Het toestel

  • Klein computertje met batterij, verpakt in een titanium kastje.
  • Gebruikt elektrische signalen om hartritme op peil te houden.
  • Onderhuids geïmplanteerd in de borst, meestal onder het linker sleutelbeen.
  • Geleidingsdraden worden ook geïmplanteerd. 2 functies:
    • Informatiesignalen van het hart naar de ICD brengen.
    • Elektrische stroomstootjes toedienen van de ICD naar het hart indien nodig.   

Te snelle hartslag

  • De ICD meet voortdurend uw hartslag.
  • Gaat uw hartslag boven het ingestelde maximum, dan bepaalt het apparaatje of het om een ritmestoornis gaat.
  • Geeft eerst snelle stimulatiepulsen af aan het hart om snelle hartritmestoornissen te onderbreken.
    • Als dit niet voldoende is geeft de ICD een elektrische schok om het ritme te herstellen.
    • Schok doet meestal pijn, maar is nodig om de mogelijk levensbedreigende ritmestoornis te beëindigen.

Te trage hartslag

Bij een te trage hartslag kan de ICD net als een pacemaker uw hart stimuleren om een te trage polsfrequentie of pauzes te verhinderen. Uw arts kan dit instellen naargelang uw situatie.

Voorbereiding

Medicatie

De volgende medicatie mag u tijdelijk niet meer nemen voor de ingreep.

  • Vitamine-K antagonist (VKA), zoals Marcoumar®, Sintrom® of Marevan®: stop met innemen 1 week voor de ingreep (in overleg met cardioloog tijdelijk een overbrugging met subcutane inspuitingen, zoals Clexane®, Fraxodi®, Fraxiparine®, Innohep® of Fragmin®).
  • Niet-VKA oraal anticoagulans (NOAC), zoals Dabigatran (Pradaxa®), Apixaban (Eliquis®), Rivaroxaban (Xarelto®) of Edoxaban (Lixiana®): stop met innemen vanaf één dag voor de ingreep.
  • Asaflow®, Cardio-aspirine®, Plavix®, Efient® of Brillique® mogen verder ingenomen worden.

Hebt u vragen over uw medicatie? Neem dan contact op met uw cardioloog.

Opname

Duur: 3 dagen

  • U komt de dag vóór de implantatie van de inwendige defibrillator naar het ziekenhuis.
  • U moet nuchter zijn voor de ingreep: u mag 6 uur voor de procedure niet meer eten, drinken of roken.
  • Er volgen vooraf enkele standaard onderzoeken: bloedafname, elektrocardiogram, en eventueel een radiografie van hart en longen.

Verloop

De ingreep duurt gemiddeld 1 tot 2 uur. De totale duur is afhankelijk van het aantal draden dat geplaatst wordt.

  • U neemt plaats op de onderzoekstafel bij de afdeling hartkatheterisatie.
  • De ingreep kan plaatsvinden onder plaatselijke of volledige verdoving. Uw arts heeft dit vooraf met u besproken.
  • Insnede van vijftal centimeter op de plaats waar de ICD zal worden geplaatst.
    • Linker zijde van de borstkas
    • Vijftal centimeter onder het sleutelbeen
  • Via de sleutelbeen-ader worden 1, 2 of 3 draden naar het hart gebracht.
  • Daar wordt een plaats gezocht die geschikt is voor stimulatie.
  • Hierna worden de draden verbonden met de defibrilator.
  • De defibrilator wordt onderhuids in een ruimte (pocket) geplaatst.
  • Hechten van de insnede.

Soms wordt de defibrilator tijdens de procedure kort getest. Dit gebeurt altijd onder (lichte) algemene narcose.

Nazorg

  • Normaal blijft u nog 2 nachten na de implantatie in het ziekenhuis.
  • De dag na de ingreep wordt de ICD nagekeken en krijgt u uitleg over de werking.
  • Arm aan de zijde van implantatie:
    • 2 dagen helemaal niet gebruiken.
    • 1 maand lang geen zware lasten heffen of uw arm boven de schouders brengen.

2 tot 3 maanden later komt u op ICD-controle.