5 misverstanden over obesitas

1 maart 2020
Bijna de helft van de Belgen heeft overgewicht, een derde kampt met obesitas. Naast die onrustwekkende cijfers circuleren er ook onrustwekkende fabels over zwaarlijvigheid. Prof. dr. Roman Vangoitsenhoven, endocrinoloog in de obesitaskliniek van UZ Leuven, zet de vaakst gehoorde misverstanden op een rijtje.

1 Te zwaar? Je eigen fout!

Zwaarlijvig, dik, corpulent, vet … Het zijn maar enkele synoniemen die regelmatig gebruikt worden voor een persoon met obesitas. Snel wordt verondersteld dat hij te veel weegt door overmatig eten en een slechte levensstijl. Onterecht, zegt professor Vangoitsenhoven.

“‘Elk pondje gaat door het mondje’ is wel wat kort door de bocht. Natuurlijk is de impact van eetgedrag en beweging niet te onderschatten: je ontwikkelt enkel gewichts­problemen als je op een bepaald moment meer calorieën opneemt dan je verbruikt. Maar ook je dagritme, je omgeving en erfelijke factoren hebben effect op metabolisme en darmmicroben en beïnvloeden zo je gewicht. Dat betekent dat twee mensen die dezelfde maaltijd eten, de calorieën toch anders kunnen verbranden en opslaan.”

Ook andere factoren kunnen overgewicht in de hand werken: geneesmiddelen zoals cortisone, antidepressiva en antipsychotica, hormonale stoornissen of uiterst zeldzame genetische aandoeningen kunnen een rol spelen. De obesitaskliniek van UZ Leuven kan die zaken opsporen en aanpakken met een specifiek behandelplan.

2 Een hoge BMI is ongezond

Obesitas wordt gedefinieerd aan de hand van de BMI of body mass index. Die bereken je door je gewicht in kilogram te delen door je lengte in meter in het kwadraat. Bij een gezond gewicht zit de BMI tussen 18 en 25. Bij overgewicht is dat tussen 25 en 30, bij een BMI vanaf 30 spreek je over obesitas. Is je BMI hoger dan 40, dan is er sprake van morbide obesitas.

Professor Vangoitsenhoven: “In de meeste gevallen hangt een hoge BMI samen met een verhoogde vetmassa, suikerziekte, stoornissen in het metabolisme, hoge bloeddruk en leververvetting. Daardoor heb je een hoger risico op onder meer hart- en bloedvataandoeningen en kanker. Toch zegt een BMI niet altijd alles. Zo kunnen sporters, bijvoorbeeld bodybuilders, een hogere BMI hebben als gevolg van een hoge spiermassa, maar zonder die nadelige gezondheidsrisico’s. Het is dus veel belangrijker om te kijken naar de gezondheidstoestand dan naar dat cijfer op zich. Je gezondheid is de voornaamste reden om iets aan je overgewicht te doen.”

Zelfs een paar kilo’s afvallen heeft al een gunstig effect op je gezondheid
prof. dr. Roman Vangoitsenhoven

3 Obesitas is een westerse kwaal

Niet alleen in de westerse wereld, maar zowat overal ter wereld is er meer en meer obesitas. In veel ontwikkelingslanden is er een plotse omslag van ondervoeding naar goedkope, voorverpakte voeding en dat werkt obesitas in de hand. Het menselijke lichaam is vele duizenden jaren geleden ingesteld om rond te trekken en te jagen en maar af en toe calorierijk voedsel te eten als dat zich aanbood.

Onze biologie is niet veranderd, maar onze leefwereld natuurlijk wel. We bewegen minder en er is continu voedsel beschikbaar, waardoor we al eten voor we honger hebben. Bovendien krijgt goedkope, bewerkte voeding vaak voorrang op een zelfgemaakte maaltijd met groenten.

4 Afvallen is een kwestie van wilskracht

Was het maar zo eenvoudig. Ons lichaam is erop voorzien om suiker- en vetrijk voedsel te verkiezen én streeft naar het hoogste gewicht dat je ooit had. Hongerhormonen blijven zelfs tot een jaar na het afvallen verhoogd aanwezig in je bloed.

Dat verklaart waarom veel mensen er relatief makkelijk in slagen om een aantal kilo’s af te vallen, om dan eventjes op hetzelfde gewicht te blijven en terug bij te komen. Het basisadvies aan mensen met overgewicht of obesitas is dan ook om begeleiding te zoeken op het vlak van dieet en beweging. Apps en groepen op sociale media kunnen een hulpmiddel zijn, maar ook de huisarts, diëtist en psycholoog kunnen helpen om aan je gewicht en een gezondere levensstijl te werken.

Professor Vangoitsenhoven: “Het is wel heel belangrijk om te weten dat zelfs een paar kilo’s afvallen en een gezonde levensstijl aanhouden, al heel gunstige effecten hebben op bijvoorbeeld suikerziekte en hoge bloeddruk. Patiënten waarbij de BMI desondanks toch boven de 30 blijft, kunnen in de obesitaskliniek van UZ Leuven terecht voor een behandeling met geneesmiddelen of voor begeleidingsprogramma’s in groep of op individuele basis.”

5 Maagring? Snel en makkelijk kilo’s kwijt!

Een maagoperatie kan met een BMI vanaf 40. Of vanaf 35, als er verwikkelingen zijn zoals suikerziekte, hoge bloeddruk of slaapapneu. “Met een BMI boven de 40 moet je dringend iets aan je gewicht veranderen. Een maagring gebruiken we niet meer. Vandaag maken we gebruik van een sleeve gastrectomie, waarbij we de maag zo’n 75% verkleinen en herleiden tot een soort buis, of van een gastric bypass, waarbij we de maag maar liefst 95% kleiner maken en het eerste deel van de dunne darm omleiden.”

Beide ingrepen zorgen voor een snellere verzadiging en beïnvloeden ook je hongergevoel en voedselvoorkeur. Dat klinkt als een makkelijke eenmalige quick fix, maar zo eenvoudig is het niet. “Een maagoperatie is een goed hulpmiddel, omdat het effect krachtig en langdurig is, zowel op het gewicht als op de bijkomende aandoeningen. Bij zo’n 80% van de patiënten is er na de ingreep geen sprake meer van suikerziekte, hoge bloeddruk en slaapapneu. Maar het is zeker geen wonderoplossing."

"Er komt een intensief traject bij kijken. Elke patiënt volgt al voor de operatie een eiwitrijk dieet, maar ook achteraf blijven er strikte dieetvoorschriften gelden en is er opvolging bij de arts en de diëtist nodig. Wie zich niet aan de dieetvoorschriften houdt, kan last krijgen van dumping, een bijzonder ongemakkelijk gevoel na de maaltijd.”

Helaas komt een minderheid van de patiënten na een maagoperatie ook opnieuw bij in gewicht door verkeerde voedingskeuzes. De boodschap is duidelijk: een gezonde levensstijl blijft levenslang van belang.

(Tekst: Evelien Heeren)

Laatste aanpassing: 30 april 2021