Geïnfecteerde heupprothese

Periprothetische infectie , Prosthetic joint infection (PJI)
Een infectie van een heupprothese is een zeldzame maar gevreesde complicatie van een doorgaans zeer succesvolle operatie.

Afspraken

Orthopedie

Symptomen

De meest voorkomende symptomen van een geïnfecteerde heupprothese zijn:

  • Acute of chronische pijn
  • Koorts, algehele malaise, koude rillingen
  • Wondproblematiek / fistel
  • Vroege loslating van de componenten

Risicofactoren

  • Heupprothese werd geplaatst omwille van een breuk, kopnecrose of eerdere infectie van de heup
  • Wondproblemen na de operatie
  • Gebruik van bepaalde medicatie, zoals prednison of chemotherapie
  • Bepaalde aandoeningen zoals diabetes of leverlijden
  • Roken
  • Eerdere infectie van een (andere) prothese

Behandeling

De behandeling van een geïnfecteerde heupprothese is complex en bestaat vaak uit een combinatie van zowel operatief ingrijpen als langdurige antibiotica.

De chirurgische behandeling is afhankelijk van uw algemene gezondheidstoestand, het type prothese, het type bacterie, voorgaande ingrepen en met name het tijdsinterval tussen het ontstaan van de infectie en het stellen van de diagnose. Hoe langer de infectie bestaat, des te kleiner de kans dat de prothese behouden kan worden.

U vindt hier een aantal mogelijke behandelingen voor deze aandoening. Na de diagnose kiest uw arts, samen met u en de andere artsen van het team, de beste oplossing voor u. Uw behandeling kan dus afwijken van de hieronder voorgestelde therapie(ën).

DAIR (Debridement, Antibiotics, Implant Retention)

Bij deze strategie worden de mobiele (wisselbare) componenten van de prothese vervangen en wordt de prothese zelf en de weefsels rondom uitgebreid chirurgisch schoongemaakt. In de praktijk betekent dit vaak dat het kopje en de liner (binnenbekleding van de kom) vervangen zullen worden, maar de kom en de steel niet. De reden hiervoor is dat de steel en kom vast zitten en het wisselen ervan direct een veel grotere operatie inhoudt. Een DAIR kan soms via bestaande littekens gebeuren, maar soms moet er een nieuw litteken gemaakt worden. Na deze procedure dient er doorgaans 3 maanden antibiotica genomen te worden; de eerste 2 weken via het infuus, daarna via tabletjes. Meestal mag u direct na de operatie op de heup steunen, net zoals na de initiële plaatsing. Vooral patiënten bij wie de diagnose kort na het ontstaan van de infectie gesteld is, komen voor deze behandeling in aanmerking.

One-step exchange

Bij deze strategie wordt de prothese wel in zijn geheel verwijderd, maar wordt er tijdens dezelfde operatie direct een nieuwe prothese geplaatst. Grote voordeel van deze methode is dat er maar een operatie nodig is, in tegenstelling tot de two-step exchange. Niet iedereen komt hiervoor echter in aanmerking. Belangrijke voorwaarden zijn dat de bacterie bekend is en goed-gevoelig voor beschikbare antibiotica, dat het bot en de spieren rondom de prothese voldoende gezond zijn en dat er niet eerder een infectiebehandeling gebeurde.

Two-step exchange

Bij deze strategie wordt de prothese tijdens een eerste operatie verwijderd en vaak vervangen door een tijdelijke prothese gemaakt van botcement. Deze zogenaamde spacer geeft gedurende enkele weken hoge concentraties lokale antibiotica af en helpt mee (samen met de standaard antibiotica) de infectie onder controle te krijgen. Verder houdt deze spacer de weefsels op spanning en is de patiënt doorgaans in staat om in beperkte mate te mobiliseren. Als alles goed verloopt, vindt na gemiddeld 6 weken de tweede operatie plaats waarbij de spacer weer verwijderd wordt en de nieuwe definitieve prothese geplaatst wordt. Dit wordt gevolgd door nog een periode van 6 weken antibiotica.

Girdlestone / fistel / suppressieve antibiotica

In uitzonderlijke gevallen is het niet mogelijk de infectie onder controle te krijgen. Risicofactoren hiervoor zijn o.a. zeer hardnekkige bacteriën, veelvuldige voorgaande operaties die geleid hebben tot belangrijk verlies van bot en spieren, en bijkomende medische problemen die zorgen voor een verminderde weerstand (bv bepaalde medicatie, insuline afhankelijke diabetes, ernstige vaatlijden). In dit geval kan besloten worden de prothese definitief te verwijderen, een zogenaamde “Girdlestone” situatie. Doordat het lichaamsvreemde voorwerp verwijderd is, is het nu vaak wel mogelijk de infectie onder controle te krijgen. Ondanks dat men geen heupgewricht meer heeft, is het in veel gevallen el mogelijk om hiermee (in beperkte mate) te mobiliseren. Een andere optie is om de prothese toch te behouden ondanks dat de infectie persisteert. Wel dient men dan vaak langdurig / levenslang antibiotica te gebruiken om de infectie te onderdrukken. Als er een fistel ontstaat (een verbinding tussen de prothese en de buitenwereld) en de infectie dus kan draineren, is het soms niet nodig om antibiotica te gebruiken.

Er is doorgaans minimaal 1 operatie nodig. Naast deze chirurgische behandeling van een geïnfecteerde heupprothese is er tevens een belangrijke medicamenteuze behandeling nodig in de vorm van langdurige (weken tot maanden) antibiotica.

Onderzoeken en diagnose

Bij (vermoeden van) deze aandoening voeren we meerdere onderzoeken uit.

Radiografie (RX)

Röntgenstralen of RX-stralen worden door bepaalde weefsels in het lichaam tegengehouden. Stralen die door het lichaam gaan, worden gebruikt om een beeld te maken van weefsels: het röntgenbeeld.

Botscan

Aandoeningen van skelet opsporen via een ingespoten speurstof (tracer) gevolgd door een scan.
Het traject dat volgt na de diagnose “geïnfecteerde heupprothese” is intensief en soms moeilijk voorspelbaar. Een goede arts-patiënt relatie is daarom essentieel. Binnen het UZ Leuven bestaat er van oudsher veel ervaring met deze problematiek en wordt elke patiënt behandeld door een team van specialisten met specifieke expertise op dit gebied.
Laatste aanpassing: 29 april 2021