Botox helpt mensen die niet kunnen boeren

28 september 2026
Onderzoekers van UZ Leuven en KU Leuven tonen voor het eerst in een gecontroleerde en geblindeerde studie aan dat botox een doeltreffende behandeling is voor mensen met R-CPD, beter bekend als het no-burpsyndroom. De studie gebeurde in samenwerking met AZ Delta en AZ Sint-Lucas Brugge. Hun onderzoek brengt ook beter in kaart wat er precies misloopt bij mensen die niet kunnen boeren en hoe de aandoening kan worden vastgesteld.

Bij R-CPD, voluit retrograde cricofaryngeale disfunctie, werkt het slikken normaal. Het probleem ontstaat wanneer lucht vanuit de maag naar boven wil komen: de spier aan de ingang van de slokdarm opent dan niet. De lucht raakt daardoor niet weg. Dat kan klachten veroorzaken zoals een opgeblazen gevoel, pijn in de borst of buik, winderigheid en borrelende geluiden in de keel.

Karlien Raymenants, arts bij UZ Leuven, onderzocht R-CPD in het kader van haar doctoraat: “Bij mensen met ernstige klachten kan de impact op hun leven groot zijn. Veel van hen drinken geen koolzuurhoudende dranken en sommigen vermijden zelfs om op restaurant te gaan. Ook op het werk kunnen het opgeblazen gevoel en de borrelende geluiden veel hinder veroorzaken.”

Dr. Karlien Raymenants: “Bij mensen met ernstige klachten kan de impact op hun leven groot zijn. Veel van hen drinken geen koolzuurhoudende dranken en sommigen vermijden zelfs om op restaurant te gaan."

De aandoening werd pas voor het eerst beschreven in 2019. En daar zit een opvallend verhaal achter. Een Amerikaanse neus-keel-oorarts zag een patiënt die niet kon boeren en onder meer last had van een opgeblazen gevoel. Hij vermoedde dat er een probleem was met een spiertje in de keel, aan de ingang van de slokdarm, en behandelde de patiënt met een botoxinjectie om de spier te doen ontspannen.

De behandeling werkte. De patiënt was zo enthousiast dat hij zijn verhaal op het internet zette. Andere mensen herkenden zich in zijn klachten en het no-burpsyndroom kreeg snel veel aandacht op sociale media zoals TikTok. Veel mensen herkenden hun eigen symptomen en trokken ermee naar een arts.

Botox als behandeling

Eerdere onderzoeken wezen er al op dat botox de klachten kon verminderen. Die studies hadden echter beperkingen: er was geen placebogroep, patiënten wisten dat ze botox kregen en de opvolging verliep niet altijd volgens dezelfde methode.

Dr. Raymenants voerde binnen haar doctoraat de eerste gecontroleerde en geblindeerde studie uit. Vijftig patiënten namen deel. De helft kreeg een injectie met botulinetoxine, de andere helft een placebo-injectie met zout water.

Een week na de behandeling konden alle 25 patiënten die botulinetoxine hadden gekregen opnieuw boeren. In de placebogroep gaf op dat moment één op de vijf deelnemers aan zich beter te voelen. Na twaalf weken was het verschil nog duidelijker: 88 procent van de patiënten in de botoxgroep ondervond nog altijd een duidelijke verbetering, tegenover 4 procent in de placebogroep.

De deelnemers werden daarna tot een jaar na de behandeling opgevolgd. Meer dan de helft van de patiënten die botulinetoxine hadden gekregen, kon een jaar later nog altijd boeren. Dat is opvallend, omdat botulinetoxine normaal maar vier tot zes maanden werkt. De onderzoekers vermoeden dat patiënten tijdens de periode waarin de spier tijdelijk ontspannen is de normale boerreflex opnieuw aanleren.

R-CPD beter in kaart brengen

De onderzoekers gingen ook na wat er precies gebeurt wanneer mensen met R-CPD proberen te boeren. Tijdens een drukmeting van de slokdarm kregen patiënten bruiswater te drinken, zodat de onderzoekers konden volgen wat er gebeurde wanneer lucht naar boven kwam. Daaruit bleek dat de spier aan de ingang van de slokdarm niet ontspande. Bij sommige patiënten nam de spanning in de spier zelfs nog toe.

Niet iedereen die niet kan boeren, ondervindt daar evenveel hinder van. Sommige mensen hebben nauwelijks klachten, terwijl anderen er dagelijks last van hebben. Om die verschillen beter te kunnen beoordelen, ontwikkelden de onderzoekers ook een vragenlijst die peilt naar de frequentie en ernst van de symptomen en naar de impact op het dagelijks leven. Zo krijgen artsen een beter beeld van welke patiënten mogelijk baat hebben bij behandeling.

Karlien Raymenants is met haar onderzoek genomineerd voor de PhD cup.

Laatste aanpassing: 28 september 2026