Nazorg en herstel na ECMO

Tijdens een verblijf op intensieve zorg is het niet altijd mogelijk om de behandelingen aan jou als patiënt toe te lichten, omdat je toestand het op dat moment niet toelaat. Als je hier vragen over hebt, bijvoorbeeld over welk type ECMO je hebt gekregen of hoelang de behandeling duurde, mag je die altijd aan je arts stellen.

Welke nazorg nodig is na een ECMO-behandeling verschilt van patiënt tot patiënt. Dit hangt onder andere af van de aandoening die het hart- en/of longfalen heeft veroorzaakt en van hoe lang je op intensieve zorg verbleef. De artsen zullen het verdere traject regelmatig met je bespreken. 

Mogelijke gevolgen van ECMO-ondersteuning

Een bijzonder aandachtspunt bij patiënten die met ECMO werden behandeld zijn de onderste ledematen en de bloedvaten waarin de canules werden geplaatst. Deze worden goed geobserveerd om problemen zoals slechte doorbloeding of vaatstolsels (trombose) tijdig op te sporen en te behandelen. Daarvoor worden soms bijkomende onderzoeken uitgevoerd.

Op de plaatsen waar de canules werden ingebracht in de bloedvaten, meestal in de lies of hals, blijven na de ECMO-behandeling wonden achter die later littekens vormen. Die worden in het ziekenhuis optimaal verzorgd, maar je kan er nog een tijdje last van hebben. 

Een verblijf op intensieve zorg laat vaak sporen na, zeker wanneer je ECMO-ondersteuning kreeg. Het is normaal dat je nadien nog enkele maanden klachten ervaart. Je kan last hebben van:

  • fysieke klachten zoals vermoeidheid, spierzwakte en kortademigheid
  • cognitieve klachten zoals geheugenproblemen, verwardheid of slaapproblemen
  • psychische klachten zoals angstgevoelens, somberheid of herbelevingen (dit noemen we ook wel Post Intensive Care Syndrome of PICS)

Nazorg

Tijdens je revalidatietraject zal je op verschillende manieren ondersteund worden. Dat traject kan onder andere bestaan uit ademhalingsondersteuning in verschillende vormen, ondersteuning van de hartfunctie, behandeling van infecties, fysiotherapie, ergotherapie, en psychologische begeleiding. 

Ook na ontslag uit het ziekenhuis word je – zolang als nodig – verder opgevolgd door je behandelende arts(en). Je wordt daarvoor uitgenodigd op nazorgconsultatie in UZ Leuven of bij een arts dichter bij huis. 

Ook het ECMO-team blijft betrokken bij je herstel. Ongeveer een half jaar na ontslag zal een medewerker van het ECMO-team telefonisch contact met je opnemen om te evalueren hoe het gaat en of verdere ondersteuning nodig is.

Wanneer moet je medische hulp zoeken? 

We raden aan om zelf medische hulp te zoeken via je huisarts of de dienst spoedgevallen als één van de volgende symptomen optreedt:

  • toenemende kortademigheid
  • pijn, zwelling of roodheid in een been
  • nieuwe of verergerde neurologische klachten zoals verwardheid, hoofdpijn of zwakte
  • koorts
  • wondproblemen (zoals infectie, slecht helende wonden …) of bloedingen

Heb je last van psychische klachten zoals angst, somberheid of herbelevingen, neem dan contact op met je huisarts of psycholoog.  

Laatste aanpassing: 19 mei 2026