshop is overvol. Jos is aangeschoven aan een tafeltje waar al iemand zit. Ze komen uit dezelfde streek en praten allebei met het accent van Ben Crabbé. Wachten is de boodschap. Jos wacht op zijn vriendin die geopereerd wordt, een poliep. Het is zoals hier zo vaak gebeurt: een vluchtige ontmoeting tussen lotgenoten. Ze vinden moeiteloos een gezamenlijke kennis uit hun streek, een welgekomen gespreksonderwerp. Nog wat later vertelt Jos zijn leven aan ons.

Jos: “Ik heb bijna mijn hele leven gewerkt als vertegenwoordiger, demonstrateur zoals we zeiden. Ik heb het hele land rond gereden, van Veurne tot diep in de Ardennen. Ik verkocht draagbare werktuigen, boorhamers of slijpmachines. Dat heb ik altijd graag gedaan, ik voelde me zo vrij als een vogel in lucht. Ik stelde mijn programma zelf op, mijn baas was al blij als ik met bestellingen terug kwam, maar oefende verder geen controle uit. Zo’n baas, dat acht je nu niet meer voor mogelijk. Op het eind ging het bergaf, We waren een gereputeerd merk, we deden goede zaken, maar toen kwamen de computers en lieten we ons inhalen door de concurrentie. En nu ben ik met pensioen.”

Dat ken ik, met pensioen. Ik schrijf. Hoe breng jij de dagen door?
Jos:
“In de winter tuinier ik. Ik ga al eens bij de buren een overtollige boom omhakken, of ik ga in het bos voor twee jaar brandhout zagen voor de open haard. En in de zomer gaan we op reis. Dit jaar naar Bali, waarvan iedereen zegt dat het daar prachtig en zo sereen is. Ik ben al eens in Amerika geweest en ik heb Tunesië en Marokko bezocht. En ik ben gaan jagen in Namibië. (Jos ziet dat ik sceptisch kijk, er valt een stilte)

Jagen?
Jos:
“Ik weet het, het is een heikel onderwerp, maar dat zal me worst wezen. Ik ben niet het type jager die dieren doodt voor het genot van het schieten. Ik zorg ervoor dat een dier proper aan zijn eind komt: één goed gemikte kogel, zodat het dier niet afziet. Ik sta anders tegenover dieren en dierenleed dan stadsmensen. Als boerenzoon heb ik altijd geweten dat kippen en varkens geslacht werden. Mijn ouders hadden een boerderij in Kortenaken, een gemengd landbouwbedrijf van wel 20 ha, een tiental zeugen en evenveel melkkoeien. Voor mijn plechtige communie hebben ze een heel hok kippen leeg gehaald, ik had die kippen nog gekend als kuikens en ze kwamen bij het feest op tafel. Dat vond ik niet erg. Trouwens, als de koning van Spanje gaat jagen in Afrika en overtollige dieren schiet, betaalt hij daar rijkelijk voor. Dat geld gaat naar de arme bevolking.”

Kom je uit een groot gezin?

Jos: “Ja, we waren met acht, ik was een nakomertje. Voor mij waren er zes zussen en één broer op een rij. Toen kwam ik, achttien jaar na de oudste en negen jaar na de jongste. Mijn ouders waren 43, ik was een accidentje maar daar heb ik nooit enig nadeel van ondervonden, wel integendeel. Mijn moeder is gestorven toen ze 53 was. Dat is jong. Ze kwam bijna nooit in de stad en nam op een bepaald moment aan het station van Leuven de bus in de verkeerde richting. Onderweg liet de chauffeur haar uitstappen om een bus in de juiste richting te nemen. Ze wilde de straat oversteken en werd gegrepen door een auto. Ze hebben haar zo lang mogelijk in leven gehouden, maar na twee weken is ze in dit ziekenhuis gestorven. Zo zie je maar: ons leven hangt van toevalligheden aan elkaar. Was ze één seconde later over gestoken, had ze misschien nog lang geleefd. En zonder het accidentje zat ik hier ook niet (lacht).”

Ons leven hangt van toevalligheden aan elkaar

Hoe was dat, opgroeien in zo’n groot gezin?

Jos: “Als benjamin werd ik natuurlijk door iedereen in de watten gelegd. We hadden thuis ook een handel in meststoffen en een textielwinkel, de boerderij alleen bracht niet genoeg op. Iedereen moest dus werken, maar ik mocht naar school. Terwijl ik dat eigenlijk tegen mijn zin deed en ik ook geen goede leerling was. Ik ben de vakschool doorgesparteld, met de hakken over de sloot. En vervolgens ging het leven zijn gang: trouwen, een gezin. Toen de kinderen dertien en vijftien waren, zijn we gescheiden. We hebben nog altijd een goed contact, het was geen vechtscheiding. Tenslotte hadden we mekaar twee prachtige kinderen geschonken. En ik ben ik op zoek gegaan naar een andere vrouw.”

Echt op zoek gegaan?
Jos:
“Echt op zoek gegaan, ik wilde niet alleen blijven met twee tieners. En gevonden! Een schat van een vrouw. Ze bracht drie kinderen mee die allemaal jonger waren dan die van mij, ze pasten in het rijtje. We hebben ze samen opgevoed. Ze had al een gevuld leven achter de rug, veel geluk had ze niet gekend. Dertig jaar waren we getrouwd, ze was de vrouw van mijn leven, echt waar.”

“Maar toen gebeurde er iets verschrikkelijk, ik begrijp het nog altijd niet. Ze was misschien te perfectionistisch, ze voelde zich een mislukkeling. Ze werd depressief en herhaalde alsmaar dat ze niet gelukkig kon zijn. Op een dag zorgde ze ervoor dat iedereen het huis uit was, en toen ik vertrok zei ze: ‘Ik zie u graag’. Ik vond dat vreemd. Die dag is ze uit het leven gestapt (er valt een stilte, we horen nog alleen het gekletter van de koffieshop). Op een papiertje had ze geschreven: ik kan niet meer. Ik hield er gemengde gevoelens aan over: ik begreep het eerst niet, ik was verdrietig maar ook boos om wat ze mij en de kinderen had aangedaan. Maar ik miste haar verschrikkelijk. En nu begrijp ik het nog altijd niet, maar ik breng er begrip voor op, dat is iets anders.”

Was het niet moeilijk om nog eens een nieuw leven te beginnen?
Jos:
“Mijn tweede vrouw kwam uit een familie van nuchtere en hard werkende mensen en haar zussen zetten me aan om een nieuwe relatie aan te knopen. ‘Jos, je bent zo’n optimist, je mag niet alleen blijven.’ Mijn kinderen hadden hun eigen leven. Ik kan niet goed alleen zijn, ik moet een klankbord hebben, iemand waarvoor ik kan zorgen en die voor mij zorgt. Ik was lid van een dansclub en kwam daar mijn huidige vriendin tegen, een weduwe. Zij heeft me geholpen om alles te kunnen plaatsen. Haar man was aan hartfalen overleden, ze was dus ook al vijf jaar alleen. Ik denk dat het lot of het noodlot ons samengebracht heeft. We gingen samenwonen en dat doen we nog altijd.”

Denk je er nog vaak aan?

Jos: “Ach, al bij al heb ik een goed leven gehad. Het heeft mij niet echt getekend, ook al heb ik soms moeilijke momenten. Sommigen vinden het onbegrijpelijk dat ik in het huis ben blijven wonen waar het gebeurd is, maar ik geniet van de mooie herinneringen die er leven. En ja, ik denk nog elke dag aan mijn overleden vrouw. Na mijn pensioen ging ik twee keer per maand naar het buitenland om daar met een vrachtwagen auto-onderdelen te leveren. Dat deed ik graag, de baan op, andere horizonten. En soms reed ze mee, naar de Italiaanse Riviera, Toscane of Oostenrijk. Dat was zo zalig, ik aan het stuur, zij naast mij. Mijn vrouw die er niet meer is. Die warme herinneringen zijn intenser dan het verdriet dat me soms overmant. Uiteindelijk hebben we de eerste twintig jaar op een wolk geleefd, hoe zou ik dat kunnen vergeten. Ik hou me vast aan dat ene zinnetje: ik zie je graag. Dat is een zinnetje voor altijd.”

(Tekst: Jan Van Rompaey)

Wie met vragen zit en behoefte heeft aan een gesprek, kan dag en nacht gratis en anoniem bellen naar de zelfmoordlijn 1813.

Ons ziekenhuis is een dorp in de stad. Jan Van Rompaey trekt met de regelmaat van de klok naar de koffieshop van campus Gasthuisberg. Om er te luisteren naar gewone en bijzondere verhalen van mensen die hier passeren. Op goed geluk spreekt hij hen aan, zelden weigeren ze een gesprek.

Laatste aanpassing: 22 juni 2021