Column Annemie Struyf - "Na het breken van de vliezen barst de hel los"

1 juli 2020

Luid gerinkel. Ik schrik wakker. De wekker, denk ik eerst, maar op mijn klokje lees ik half zes. Te vroeg om op te staan. Slaapdronken lees ik het berichtje dat om drie uur ’s ochtends is binnengekomen: “Ze heeft netjes gewacht tot zondag voorbij was. Als ik jou was, zou ik geen plannen maken voor vandaag. Ze is begonnen aan haar reis, nog niet hevig, maar wel duidelijk voelbaar.” Ze gaat bevallen, schrik ik op en bel meteen terug. Haar man bevestigt: “Ze heeft nu stevige weeën, stipt om de drie minuten. Als je erbij wil zijn, vertrek je best zo snel mogelijk.”

Ik spring uit bed, de badkamer in, kleren aan, naar de keuken, een koffiemok voor onderweg, een appel, een banaan. De auto in en vertrekken maar. “Om de drie minuten?”, vloek ik binnensmonds. “Dat haal ik nooit. Van Leuven naar Tielt, dat is anderhalf uur.” Ik dwing mezelf om rustig te rijden, niet harder dan de maximaal toegelaten snelheid. Gelukkig is het rustig op de weg in deze tijden van corona. Van een echte ochtendspits is geen sprake.

Om zes uur gaat mijn telefoon opnieuw. “Ik ben er”, laat Kristel, mijn collega en cameravrouw, weten. Voor haar is het maar een kwartiertje rijden. “Ik hoop maar dat ik het haal”, zucht ik. ‘‘Een vijfde bevalling kan snel gaan. Begin jij alvast te filmen, ok?”

Zij is het middelpunt

Om 6.45 uur belt ze mij opnieuw. “De vroedvrouw heeft net de vliezen gebroken. Nu gaat het razendsnel. Ben je er bijna?” Mijn gps zegt nog twintig minuten. Ik weet niet of ik het red. Zelf heb ik vier kinderen op de wereld gezet. De herinneringen vervagen, het is intussen ook al 31, 29, 27 en 23 jaar geleden. Maar wat ik wél nog weet, is dat de hel losbarst na het breken van de vliezen. Dan wordt de pijn enorm en gaat het razendsnel. Dus duw ik toch maar harder op het gaspedaal. Precies om 7.07 uur sla ik de deur van mijn wagen dicht, en loop ik haastig naar het huis. Hun zoontje, een van haar vier kinderen, komt opendoen.

“Goeiemorgen”, fluister ik. “Ben ik nog niet te laat?”
“Juist op tijd, denk ik”, fluistert hij en neemt mij mee naar de woonkamer. Het tafereel dat ik daar zie, vergeet ik nooit. In al zijn eenvoud en vanzelfsprekendheid is het een grootse, meesterlijke compositie. Zij is het middelpunt, uitgestrekt op de sofa. Haar man zit pal achter haar, zijn hoofd naast het hare, zijn armen rond haar kermende lichaam. Aan weerszijden van deze barende vrouw zitten haar kinderen, twee aan elke kant. Aan het voeteneind de vroedvrouw, met plastic handschoenen en een mondmasker.

In de hoek van de kamer ontdek ik collega Kristel, discreet achter haar camera. En ook op afstand, de huisarts, rustig maar alert. Zachtjes laat ik mijn tas van mijn schouder glijden en schuif ik voorzichtig mee in dit tafereel. Groter dan groots, tijdlozer dan tijdloos, eeuwiger dan eeuwig. Een vrouw die kermt, een kind dat zich een weg naar de wereld baant. Aan de zijlijn kijk ik toe, meegezogen in deze ongelooflijke gebeurtenis.

Donker en rond verschijnt het hoofdje, dan glijdt het glibberige lijfje de wereld in. Twee vrouwen- en twee kinderhanden vangen het wezentje op en leggen het meteen tussen twee warme borsten. Het moederdier huilt en lacht, siddert en beeft. Hartstochtelijk omhelst ze het kind en drukt het tegen zich aan.

Ik kijk op mijn horloge en lees: 7.14 uur. Nauwelijks enkele minuten later vraagt ze naar haar telefoon. “Ik ga hen bellen”, zegt ze. Op het schermpje aan de andere kant zie ik het gezicht van een jonge man oplichten. Een tweede man komt erbij.
“Goeiemorgen”, klinkt het, met Hollandse tongval, “hoe gaat het vandaag met jou?”
“Heel goed”, glimlacht ze. “Ik wil jullie iets laten zien.”
Dan laat ze haar smartphone traag naar beneden glijden, over haar hals naar haar borst, waar de baby rustig ligt te bekomen. Het is stil in de kamer, nog stiller is het aan de andere kant van de lijn, ergens in Nederland. Dan volgt gestamel, geluiden van ongeloof en diepe verbazing.
“Wat? Bedoel je …? Is het …?”, klinkt het aarzelend.

“Ja”, fluistert ze zacht, “ze is net geboren,
jullie dochter. Jullie zijn papa’s geworden.”

Annemie Struyf

Annemie Struyf is journaliste, tv-maker, schrijfster en moeder van vijf kinderen. Van thuisstad Leuven tot in het verre buitenland: Annemie gaat altijd op zoek naar authentieke verhalen. Verhalen van schoonheid en troost, die de blik verruimen en het hart verwarmen.

Gerelateerd

Meer nieuws over "Annemie Struyf"

Column Annemie Struyf: "Alsjeblieft, Gasthuisberg, omarm mijn dochter"

10 september 2021
Lees meer
Meer nieuws over "Annemie Struyf"

Column Annemie Struyf - "Nu nog even niet, alsjebliéft!"

3 januari 2021
Lees meer
Meer nieuws over "Annemie Struyf"

Column Annemie Struyf - "We zijn verslaafd aan dat stomme voorwerp"

1 december 2019
Lees meer
Laatste aanpassing: 9 september 2021